Dr. I. (Ivo) Samkalden

foto Dr. I. (Ivo) Samkaldenvergrootglas

Vooraanstaande PvdA-jurist en bestuurder. Was ambtenaar in Nederlands-Indië en hoogleraar agrarisch recht in Wageningen. Twee keer betrekkelijk kort minister van Justitie: in het vierde kabinet-Drees en in het kabinet-Cals . Kon daardoor wel wetgeving voorbereiden, maar minder tot stand brengen. Korte tijd invloedrijk lid van de PvdA-Tweede Kamerfractie en daarna senator. Na zijn laatste ministerschap werd hij burgemeester van Amsterdam, in welke functie hij te maken kreeg met allerlei openbare-ordeproblemen (o.a. rond de metro-aanleg) en met spanningen in het college van B&W. Krachtig en bekwaam bestuurder met enorme werkkracht, die bekendstond als een scherpzinnig jurist.

PvdA
in de periode 1956-1966: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister, burgemeester van Amsterdam, minister van staat

Voornaam (roepnaam)

Ivo (Ivo)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 10 augustus 1912

overlijdensplaats en -datum
Amsterdam, 11 mei 1995

levensbeschouwing
geen godsdienst

Partij/stroming

partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 1946

Hoofdfuncties/beroepen

  • agronomisch adviseur van de resident van Soerabaja (Ned.-Indië), van 1938 tot 1942
  • aspirant-controleur, Binnenlands Bestuur te Soerabaja, tot juli 1939
  • aspirant-controleur, Binnenlands Bestuur te Sidoardjo, tot april 1940
  • bestuursassistent belast met agrarische aangelegenheden (rechtstoestand van particuliere landerijen) te Soerabaja, van 1 maart 1940 tot april 1942
  • ambtenaar juridische afdeling, ministerie van Overzeese Gebiedsdelen, van januari 1946 tot september 1946
  • secretaris en adviseur voor juridische aangelegenheden, Commissie-Generaal voor Nederlands-Indië, van 12 september 1946 tot juni 1947
  • assistent staatsrecht, Rijksuniversiteit Leiden, van juni 1947 tot 1 januari 1948 (assistent van prof. R. Kranenburg)
  • hoofd afdeling wetgeving en juridische zaken (rang: raadadviseur), ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, van 1 januari 1948 tot mei 1952
  • hoogleraar agrarisch recht, Landbouwhogeschool te Wageningen, van 6 mei 1952 tot 13 oktober 1956 (benoemd bij K.B. van 1 februari 1952)
  • lid Provinciale Staten van Gelderland, van 6 juli 1954 tot 13 oktober 1956
  • minister van Justitie, van 13 oktober 1956 tot 22 december 1958
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 maart 1959 tot 1 september 1960
  • buitengewoon hoogleraar recht van de internationale organisaties, Rijksuniversiteit Leiden, van 20 oktober 1959 tot 1 september 1960
  • hoogleraar recht van de internationale organisaties, Rijksuniversiteit Leiden, van 1 september 1960 tot 14 april 1965
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1960 tot 14 april 1965
  • minister van Justitie, van 14 april 1965 tot 22 november 1966
  • minister van Binnenlandse Zaken ad interim, van 31 augustus 1966 tot 5 september 1966 (na het aftreden van minister Smallenbroek)
  • burgemeester van Amsterdam, van 1 augustus 1967 tot 1 juni 1977 (benoemd bij K.B. van 17 juni 1967)
  • bijzonder hoogleraar internationale instrumenten tot vrijheidsbescherming (Cleveringa-leerstoel), Rijksuniversiteit Leiden, van 1 september 1978 tot 1 september 1979

ambtstitel
  • minister van staat, van 22 januari 1985 tot 11 mei 1995

gevangenschap/internering
  • internering door de Japanners, van april 1942 tot september 1945
  • gevangenschap door de Republiek Indonesia, van oktober 1945 tot 13 november 1945

Activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich als Tweede Kamerlid vooral bezig met buitenlandse zaken (Europese samenwerking, Benelux)
  • Was in 1960 woordvoerder bij het debat over het wetsvoorstel tot goedkeuring van het Benelux-verdrag
  • Hield zich als Eerste Kamerlid onder meer bezig met justitie, Europese samenwerking en overzeese rijksdelen. Voerde tevens in 1961 het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel Wet erkenningen tuinbouw en in 1962 van de ontwerp-Provinciewet.
  • Interpelleerde op 22 januari 1963 minister Luns over de benoeming van D.P. Spierenburg tot hoofd van de permanente vertegenwoordiging bij de E.E.G. en Euratom

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Verdedigde in 1958 in de Tweede Kamer samen met regeringscommissaris J. Drion met succes een wetsvoorstel tot vaststelling van boek 2 (rechtspersonen) van het nieuwe Burgerlijke Wetboek. Het wetsvoorstel was in 1954 ingediend door minister Donker en werd in 1960 door minister Beerman in het Staatsblad gebracht. (3.769)
  • Besloot in 1966 tot tijdelijke strafonderbreking voor de oorlogsmisdadiger Willy Lages in verband met diens gezondheidstoestand; hoewel die gezondheidstoestand meeviel, bleef Lages in vrijheid
  • Legde op 16 juni 1966 samen met minister Smallenbroek in de Tweede Kamer een verklaring af over de rellen in Amsterdam
  • Diende in 1966 een wetsvoorstel tot wijziging van de Onteigeningswet in (regeling grondprijzen). Dit voorstel werd later ingetrokken. (8.941)
  • Bracht in 1966 samen met minister De Jong de Nota over een nieuw militair strafprocesrecht uit. Hierin worden vraagpunten geformuleerd over een algehele herziening van het militair strafprocesrecht, zoals: moet er een afzonderlijke militaire rechter blijven bestaan, hoe moet de organisatie van de krijgsraden zijn en welke rechtsmiddelen moeten er zijn. (8.706)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1957 de wet tot regeling van rechtsbijstand aan on- en minvermogenden in het Staatsblad (Stb. 233). Op grond van deze wet kunnen mensen die zelf onvoldoende financiële middelen hebben een volledige of gedeeltelijke bijdrage krijgen in de kosten van rechtsbijstand. Een consultatiebureau dat in ieder arrondissement is gevestigd, oordeelt over een verzoek daartoe. Het wetsvoorstel was in 1953 ingediend door minister Donker. (3.266)
  • Bracht in 1957 samen met minister Struycken de Politiewet (Stb. 244) tot stand. De politie wordt verdeeld in gemeentepolitie (voor gemeenten van boven de 25.000 inwoners en aangewezen gemeenten) en rijkspolitie. Verder komen er regels over de rechtspositie, tucht en benoemingsvereisten van politieambtenaren, en over de taken en bevoegdheden van de politie. Het wetsvoorstel was in 1954 ingediend door de ministers Beel en Donker. (3.525)
  • Bracht in 1958 een wet (Stb. 7) tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering tot stand waardoor de mogelijkheid werd ingevoerd van de zgn. politietransactie bij verkeersovertredingen. Opsporingsambtenaren (zoals politieagenten) krijgen de bevoegdheid verkeersovertredingen en andere lichte strafbare feiten direct te beboeten, zonder tussenkomst van de kantonrechter. Het wetsvoorstel was in 1956 ingediend door minister Van Oven. (4.415)
  • Bracht in 1958 samen met minister Mansholt (ondertekening vond plaats door diens opvolger Vondeling) een nieuwe Pachtwet (Stb. 37) tot stand, die het Pachtbesluit 1941 vervangt. Deze wet bepaalt dat een pachtovereenkomst ter goedkeuring moet worden overlegd aan de Grondkamer, die onderzoekt of de prijs in redelijke verhouding staat tot de bedrijfsuitkomsten. De duur van de pacht is twaalf jaar bij een hoeve en zes jaar bij land. Verlenging met zes jaar is mogelijk. Pachters krijgen een voorkeursrecht bij overgang van eigendom. Eventuele rechtsgeschillen worden voorgelegd aan een Pachtkamer bij een kantongerecht. Het wetsvoorstel was in 1955 ingediend en toen medeondertekend door minister Donker. (3.884)
  • Bracht in 1958 wetten (Stbb. 590 en 591) tot vaststelling van Boek 1 (personen- en familierecht) van het nieuwe Burgerlijke Wetboek tot stand. De wetsvoorstellen waren in 1954 ingediend door minister Donker. (3.768 & 3.769)
  • Bracht in 1966 de Wet vakantie met behoud van loon (Stb. 290) tot stand. Hierdoor wordt een recht op een minimum aantal vakantiedagen wettelijk vastgelegd. Het voorstel was in 1963 door minister Beerman ingediend. (7.168)

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Was een schoonzoon van Prof. E.M. Meijers, regeringscommissaris voor de herziening van het Burgerlijk Wetboek
  • Zijn broer stierf in 1943 in Mauthausen
  • Zijn echtgenote was apotheker
  • Zijn vader was inspecteur van de oliewinplaatsen van de Dordtsche Petroleummaatschappij op Sumatra (Ned.-Indië) en president-directeur van R.S. Stokvis & Zn. te Rotterdam, maar was later werkloos

niet-aanvaarde politieke functies
  • lid Eerste Kamer, november 1956 (niet aanvaard vanwege ministerschap)
  • vicepresident van de Raad van State, juli 1972 (geweigerd)

Publicaties/bronnen

publicaties
  • "Het college van gedelegeerden uit de Volksraad" (dissertatie, 1938)
  • "Behartiging van collectieve belangen in de agrarische wetgeving" (inaugurele rede, 1952)
  • "Algemene beginselen van behoorlijk bestuur" (prae-advies over administratief recht, met G.J. Wiarda, 1952)
  • "Structuur en bestuurskracht van internationale organisaties" (inaugurele rede, 18 november 1960)
  • "Twee zienswijzen op het Europese ambt" (samen met mr. G.J. Balkenstein, 1962)
  • "Europese integratie" (een reeks publicaties vanwege het Europa-Instituut van de Rijksuniversiteit te Leiden, 1962)
  • "A dutch retrospective view on european and atlantic co-operation" (in internationale spectator Jrg. XIX nr. 7)
  • "De groei der internationale organisaties" (in: Vooruitzichten der rechtswetenschap (1964))
  • "Vrijheid van vestiging en dienstverlening in de EEG" (met anderen, 1964)
  • "Sociaal-economische wetgeving in nationaal en Europees verband" (met anderen, 1966)
  • "Politie en openbare orde" (uitgave Wiardi Beckman Stichting, 1967)

literatuur/documentatie
  • H. de Liagre Böhl, "Samkalden, Ivo (1912-1995)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel VI (digitale versie)
  • Winkler Prins Jaarboek 1957

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.