Mr. G. van Tienhoven

foto Mr. G. van Tienhoven
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Sociaal voelende liberale politicus uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Afkomstig uit een aannemersfamilie uit het protestantse deel van Brabant. Studeerde aanvankelijk theologie. Na de advocatuur hoogleraar in Amsterdam en in 1878 Tweede Kamerlid. Vanaf 1880 elf jaar een bekwaam burgemeester van Amsterdam, die onder meer zorgde voor verbetering van de nutsvoorzieningen. Zette zich ook in voor verheffing van het Atheneum tot universiteit. Was tevens Eerste Kamerlid. In 1891 formateur en minister van Buitenlandse Zaken. Het door hem geleide kabinet struikelde over het kiesrechtvraagstuk. Hij kwam daarna in conflict met Tak van Poortvliet over de kamerontbinding. Later Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Gematigde, innemende persoon. Vertrouweling van regentes Emma.

liberaal
in de periode 1878-1911: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister, Commissaris van de Koning(in), burgemeester van Amsterdam

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornaam

Gijsbert

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
De Werken (gem. De Werken en Sleeuwijk, N.Br.), 12 februari 1841

overlijdensplaats en -datum
Bentveld (gem. Zandvoort), 10 oktober 1914

3.

Partij/stroming

stroming(en)
  • liberaal
  • lid kiesvereniging "Grondwet"
  • lid kiesvereniging "Burgerpligt"

4.

Hoofdfuncties/beroepen (10/17)

  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 maart 1878 tot 21 december 1879 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • burgemeester van Amsterdam, van 1 januari 1880 tot 21 augustus 1891 (benoemd bij K.B. van 11 december 1879)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 28 juli 1880 tot 11 oktober 1884 (voor Noord-Holland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 (voor Noord-Holland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor Noord-Holland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 21 augustus 1891 (voor Noord-Holland)
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 21 augustus 1891 tot 21 maart 1894
  • voorzitter van de ministerraad, van 21 augustus 1891 tot 21 maart 1894 (formeel tijdelijk)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 7 juni 1894 tot 27 januari 1897 (voor Noord-Holland)
  • Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, van 1 februari 1897 tot 1 augustus 1911 (benoemd bij K.B. van 27 januari 1897)

(in)formateurschap(pen)
  • kabinetsformateur, van 26 juli 1891 tot 16 augustus 1891

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties (2/11)

  • lid bestuur Vereeniging tot het vormen eene openbare verzameling van hedendaagsche kunst
  • lid hoofdbestuur Nederlandsch Genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen

afgeleide functies, presidia etc. (2/8)
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1895 tot april 1896
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1896 tot april 1897

comités van aanbeveling, erefuncties etc. (2/4)
  • erevoorzitter Internationale Koloniale en Uitvoerhandel-tentoonstelling te Amsterdam, oktober 1883
  • erevoorzitter diverse culturele organisaties

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als parlementariër
  • Sprak als Tweede Kamerlid onder meer over waterstaat, binnenlandse zaken, financiën en spoorwegaangelegenheden
  • Sprak in de Eerste Kamer onder meer over buitenlandse zaken, binnenlandse zaken, financiën en koloniën en interpelleerde in 1896 minister Van der Sleyden over de toestand van de duinen bij Callantsoog

opvallend stemgedrag (0/1)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bevorderde als minister de organisatie van een internationale conferentie over de codificatie van het privaatrecht in Den Haag. Dit kan worden beschouwd als een eerste stap om Den Haag een centrum voor internationaal recht te maken.

8.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Stelde zich in 1889 niet langer kandidaat voor de Amsterdamse gemeenteraad, omdat hij het door de toegenomen partijstrijd in de raad moeilijk vond om als onpartijdig raadsvoorzitter op te treden
  • Kreeg bij K.B. van 19 maart 1894 per 21 maart ontslag als minister. Trad af omdat hij zich als enige minister keerde tegen de Kamerontbinding vanwege de kiesrechtkwestie.

uit de privésfeer
  • In 1933 vervaardigde A.F.H. Falise een bronzen borstbeeld van hem. Dat bevindt zich in het museum van de Universiteit van Amsterdam.
  • Zijn vader was aannemer van openbare werken en grondeigenaar te Werkendam
  • Zijn moeder kwam na de dood van haar ouders onder voogdij van het Eerste Kamerlid B. Verhey van de Bogaard

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.