Mr. C.H.F. (Carel) Polak

foto Mr. C.H.F. (Carel) Polakvergrootglas

Liberale minister van Justitie in het kabinet-De Jong uit een familie van juristen. Zijn vader was raadsheer in de Hoge Raad en broers waren rechter. Voor hij minister werd hoogleraar agrarisch recht in Wageningen en Leiden. Bracht veel vernieuwingen tot stand in de sfeer van familie- en zedenwetgeving. Zo moderniseerde hij de echtscheidingswetgeving, hief hij het verbod op de verkoop van voorbehoedsmiddelen op en schafte hij discriminerende wetgeving ten aanzien van homoseksuelen af. Na zijn ministerschap VVD-Eerste Kamerlid. In 1976 behoorde hij tot de minderheid van zijn fractie die vóór het initiatiefvoorstel voor een vrije abortuswetgeving stemde. Besloot zijn loopbaan als staatsraad in bgd. Erudiete man, met milde humor en zelfspot.

VVD
in de periode 1967-1979: lid Eerste Kamer, minister, staatsraad in buitengewone dienst

voornamen (roepnaam)

Carel Hendrik Frederik (Carel)

personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 2 september 1909

overlijdensplaats en -datum
Oegstgeest, 28 februari 1981

levensbeschouwing
  • Nederlands-Israëlitisch (opgevoed)
  • geen godsdienst (later)

partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)

hoofdfuncties en beroepen

  • secretaris Raad van Commissarissen N.V. EZH (Electriciteitsbedrijf Zuid-Holland)
  • ambtenaar (vanaf 1 januari 1940 rang: referendaris) Provinciale Griffie te 's-Gravenhage, van 1934 tot november 1946
  • hoogleraar economie en agrarisch recht (later staatshuishoudkunde en rechts- en staatswetenschappen), Landbouwhogeschool te Wageningen, van november 1946 tot 1 september 1951
  • hoogleraar administratief en agrarisch recht, Rijksuniversiteit Leiden, van 1 september 1951 tot 5 april 1967 (benoemd bij K.B. van 29 december 1950)
  • minister van Justitie, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 29 maart 1977
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van 1 april 1977 tot 1 oktober 1979 (benoemd bij K.B. van 14 februari 1977)

nevenfuncties

  • secretaris Joods Tehuis voor Bejaarden te 's-Gravenhage
  • secretaris Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van maart 1936 tot 1951
  • lid Staatscommissie Herziening Woningwet, van februari 1948 tot 1950
  • lid Commissie herziening Provinciale Wet (Commissie-Prinsen), van 22 juni 1949 tot augustus 1954
  • lid Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van 1949 tot 1950
  • voorzitter Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van 1950 tot april 1967
  • plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1959 tot februari 1967
  • lid bestuur Nederlands Instituut voor Bestuurswetenschappen, tot 1967
  • lid curatorium "Europa Instituut", Rijksuniversiteit Leiden
  • lid ECRM (Europese Commissie voor de Rechten van de Mens) te Straatsburg
  • lid Raad voor de Waterstaat
  • lid RABW (Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid), van februari 1973 tot 28 februari 1981

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter bijzondere commissie voor de herziening van het Burgerlijk Wetboek (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 25 mei 1971 tot 29 maart 1977
  • tweede ondervoorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1973 tot 29 maart 1977
  • lid College van Senioren (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 18 september 1973 tot 29 maart 1977
  • lid afdeling rechtspraak (Raad van State), van 28 maart 1977 tot 30 september 1979

opleiding

voortgezet onderwijs
  • "Eerste Stedelijke Gymnasium" te 's-Gravenhage

academische studie
  • Nederlands recht, Rijksuniversiteit Leiden, van september 1927 tot 1 juli 1931 (cum laude)

activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich als Eerste Kamerlid bezig met binnenlandse zaken en justitie
  • Voerde in 1975 het woord bij het debat over de onafhankelijkheid van Suriname

opvallend stemgedrag
  • Stemde in 1972 als enige zijn fractie vóór de (verworpen) ontwerp-Comptabiliteitswet
  • Behoorde in 1976 tot de drie leden van zijn fractie die vóór liberalisering van de Opiumwet stemden
  • Behoorde in 1976 met M. Polak, Van der Werff en Zoutendijk tot de minderheid van zijn fractie die vóór het (verworpen) initiatiefwetsvoorstel-Geurtsen/Lamberts/Roethof/Veder-Smit over abortus stemde

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1968 de Nota betreffende de kinderbescherming uit. Dit is vooral een inventariserende nota, waaruit blijkt dat personele uitbreiding en financiële versterking van instellingen voor voogdij en gezinsvoogdij wenselijk is. (9.641)
  • Bracht in 1968 een Nota inzake de Vreemdelingenwet uit. Hierin wordt de werking van de uit 1965 daterende Vreemdelingenwet geëvalueerd. Geconcludeerd wordt dat de nieuwe wet een goede basis vormt voor een aan de eisen van de tijd aangepast vreemdelingenbeleid. (9.666)
  • Bracht in 1968 samen met minister Beernink de Nota inzake de Ombudsman uit. Hierin worden vraagpunten geformuleerd voor instelling van het instituut '(parlementaire) ombudsman', zoals: welke verhouding moet er zijn tussen parlement en ombudsman en hoe ver moet diens onderzoeksterrein zich uitstrekken. (9.925)
  • Diende in 1969 samen met minister Roolvink wetsvoorstellen in tot regeling van het stakingsrecht. De voorstellen werden later ingetrokken. (10.110, 10.111)
  • Wees in 1969 een verzoek tot gratie af van drie in Breda verblijvende en tot levenslang veroordeelde Duitse oorlogsmisdadigers (de zgn. 'Drie van Breda')
  • Weigerde in 1969 op juridische gronden het COC rechtspersoonlijkheid te verlenen. Het COC zette in advertenties aan tot huwelijksontrouw en dat was in strijd met de wet.
  • Diende in 1970 samen met minister Beernink een wetsvoorstel in over opheffing van het uit 1903 daterende stakingsverbod voor ambtenaren. Het wetsvoorstel werd in 1979 door de ministers Wiegel en De Ruiter in het Staatsblad gebracht na in 1974 in de Tweede Kamer door De Gaay Fortman en Van Agt te zijn verdedigd. (11.001)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1967 een wet inzake bestraffing van schending van geheimen in het Staatsblad (Stb. 377). Hierdoor worden de in talrijke bijzondere wetten voorkomende strafbepalingen over opzettelijke schending van geheimen geunificeerd. Ook onbedoelde verstrekking van geheime gegevens is strafbaar, als ervan uit kan worden gegaan dat de verstrekker behoort te weten dat de gegevens geheim zijn. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door minister Samkalden. (8.538)
  • Bracht in 1968 samen met minister Klompé en staatssecretaris Grapperhaus een wijziging (Stb. 288) van de Wet op de kansspelen tot stand. Hierdoor werden onder meer de maximumprijzen van de staatsloterij en toto verhoogd. Zonder verhoging was (verdere) verslechtering van de concurrentiepositie van met name de voetbaltoto te verwachten. De opbrengst kwam ten goede aan sport, sociaal-cultureel en maatschappelijk werk. (9.490)
  • Bracht in 1968 samen met minister Beernink een wijziging (Stb. 734) van de Politiewet tot stand, waardoor in die wet een paragraaf werd opgenomen over de taak en bevoegdheden ten aanzien van het verkeer. Er kwam een Algemene Verkeersdienst Rijkspolitie en de samenwerking tussen rijks- en gemeentepolitie op verkeersgebied werd vereenvoudigd. Er komt een Algemene Politie Verkeersdienst. (9.511)
  • Bracht in 1969 een wet (Stb. 167) tot invoering van de boek 1 (familie- en personenrecht) van het Nieuw Burgerlijk Wetboek tot stand. Het nieuwe eerste boek was vastgesteld bij de wetten van 11 december 1958, Stb. 590 en 591. Het huwelijksrecht wordt gemoderniseerd; het recht van een weduwe om binnen een jaar te hertrouwen, wordt versoepeld, de vereiste van toestemming van de ouders voor het aangaan van een huwelijk geldt alleen nog voor minderjarigen. Het wetsvoorstel was in 1965 ingediend door minister Samkalden. (8.436)
  • Bracht in 1969 wetten (Stbb. 223 en 224) tot goedkeuring van verdragen over het tegengaan en de strafbaarstelling van vliegtuigkapingen tot stand (9.491 & 9.492)
  • Bracht in 1969 een wet (Stb. 350) tot wijziging van artikel 240bis en intrekking van artikel 451ter WvS tot stand, waarbij de strafbaarstelling van het ter beschikking stellen van middelen ter voorkoming van zwangerschap wordt opgeheven, met uitzondering van provinciale en gemeentelijke verordeningen. Verkoop en ten toon stellen van anticonceptie middelen wordt niet langer strijdig geacht met de goede zeden en bij geboorteregeling staat de eigen verantwoordelijkheid voortaan voorop. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door minister Samkalden. (8.725)
  • Bracht in 1970 samen met minister Nelissen de Wet inzake de jaarrekening van ondernemingen (Stb. 414) en een herziening van het Enquêterecht bij ondernemingen (Stb. 411) tot stand. De Wet op de jaarrekening van ondernemingen bevat bindende voorschriften waaraan de jaarrekening moet voldoen. Door het herziene enquêterecht kan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam op verzoek van de aandeelhouders of vakvereniging één of meer deskundigen benoemen om onderzoek te doen naar de gang van zaken in een onderneming. De procureur-generaal te Amsterdam kan eveneens een enquête vorderen. (9.595 & 9.596)
  • Bracht in 1971 samen met minister Roolvink en wet (Stb. 54) tot herziening van de Wet op de ondernemingsraden tot stand, waardoor ondernemingsraden medezeggenschap krijgen bij pensioenregelingen, winstdelingsregelingen en bij vaststelling van werktijden en vakantieregelingen. Er komt aandacht van scholing en vorming van gekozen OR-leden. Instelling van een OR wordt verplicht in ondernemingen met honderd of meer werknemers. Bij grote concerns kan tevens een centrale ondernemingsraad worden ingesteld. (10.335)
  • Bracht in 1971 samen met minister Luns de wet Goedkeuring van het Internationale Verdrag van New York van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie (Stb. 81) en de uitvoeringswet van dit verdrag (Stb. 96) tot stand. In de uitvoeringswet staan nieuwe strafbepalingen tegen discriminatie en tegen het aanzetten tot haat of discriminatie. (9.723 & 9.724)
  • Bracht in 1971 een wet (Stb. 166) tot stand die vliegtuigkaping strafbaar stelt. Voor kaping door één persoon is de maximumstraf negen jaar gevangenis; als er twee of meer kapers zijn, kan de straf oplopen tot twaalf jaar. Indien er een dodelijk slachtoffer is, is de maximumstraf vijftien jaar gevangenis. (10.594)
  • Bracht in 1971 samen met minister Beernink een wet (Stb. 180) tot stand inzake enige strafbepalingen tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het afluisteren van telefoongesprekken of met technische hulpmiddelen afluisteren van gesprekken wordt strafbaar. (9.419 & 8.911)
  • Bracht in 1971 een nieuwe Eedswet (Stb. 211) tot stand, waarmee elke eedsdwang verdwijnt. In alle gevallen waarin een eed wordt gevorderd, kan ook een belofte worden afgelegd. (10.260)
  • Bracht in 1971 een wet (Stb. 212) tot intrekking van artikel 248bis WvS tot stand, waardoor de strafbaarstelling tussen homo- en heteroseksuele ontucht gelijk wordt getrokken. Het wegnemen van deze discriminatie betekent een belangrijke stap voor de emancipatie van homoseksuelen. (10.347)
  • Bracht in 1971 een wet (Stb. 214) tot stand, waardoor (verplichte) deelneming in een spaarloon- of winstdelingsregeling mogelijk wordt (10.245)
  • Bracht in 1971 samen met minister Nelissen een wettelijke regeling (Stb. 286) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid tot stand. Bij deze nieuwe rechtsvorm voor ondernemingen is het aandelenkapitaal verdeeld onder vaste vennoten. De aandelen zijn niet vrij overdraagbaar en de vennoten zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht. Andere Europese landen kenden al eerder deze rechtsvorm en de wet geeft uitvoering aan een EG-richtlijn. (10.689)
  • Bracht in 1971 samen een wet (Stb. 289) houdende voorzieningen met betrekking tot de structuur der naamloze en besloten vennootschap tot stand. Voor grote ondernemingen is er een plicht tot instelling van een raad van commissarissen, bestaande uit ten minste drie personen. De wet regelt de voordracht van hen door de vergadering van aandeelhouders, door de ondernemingsraad en door de directie. De raad zelf benoemt de commissarissen, maar daartegen kan bezwaar worden gemaakt. De SER kan dat bezwaar ongegrond verklaren. De raad van commissarissen benoemt en ontslaat de directie, stelt de jaarrekening vast, benoemt de accountant en neemt belangrijke bedrijfsmatige beslissingen. (10.751)
  • Bracht in 1971 een wet (Stb. 290) tot herziening van het echtscheidingsrecht tot stand. Duurzame ontwrichting van het huwelijk wordt reden voor echtscheiding, mits dit niet is te wijten aan degene die het verzoek doet. Er komt een mogelijkheid voor een gezamenlijk of eenzijdig verzoek tot echtscheiding via een verzoekschriftprocedure. Het recht op alimentatie wordt losgekoppeld van de schuldvraag. (10.213)
  • Bracht in 1971 met staatssecretaris Kruisinga een wijziging (Stb. 361) van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening tot stand, waarbij het gebruik van pepmiddelen ('speed') en amfetaminen strafbaar wordt gesteld (10.588)

wetenswaardigheden

algemeen
  • Van hem is de uitspraak: "Democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen" (Handelingen Tweede Kamer, 22 mei 1968). Hij zei dit bij de beantwoording van vragen van het lid Kronenburg (Boerenpartij) over het voornemen om drie buitenlandse studentenleiders, onder wie Daniël Cohn-Bendit, toegang te geven tot ons land.
  • Was in 1970 voornemens vanwege zijn gezondheid af te treden, maar bleef aan na de benoeming van staatssecretaris Wiersma (HTK, 16 april 1970)

uit de privésfeer
  • Was in zijn jonge jaren aan de Leidse universiteit een fameus enfant terrible
  • Hij zat vanaf het najaar van 1942 tot de Bevrijding ondergedoken bij het gezin van een nachtwaker bij de zilverfabriek in Voorschoten
  • Zijn broer Nico was raadsheer in het Gerechtshof te Leeuwarden en nadien bij de Hoge Raad, en zijn broer Jacques was onder meer vicepresident van het Gerechtshof te Den Haag
  • Zijn vader was rechter en vicepresident van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam, raadsheer van de Gerechtshoven te Amsterdam en te 's-Gravenhage en raadsheer in de Hoge Raad
  • Zijn oom, A.S. Oppenheim, was hoogleraar in Leiden

anekdotes en citaten
  • Tijdens de vergaderingen van de ministerraad ging hij na de lunch altijd even ergens een uiltje knappen. Minister-president De Jong die veel waarde hechtte aan zijn bezonken juridisch oordeel, liet belangrijke onderwerpen even liggen tot Polak zich weer bij zijn collega's voegde.
  • Toen hem in 1967 in de Kamer werd gevraagd of er stappen werden overwogen naar aanleiding van het televisieoptreden van de naakte Phil Bloom deelde hij laconiek mee dat hij het programma niet gezien had ("na pipo zet ik de televisie af") en dat het programma overigens niet onder de strafwetgeving viel. Hij vergeleek de uitzending met het schilderij "Le dejeuner sur l'herbe" van Manet.

verkiezingen
  • Werd in 1971 gekozen door Groep III: Noord-Holland en Friesland

woonplaats(en)/adres(sen)
  • 's-Gravenhage, omstreeks 1931
  • Wageningen, van 1946 tot 1951
  • Leiden, Kagerstraat 2, van 1951 tot 1968
  • Oegstgeest, Prins Hendriklaan 22, van 1968 tot 1976

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1963
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 17 juli 1971

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Genootschap voor Joodse Wetenschap

hobby's
lezen

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
Wie is dat? 1956

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, mei 1950

echtgeno(o)t(e)/partner
A. Werker, Anna

kinderen
1 dochter en 1 zoon

vader
Mr. M. Polak, Moritz

geboorteplaats en/of -datum
Veendam, 6 november 1865

moeder
B.M. Oppenheim, Bertha Mathilda

geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 16 juni 1881

broers en zusters
2 broers en 1 zus

familierelaties

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.