C.D.H. Schneider

C.D.H. Schneider
bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

Katholieke artillerie-officier met liberale sympathieën. Werd minister in het liberale kabinet-Röell in ruil voor de katholieke steun aan dat kabinet. Zijn belangrijkste beleidsdaden waren de Gewerenwet en de verplaatsing van artillerie-inrichting van Delft naar Amsterdam. Kwam net als zijn voorganger in conflict met koningin-regentes Emma en was twee jaar persona non grata aan het hof.

Rooms-Katholieken
functie(s) in de periode 1894-1897: minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Clemens Diederik Hendrik

titulatuur en naam

C.D.H. Schneider Clemens Diederik Hendrik

geboorteplaats en -datum

Grave, 12 oktober 1832

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 16 december 1925

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)

partijloos

Hoofdfuncties/beroepen

  • officier, derde regiment vestingartillerie, van februari 1853 tot februari 1860
  • officier, staf vestingartillerie, van februari 1860 tot 1861
  • opzichter van de smeden, Artillerie-, Stapel- en Contructiemagazijnen te Delft, van februari 1860 tot 1861
  • adjudant van de gouverneur van de KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1861 tot 1865
  • officier, regiment vestingartillerie, van 1865 tot november 1867
  • waarnemend adjudant van de minister van Oorlog, van november 1867 tot april 1870
  • adjudant van de minister van Oorlog, van februari 1871 tot februari 1872
  • adjudant van de chef van de Generale Staf, van februari 1872 tot 1873
  • chef-staf vierde infanterie-divisie te Arnhem, van juni 1873 tot 1 mei 1878
  • waarnemend directeur archieven etc., directie militaire verkenningen te 's-Gravenhage, van 1 mei 1878 tot 1 juli 1880
  • tijdelijk medewerker Bureau van de Inspecteur der Artillerie, van 1 juli 1880 tot september 1881
  • commandant, eerste regiment vestingartillerie te Utrecht en Zwolle, van september 1881 tot september 1882
  • commandant, tweede regiment veldartillerie, van september 1882 tot april 1884
  • commandant, gehele vestingartillerie, van april 1884 tot februari 1887
  • inspecteur der artillerie, van februari 1887 tot februari 1894 (gepensioneerd op eigen verzoek)
  • minister van Oorlog, van 9 mei 1894 tot 27 juli 1897

officiersrangen

  • tweede luitenant der artillerie, van februari 1853 tot 8 februari 1855
  • eerste luitenant der artillerie, van 8 februari 1855 tot 31 juli 1865
  • kapitein der artillerie, van 31 juli 1865 tot juni 1873
  • majoor der artillerie, van juni 1873 tot 1 juni 1878
  • luitenant-kolonel der artillerie, van 1 juni 1878 tot 1 oktober 1881
  • kolonel der artillerie, van 1 oktober 1881 tot 1 mei 1884
  • generaal-majoor der artillerie, van 1 mei 1884 tot mei 1890
  • luitenant-generaal der artillerie, van mei 1890 tot februari 1894

Nevenfuncties

  • redacteur "De Militaire Spectator", van 1 januari 1864 tot 31 december 1867
  • lid examencommissie voor toelating tot tweede afdeling van de Krijgsschool, vanaf augustus 1878
  • lid commissie tot regeling van de samenwerking van zee- en landmacht bij 's rijks verdediging, van 1879 tot 1884
  • lid technische commissie uitbouw Stelling van Amsterdam, 1886
  • lid Permanent Technisch Comité van de Stelling van Amsterdam, vanaf 1886
  • voorzitter commissie van onderzoek situatie KMA, van 1890 tot 9 maart 1891
  • adjudant honorair in buitengewone dienst van H.M. koningin Wilhelmina, van 11 augustus 1891 tot 16 december 1925
  • voorzitter Raad van Commissarissen Centrale Hypotheek Bank

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • studie school van J. Stuart te Vianen

hoger beroepsonderwijs

  • officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1849 tot februari 1853

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Zorgde ervoor dat er op de begroting gelden kwamen voor de bouw van de eerste vijf forten van de Stelling van Amsterdam. Liet de Artillerie-inrichting voor een groot deel verplaatsen van Delft naar Amsterdam-Noord (Hembrug).

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1895 de zgn. Gewerenwet tot stand (verhoging van de begroting van Oorlog), waarbij het model-95 van 6,5 mm werd ingevoerd
  • Bracht in 1896 de Wet militaire inundatiën (Stb. 71) tot stand, die de hoogste militaire autoriteit in geval van oorlog of oorlogsgevaar bevoegdheden geeft om gebieden onder water te laten zetten
  • Bracht in 1897 een wettelijke regeling tot stand voor de rechtstoestand van het reserve-personeel van de landmacht, alsmede voor de bevordering en het ontslag en het op pensioenstellen van officieren en onder-officieren en voor het verlenen van pensioen aan weduwen en kinderen van officieren en onder-officieren van het reserve-personeel

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Kwam in conflict met Koningin-regentes Emma over de bevordering van adjudanten van de vorstin. Emma boycotte hem daarna lange tijd.

uit de privésfeer

  • Stamde uit een officiersfamilie van Paltische afkomst

niet-aanvaarde politieke functies

  • minister van Oorlog, 5 april 1888 (geweigerd)

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • G.A.M. Beekelaar, "Schneider, Clemens Diederik Hendrik (1832-1925)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 532
  • De Nederlandsche Leeuw, 1936

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Gravenhage, 5 augustus 1862

echtgeno(o)t(e)/partner

E.R.D.H. del Campo, Emma Rose Delphine Henriëtte

kinderen

kinderloos

vader

H.L. Schneider, Hendrik Lambertus

geboorteplaats en/of -datum

Nijmegen, januari 1781 (gedoopt 25 januari)

beroep vader

officier (kolonel der infanterie)

moeder

A.G. Herbig, Anna Geertruid

geboorteplaats en/of -datum

Tuil, 3 september 1789

beroep grootvader (vaderskant)

officier