liberaal, oud- of vrije liberalen
functie(s) in de periode 1886-1897: lid Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Philippe Willem
titulatuur en naam
Ph.W. van der Sleyden Philippe Willem
geboorteplaats en -datum
Deventer, 8 januari 1842
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 11 december 1923
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
(oud-)liberaal
Hoofdfuncties/beroepen
- surnumerair van waterstaat, adjudant van waterstaatkundig inspecteur F.W. Conrad, te 's-Gravenhage, van 1 oktober 1864 tot 1 mei 1866
- aspirant-ingenieur van waterstaat, belast met de arrondissementsdienst in Groningen, van 1 mei 1866 tot 1868
- waarnemend hoofd, dienst van hoofdingenieur der waterstaat in de provincie Groningen, van 1868 tot 1 januari 1869 (nadat de dienstdoende chef door een beroerte was getroffen)
- ingenieur tweede klasse, Rijkswaterstaat, arrondissement Groningen, van 15 januari 1869 tot 1 juli 1870
- ingenieur tweede klasse, Rijkswaterstaat, arrondissement Arnhem (per 1 januari 1876 uitgebreid met een deel van het arrondissement Nijmegen), van 1 juli 1870 tot juni 1886 (op non-activiteit 1881)
- lid gemeenteraad van Arnhem, van september 1875 tot april 1888
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 maart 1881 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Arnhem)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Arnhem)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 1 november 1886 (voor het kiesdistrict Arnhem)
- ingenieur eerste klasse, Rijkswaterstaat, van 1 november 1886 tot juni 1889 (op non-activiteit tot april 1888)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 november 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Arnhem)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Arnhem)
- ingenieur tweede klasse, Rijkswaterstaat, arrondissement Zutphen, van april 1888 tot 1 augustus 1888
- ingenieur tweede klasse, Rijkswaterstaat, rivierarrondissement Nijmegen, van 1 augustus 1888 tot 1 juli 1889
- hoofdingenieur Rijkswaterstaat te Maastricht, van 1 juli 1889 tot 9 mei 1894
- minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 9 mei 1894 tot 27 juli 1897
- ambteloos, vanaf juli 1897
Nevenfuncties
- lid commissie van hoofdingenieurs en ingenieurs voor de aanleg van een kanaal van Amsterdam naar de Rijn door de Gelderse Vallei
- lid commissie arbeidsinspectie, 1886
- lid bestuur voor Nederland van de Vereniging voor Internationale Scheepvaartcongressen (na zijn ministerschap)
- voorzitter examencommissie Polytechnische School te Delft (na zijn ministerschap)
- voorzitter Raad van Commissisarissen RDM (Rotterdamsche Droogdok Maatschappij) (na zijn ministerschap)
- voorzitter KNAG (Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap) (na zijn ministerschap)
- voorzitter Vereniging voor Delftse ingenieurs, omstreeks 1901
afgeleide functies, presidia etc.
lid parlementaire enquêtecommissie naar de toestand in fabrieken en werkplaatsen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1886 tot 1887
Opleiding
academische studie
- civiele techniek (ingenieursexamen), Polytechnische School te Delft, tot 1863
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak als Tweede Kamerlid onder meer over waterstaatszaken, koloniale zaken, de marine en militaire aangelegenheden. Hield zich vooral bezig met technische aspecten.
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Diende in 1895 het eerder door Lely ingediende voorstel inzake de afsluiting of inpoldering van de Zuiderzee opnieuw in, maar het kwam niet tot afhandeling van dit voorstel
- Diende in 1897 een ontwerp-Ongevallenwet (verzekering van werklieden tegen bedrijfsongevallen) in. Het wetsvoorstel werd door zijn opvolger ingetrokken en vervangen door een nieuw wetsvoorstel.
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1895 de Veiligheidswet tot stand, die de veiligheid en gezondheid van arbeiders in fabrieken en werkplaatsen met machines moest verbeteren. De Arbeidsinspectie werd belast met naleving van de wet. In 1896 kwam tevens een wijziging van de Hinderwet tot stand, waardoor er ook voor 'externe' gevaren van fabrieken een betere regeling kwam. Het wetsvoorstel was in 1893 ingediend door minister Lely.
- Bracht in 1895 de Keurenwet tot stand. Deze bepaalde dat besturen van waterschappen, veenschappen en veenpolders verordeningen (keuren) konden maken. Deze moesten binnen tien jaar na goedkeuring werden herzien. De keuren werden ter goedkeuring voorgelegd aan Gedeputeerde Staten.
- Bracht in 1895 de Wet op het bakenwezen op openbare wateren tot stand. Deze regelde de bebakening in het belang van de scheepvaart. Daarvoor werd als regel geen betaling verlangd.
- Bracht in 1895 de Verveningenwet tot stand, die het uitvoeren van verveningen aan een vergunning van Gedeputeerde Staten bond, die daarover kon besloten na advies van een water-, veen- of polderschap
- Bracht in 1896 de Stoomwet tot stand, die regels bevatte over het voorkomen van gevaren (zowel voor goederen als voor arbeiders) door het gebruik van stoomketels. Het wetsvoorstel was in 1893 ingediend door minister Lely.
- Bracht in 1897 de wet tot instelling van Kamers van Arbeid tot stand. In deze gemeentelijk georganiseerde kamers zaten vertegenwoordigers van patroons en werklieden uit bepaalde bedrijfstakkken, die over arbeidsaangelegenheden konden adviseren en konden bemiddelen. In 1922 werden deze kamers opgeheven, omdat ze niet aan de verwachtingen hadden voldaan.
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
- Zijn eerste echtgenote was zijn nicht
- In mei 1869 overleed een 10 maanden oud zoontje; een dochtertje van 3 jaar overleed in januari 1880
- Hij hertrouwde in 1909 met een dochter van het in 1902 overleden Tweede Kamerlid (en waterstaatkundige) J.F.W. Conrad
verkiezingen
- Versloeg in 1881 bij een tussentijdse verkiezing in het district Arnhem A.Ph.R.C. baron van der Borch van Verwolde (arp). Derde kandidaat was oud-minister H.J. Enderlein.
- Versloeg in 1881 bij de periodieke verkiezingen jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland (arp)
- Werd in 1884 bij algemene verkiezingen samen met A. baron Schimmelpenninck van der Oye (arp) met gering verschil gekozen. Niet gekozen werden W. Rooseboom (lib.) en W.G. baron Brantsen van de Zijp (arp).
- Versloeg in 1886 en 1887 bij de algemene verkiezingen A. baron Schimmelpenninck van der Oye (arp) en R. Melvil baron van Lynden (arp)
- Was in 1888 geen kandidaat
- Werd in 1901 bij een tussentijdse verkiezing in het district Deventer met ruim verschil verslagen door H.P. Marchant (vdb)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Arnhem, omstreeks 1875 (nog in 1880)
- 's-Gravenhage, Laan van Meerdervoort 99, tot 11 december 1923
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
"Het Vaderland", 13 december 1923
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te 's-Gravenhage, 29 augustus 1866 (echtgenote overleden)
- gehuwd (tweede huwelijk) te 's-Gravenhage, 19 augustus 1909
echtgeno(o)t(e)/partner
E.J.M. La Grappe Dominicus, Elisabeth Johanna Margaretha Henriëtta
2e echtgeno(o)t(e)/partner
C.Ch.A. Conrad, Catharina Christina Antoinette
vader
C.G. van der Sleyden, Cornelis Guillaume
geboorteplaats en/of -datum
Leiden, 29 november 1794
beroep vader
officier (ritmeester)
moeder
E.L.J. de Schwartz, Emilie Louise Josine
geboorteplaats en/of -datum
Maastricht, 3 maart 1801