Drs. M.J.J. (Marius) van Amelsvoort

foto Drs. M.J.J. (Marius) van Amelsvoortvergrootglas

Veelzijdige katholieke politicus uit Brabant die vijfentwintig jaar in diverse functies actief was. Begon zijn loopbaan in het bankwezen en was daarna financieel-economisch woordvoerder van de KVP in Eerste en Tweede Kamer. Hield zich als Tweede Kamerlid ook bezig met buitenlandse zaken. Tussen 1980 en 1994 diverse keren staatssecretaris van Financiën en Binnenlandse Zaken. Als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken bracht hij nieuwe wetgeving over rampenbestrijding tot stand; als staatssecretaris van fiscale zaken een nieuwe belasting op personenauto's. Was in die functie ook verantwoordelijk voor verhoging van de accijns op autobrandstoffen, in latere politieke discussies bekend als 'het kwartje van Kok'.

KVP , CDA
in de periode 1969-1994: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, staatssecretaris, lid Europees Parlement (vóór 1979)

Voornamen (roepnaam)

Marius Johannes Josephus (Marius)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Kaatsheuvel (gem. Loon-op-Zand, N.Br.), 29 augustus 1930

overlijdensplaats en -datum
Veldhoven, 30 mei 2006

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

Hoofdfuncties/beroepen

  • economisch analist, ambassade Verenigde Staten te 's-Gravenhage, van 1957 tot 1960
  • hoofd afdeling economisch statistische zaken, Postcheque- en Girodienst, van 1960 tot 1961
  • directeur afdeling algemene zaken, Coöperatieve Centrale Boerenleenbank te Eindhoven, van 1961 tot 1973
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1969 tot 10 mei 1971
  • lid Europees Parlement, van 9 maart 1970 tot 13 september 1971 (aangewezen door de Staten-Generaal)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 augustus 1971 tot 7 december 1972
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 mei 1973 tot 8 juni 1977
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1977 tot 16 april 1980
  • staatssecretaris van Financiën (onder meer belast met fiscale zaken), van 16 april 1980 tot 11 september 1981
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 8 november 1982
  • staatssecretaris van Binnenlandse Zaken (onder andere belast met financiën lagere overheden en rampenbestrijding en hulpverlening), van 8 november 1982 tot 14 juli 1986
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 7 november 1989
  • staatssecretaris van Financiën (onder meer belast met fiscale zaken), van 7 november 1989 tot 22 augustus 1994

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris in het eerste kabinet-Van Agt belast met 1. fiscale aangelegenheden; 2. aangelegenheden betreffende de Domeinen, het muntwezen, het verzekeringswezen (behoudens het toezichtbeleid en het structuurbeleid), de Staatsloterij, het Vacatiegeldenbesluit en de uitvoering van additioneel artikel X van de Grondwet (beëindiging betrekkingen met de kerken).
  • Was als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken belast met 1. financiële aangelegenheden betreffende de lagere publiekrechtelijke lichamen, voorzover die lichamen onder het ministerie ressorteren; 2. aangelegenheden betreffende de brandweer, alsmede de rampenbestrijding en hulpverlening; 3. zaken betreffende de informatievoorziening in de rijksdienst, alsmede de coördinatie van de interbestuurlijke informatievoorziening; 4. zaken betreffende het Rijks Computercentrum, Computer Centrum Limburg, Centrale Archief Selectiedienst en de interdepartementale informatievoorziening; 5. aangelegenheden betreffende het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf; 6. andere aangelegenheden die hem per geval werden toevertrouwd.
  • Was als staatssecretaris in het derde kabinet-Lubbers belast met 1. fiscale aangelegenheden en alle aangelegenheden de Belastingdienst betreffende; 2. aangelegenheden betreffende de financiën van de lagere overheden; 3. aangelegenheden betreffende de comptabiliteitswetgeving; 4. aangelegenheden betreffende het muntwezen, de Domeinen, het Rijksinkoopbureau, de Staatsloterij en het Vacatiegeldenbesluit.

Activiteiten

als parlementariër
  • Was in de Eerste Kamer financieel woordvoerder van zijn fractie
  • Was woordvoerder ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse zaken van de KVP-Tweede Kamerfractie. Voerde in 1976 het woord bij het debat over de levering van reactorvaten aan Zuid-Afrika.
  • Bracht in 1976 samen met Arend Vermaat (ARP) en Willem Scholten (CHU) via een initiatiefwetsvoorstel een wet tot stand waarbij de vennootschapsbelasting met 1 punt werd verhoogd en de zelfstandigenaftrek met f 400 werd verhoogd (13.346 )
  • Was in de perioden 1977-1980 en 1986-1989 financieel en fiscaal specialist van de CDA-Tweede Kamerfractie. Voerde in 1981 het woord bij het debat over de regeringsverklaring.

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1971 tot de zes leden van zijn fractie die bij de eerste lezing vóór het (verworpen) voorstel stemde tot verlaging van de leeftijd voor passief kiesrecht naar 21 jaar
  • Behoorde in 1974 tot de minderheid van zijn fractie die vóór het (verworpen) wetsvoorstel over opschorting van de overgang van rechtswege van gemeenten van rijks- naar gemeentepolitie ('politiestopwetje') stemde
  • Behoorde in 1975 tot de vier leden van de KVP-fractie die vóór een motie-Wiegel stemden over modernisering van artikel 240 WvS over gewelddadige, sadistische en pornografische (film)beelden
  • Behoorde in 1980 tot de vier leden van zijn fractie die tegen een (aangenomen) amendement-Faber stemden, om een minderheid het recht op enquête te verlenen
  • Stemde in 1982 als enige van zijn fractie tegen een motie-Van Es/Ter Veld over een wettelijke en financiële regeling voor kinderopvang
  • Stemde in 1988 als enige van zijn fractie vóór het wetsvoorstel Gemeentelijke herindeling van Utrecht-West

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1990 de beleidsbrief Privatisering Staatsloterij uit (20.966 )

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1981 als staatssecretaris van Financiën samen met staatssecretaris Hazekamp een wet (Stb. 143) tot regeling van de heffing van kansspelbelasting in casino's tot stand. In plaats van de speler wordt het casino belastingplichtig en het bruto speelresultaat wordt heffingsgrondslag. Het wetsvoorstel was in 1978 ingediend met staatssecretaris Nooteboom als ondertekenaar. (15.358 )
  • Bracht in 1983 als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken samen met staatssecretaris Koning een wet (Sb. 575) tot wijziging van de regeling van het Provinciefonds tot stand. De verdeelsystematiek wordt in overeenstemming gebracht met die van het Gemeentefonds, met een uitkeringsbasis en uitkeringspercentage. Aan de maatstaven gelijke delen en inwonertal wordt groter gewicht toegekend en aan de maatstaf oppervlakten een kleiner. (16.975 )
  • Bracht in 1983 samen met staatssecretaris Koning de Financiële-Verhoudingswet 1984 (Stb. 650) tot stand. Er komt een nieuw stelsel van verdeelmaatstaven, waarbij het inwonertal een kleinere rol speelt. Belangrijkste maatstaf wordt bebouwing. Hierbij worden onder meer drie groepen van gemeenten onderscheiden. Er komen verfijningen voor bodemgesteldheid, sociale structuur, groeikernen, waddeneilanden, rioleringen, historische kernen en voor gemeentelijke herindeling. De herziening leidt tot een verschuiving van middelen van kleinere gemeenten naar grotere gemeenten. (17.719 )
  • Bracht in 1984 samen met minister Rietkerk een wet tot vernieuwing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 667) tot stand. Hierdoor moet een beter bestuurlijk kader worden geschapen om regionale problemen doelmatiger aan te pakken. Door onder meer bundeling en integratie wordt orde geschapen in de veelheid van bestaande regelingen. Registratie van regelingen wordt verplicht en het ontstaan van zelfstandig operende bestuursorganen wordt tegengegaan. De invloed van deelnemende gemeenten wordt vergroot. Het wetsvoorstel was in 1980 ingediend door minister Wiegel en staatssecretaris Koning. (16.538 )
  • Bracht in 1985 een nieuwe Brandweerwet (Stb. 87) en de Rampenwet (Stb. 88) tot stand. De Brandweerwet bevatte regels over de minimumsterkte van brandweerkorpsen, regionale samenwerking, brandbeveiligingsverordeningen en de inspectie. De Rampenwet regelde de plicht tot opstelling van een rampenplan, legde de verantwoordelijkheid voor rampenbestrijding bij de burgemeester en bevatte regels over bijstand door bijvoorbeeld rijksdiensten en defensie. De Wet op de rampenplannen werd ingetrokken. De wetsvoorstellen waren 1981 ingediend door minister Wiegel. (16.695 , 16.978 )
  • Bracht in 1986 de Wet opheffing van de organisatie bescherming bevolking (Stb. 312) tot stand. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een 1980 gestarte reorganisatie van de rampenbestrijding. De organisatiestructuur van de BB (kringen) in de vorm van gemeenteschappelijke regelingen wordt ontmanteld. Een groot deel van het BB-personeel gaat over naar de nieuwe rampenbestrijdingsorganisatie. (19.394 )
  • Bracht in 1989 als staatssecretaris van Financiën een wet in het Staatsblad over omvorming van het Rijksinkoopbureau in de naamloze vennootschap N.V. Nederlands Inkoopcentrum (NIC). Het wetsvoorstel was in in 1988 ingediend en in 1989 in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Koning. (20.893 )
  • Bracht in 1990 als een wet tot invoering van een kleinschaligheidstoeslag (KST) en tot intrekking van de WIR (Wet investeringsrekening) tot stand. In plaats van de WIR, die in mei 1988 buiten werking was gesteld, komt er een aftrek in de IB en VB voor kleinschalige investeringen, met name in de landbouwsector. (21.343 )
  • Bracht in 1990 samen met staatssecretaris Kosto een nieuwe Invorderingswet (Stb. 221) tot stand, waarin de invordering van rijksbelastingen (zoals aanslag, dwang, uitstel, kwijtschelding, rente etc.) is geregeld. Het wetsvoorstel was in 1988 ingediend door staatssecretaris Koning en minister Korthals Altes. (20.588 )
  • Bracht in 1990 samen met minister Kok een wet (Stb. 355) tot stand over aftopping van het reiskostenforfait. Reiskosten boven de 30 km worden als privékilometers beschouwd en zijn niet langer aftrekbaar voor de belastingen. Hiermee wordt beoogd het woon-werkverkeer te beperken. (21.397 )
  • Bracht in 1990 samen met staatssecretaris De Graaff-Nauta de Wet overdracht taken OGB (Stb. 549) tot stand. De taken van de rijksbelastingdienst betreffende de heffing en invordering van onroerend-goedbelasting gaan over van het Rijk naar de gemeenten. (21.356 )
  • Bracht in 1990 samen met minister Hirsch Ballin een wet (Stb. 637) tot stand waarbij de fiscale aftrekbaarheid van boeten werd afgeschaft. Het wetsvoorstel was in 1987 ingediend door staatssecretaris Koning en minister Korthals Altes. (20.857 )
  • Bracht in 1991 een wijziging (Stb. 352) van de Wet op de inkomstenbelasting tot stand tot verhoging van het huurwaardeforfait (22.088 )
  • Bracht in 1991 een wet (Stb. 697) tot stand tot wijziging van het fiscale regime voor onderhoudsvoorzieningen en spaarvormen alsmede van het fiscale regime voor verzekeraars en directiepensioenlichamen ('brede herwaardering'). De mogelijkheden om een adequate pensioenvoorziening op te bouwen worden vergroot, en verzekeringen en spaarregelingen worden evenwichtiger behandeld. (21.198 )
  • Bracht in 1992 de Wet Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (SENS) (Stb. 282) tot stand. De exploitatie van de staatsloterij wordt omgezet van een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke vorm. De verzelfstandigde Staatsloterij kan daardoor beter inspelen op ontwikkelingen op de kansspelmarkt en zo haar marktaandeel beter veiligstellen. Voor het organiseren van een staatsloterij verleent de minister van Financiën vergunning aan de SENS. (22.029 )
  • Bracht in 1992 samen met de ministers Kok en Alders de Wet verbruiksbelastingen van brandstof, geheven naar een milieugrondslag (WABM) (Stb. 317) tot stand. Bestemmingsheffingen op brandstoffen worden omgezet in verbruiksbelastingen van brandstoffen, geheven naar het koolstofgehalte en de energie-inhoud van de brandstoffen. De opbrengsten hiervan komen ten goede aan de algemene middelen, ter financiering van het milieubeleid. De verantwoordelijkheid voor de inning gaat over van VROM naar Financiën. (22.405 )
  • Bracht in 1992 de Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) (Stb. 709) tot stand die de bijzondere verbruiksbelasting voor auto's verving. Er komen aparte, grijze kentekens voor motorvoertuigen die niet voor personenvervoer zijn bedoeld. (22.868 )
  • Bracht in 1993 een wet (Stb. 310) tot stand waardoor inkomsten uit kamerverhuur door particulieren tot f. 5.000 werd vrijgesteld van inkomstenbelasting (22.336 )
  • Bracht in 1994 samen met staatssecretaris De Graaff-Nauta een wijziging (Stb. 419) van de Gemeentewet met betrekking tot materiële belastingbepalingen tot stand. Op basis van een advies van de Commissie-Christiaanse worden in de nieuwe Gemeentewet bepalingen opgenomen over het gemeentelijk belastinggebied. Vanwege decentralisatie en een terugtredende rijksoverheid is versterking van de rol van de gemeenten wenselijk. Belastingen die door gemeenten worden geheven, zijn de onroerend-goedbelasting, baatbelastingen, forensenbelasting, toeristenbelasting, hondenbelasting, reclamebelasting, precariobelastingen en diverse rechten. (21.591 )

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
Zijn vader was kruidenier (Spar-winkel)

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Landbouw en Visserij, oktober 1973

Publicaties/bronnen

publicaties
artikelen in economische en politieke tijdschriften en dagbladen

literatuur/documentatie
  • T. van Rijckevorsel en H. Enkelaar, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1988)
  • Elsevier, 14 april 1990
  • "Moe van de politiek. Marius van Amelsvoort (1930-2006)", NRC Handelsblad, 1 juni 2006

Uitgebreide versie

uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.