W. (Willem) den Toom

foto W. (Willem) den Toomvergrootglas

Luchtmachtofficier, die staatssecretaris van Defensie in kabinet-Marijnen en minister in kabinet-De Jong was. Uitgesproken voorstander van verticale organisatiestructuur op het departement. Schoof in 1968 de aanschaf van nucleaire onderzeeërs op de lange baan. Besloot tot aanschaf Leopardtanks en tot afschaffing van vliegdekschip Karel Doorman. Kreeg te maken met wens tot vermaatschappelijking van de krijgsmacht en stond aanvankelijk nogal star tegenover ludieke acties. Voerde later wel hervormingen door. Nadat hij een veroordeling tot twee jaar van een soldaat die zijn haar niet wilde laten knippen, had verdedigd, schafte hij later de groetplicht buiten kazerne af en liet hij haarlengte vrij. Richtte het Instituut voor Vredesvraagstukken op.

VVD
in de periode 1963-1971: staatssecretaris, minister

Voornaam (roepnaam)

Willem (Willem)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 11 juli 1911

overlijdensplaats en -datum
Amersfoort, 13 december 1998

levensbeschouwing
Hervormd

Partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf november 1963

Hoofdfuncties/beroepen

  • officier, vanaf 1 augustus 1933
  • ambtenaar afdeling 2B, ministerie van Defensie, van 1937 tot 1939
  • commandant waarnemersschool, vliegveld Bergen, van 1939 tot 1940
  • luchtvaartofficier, ministerie van Oorlog, tot 1939
  • instructeur en liason-officier navigatieschool te Jurby (eiland Man, V.K.), van 1945 tot juni 1946
  • personeelsofficier, directoraat Luchtstrijdkrachten te Scheveningen, van juni 1946 tot april 1949
  • luchtvaartadviseur, militair kabinet van de minister van Oorlog, van april 1949 tot 1950
  • hoofd sectie operatiën, Luchtmachtstaf, van 1950 tot april 1952
  • hoofd luchtmachtsectie, Europese Defensie Gemeenschap te Parijs, van mei 1952 tot 1 oktober 1953
  • souschef luchtmachtstaf te Scheveningen, van 1 oktober 1953 tot 1 november 1955
  • commandant vliegbasis Ypenburg, van 1 november 1955 tot 1 maart 1956
  • commandant commando-luchtvaartopleidingen te Arnhem, van 1 maart 1956 tot 1 juli 1958
  • hoofd Nederlandse Missie bij SHAPE (Supreme Headquarters Allied Powers Europe), van 1 september 1958 tot 1 oktober 1960
  • militair adviseur, Nederlandse permanente vertegenwoordiger bij de NAVO, van 1 september 1958 tot 1 oktober 1960
  • plaatsvervangend chef Luchtmachtstaf, van 1 oktober 1960 tot 1 mei 1963
  • tijdelijk luitenant-generaal, van 1 mei 1963 tot 1 juni 1965
  • directeur materieel luchtmacht, van 1 mei 1963 tot 24 november 1963
  • staatssecretaris van Defensie (belast met aangelegenheden betreffende de Koninklijke Luchtmacht), van 25 november 1963 tot 14 april 1965
  • voorzitter Nadge Policy Board, van 1 juni 1965 tot 5 april 1967
  • minister van Defensie, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971
  • lid bestuur/directeur Stichting Nederlands adviesbureau voor ingenieurswerken in het buitenland, vanaf 1 mei 1972

gevangenschap/internering
krijgsgevangene in Duitsland, van 1942 tot 1945

officiersrangen
  • tweede luitenant der infanterie, van 1 augustus 1933 tot 1 juli 1937
  • eerste luitenant der infanterie, van 1 juli 1937 tot 1946
  • kapitein der infanterie, van 1946 tot 1 november 1948
  • majoor der infanterie, van 1 november 1948 tot 1950
  • luitenant-kolonel der infanterie, van 1950 tot 1 oktober 1953
  • kolonel der infanterie, van 1 oktober 1953 tot 1 maart 1956
  • commodore, van 1 maart 1956 tot 1 oktober 1960
  • generaal-majoor, van 1 oktober 1960 tot 1 mei 1963
  • luitenant-generaal, 1 juni 1965

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Tijdens zijn ministerschap stegen de defensie-uitgaven in absolute zin, maar daalden ze percentueel gezien (in verhouding tot de totale overheidsuitgaven). Vanwege de inval in Tsjecho-Slowakije door landen van het Warschau-pact in 1968 werd wel besloten tot extra defensie-uitgaven in 1969-1971 van f 225 miljoen.
  • Bracht in 1968 samen met minister Luns de Nota inzake Navo- en defensiebeleid uit. Uitgangspunt is handhaving van het bestaande defensie-apparaat, onder aanpassing aan de voortgaande technische ontwikkeling en versterking van de innerlijke samenhang door verhoogde doelmatigheid. De kwaliteit en flexibiliteit van de parate eenheden, uitrusting met modern materieel en sterkte van de vuurkracht moet worden verhoogd. Bij de luchtstrijdkrachten komt de nadruk te liggen op het uitvoeren van conventionele luchtoperaties. De terugtrekking van Frankrijk uit de NAVO-structuur maakt extra inspanningen bij de land- en zeestrijdkrachten nodig. Om binnen de financiële kaders te blijven, zullen energie en middelen zich alleen richten op de hoofdtaken van de strijdkrachten. (9.635)
  • Nam in 1968 het besluit tot aankoop van Leopard-tanks ter vervanging van de verouderde Centurion-tanks
  • Trok in 1970 extra geld (f 650 miljoen) uit voor de modernisering van het luchtafweer
  • Legde zich in 1970 neer bij de wens van een parlementaire meerderheid om per 1 juli 1971 de wedde voor dienstplichtigen met f 25 per maand te verhogen
  • Schafte in april 1971 de groetplicht buiten de kazernes af, maar handhaafde deze binnen de kazernes
  • Besloot in juni 1971 de haarlengte van militairen in principe vrij te laten.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1971 een wet tot goedkeuring van de briefwisseling tussen Nederland en het Algemeen Hoofdkwartier van de NAVO tot stand inzake het sinds 1967 in Brunssum gevestigde hoofdkwartier van de NAVO-strijdkrachten in Centraal Europa (Afcent). (10.488 )
  • Bracht in 1971 de Wet rechtstoestand dienstplichtigen (Stb. 231) tot stand. Hierin werd aan de voor dienstplichtige militairen geldende voorzieningen een wettelijke basis gegeven. Het betrof onder meer opleiding, keuring, bevordering, diensttijden, verlof, gezondheidszorg, medezeggenschap en bezoldiging. Nadere voorschriften hiervoor werden bij AMvB vastgesteld. (10.179 )

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
Zijn vader was rangeerder

Publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • Wie is dat? 1956
  • Staatscourant, 6 april 1967
  • "Luchtmachtman; Willem den Toom (1911-1998)", NRC Handelsblad, 14 december 1998

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.