Mr. J.G. (Koos) Rietkerk

foto Mr. J.G. (Koos) Rietkerkvergrootglas

Hardwerkende VVD-politicus van gereformeerden huize. Na functies bij de VNG en een werkgeversorganisatie Tweede Kamerlid en vervolgens staatssecretaris van Sociale Zaken in het kabinet-Biesheuvel. Was als Kamerlid de voornaamste pleitbezorger van invoering van een Nationale Ombudsman. Werd in december 1977 fractieleider van de VVD toen Wiegel vicepremier was geworden. Als minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Lubbers I voerde hij een beleid waarbij werd gekort op ambtenarensalarissen. Werd daarom mikpunt van ambtenarenprotesten ('Boos op Koos'). Keerde zich tegen een aparte provincie Rijnmond. Overleed als minister op zijn werkkamer. Integer formeel optredend politicus zonder flair en humor.

VVD
in de periode 1967-1986: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, staatssecretaris, minister

voornamen (roepnaam)

Jacobus Gijsbert (Koos)

personalia

geboorteplaats en -datum
Boskoop, 14 december 1927

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 20 februari 1986

levensbeschouwing
  • Gereformeerd (opgevoed), tot 1958
  • geen godsdienst (later)

partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 1958

hoofdfuncties en beroepen

  • advocaat en procureur (op een advocatenkantoor) te Haarlem, van 28 januari 1953 tot 1956 (in de avonduren)
  • juridisch medewerker, Rijks Emigratie Dienst, van 1953 tot 1956
  • juridisch medewerker, VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), van 1956 tot 1959
  • secretaris CSWV (Centraal Sociaal Werkgevers Verbond), van 1959 tot februari 1967
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 28 juli 1971
  • staatssecretaris van Sociale Zaken (belast met sociale zekerheid), van 28 juli 1971 tot 23 april 1973
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 januari 1973 tot 1 september 1973
  • directeur Sociale Zaken, VNO (Verbond van Nederlandse Ondernemingen), van 1 september 1973 tot 1 september 1974
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 september 1974 tot 4 november 1982
  • fractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1977 tot 27 mei 1981
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 4 november 1982 tot 20 februari 1986

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris in het bijzonder belast met a. aangelegenheden betreffende de sociale zekerheid, b. wetgeving op het gebied van de arbeidsvoorziening

partijpolitieke functies

  • lid bestuur VVD afdeling Lisse
  • voorzitter VVD afdeling Wassenaar
  • voorzitter VVD-commissie inkomensbeleid, 1973
  • voorzitter werkgroep arbeid, Prof.Mr. B.M. Teldersstichting
  • lid curatorium Prof.Mr. B.M. Teldersstichting
  • lid fractiebestuur VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1974 tot mei 1977
  • tweede fractiesecretaris VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1977 tot 19 december 1977
  • vicefractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 1981 tot 29 oktober 1982

nevenfuncties

  • lid Sociale Verzekeringsraad
  • lid redactie "Beleid en Maatschappij"
  • adviseur CSWV (Centraal Sociaal Werkgeversverbond), van 1967 tot 1971
  • secretaris Studiegenootschap van Bedrijfsjuristen, omstreeks 1969
  • lid Ziekenfondsraad
  • adviseur VNO (Vereniging van Nederlandse Ondernemers)
  • vicevoorzitter Ziekenfondsraad
  • voorzitter Stichting Rechtsbijstand Militairen
  • docent Stichting Studiecentrum Bedrijfsbond
  • secretaris Nederlands Genootschap van Bedrijfsjuristen
  • lid bestuur Bejaardencentrum "Steenvoorde" te Rijswijk
  • lid Raad van Commissarissen "De Vries en Zoon" B.V. te Barneveld
  • lid Raad van Commissarissen scheepswerf en machinefabriek "Boele" te Ridderkerk
  • lid Raad van Commissarissen AHOG B.O.B. (Algemene Handelsmaatschappij van Onroerende Goederen) te 's-Gravenhage
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Ravast te Den Haag
  • lid Raad van Commissarissen Beheermaatschappij "Koops" te Wijster

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter bijzondere commissie wetsontwerp Wijziging artikelen 1637s en 1638r (mogelijkheid spaarloonregeling) van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 16 oktober 1969 tot februari 1971
  • voorzitter bijzondere commissie voor het voorstel van wet van de leden Lamberts en Roethof inzake abortus provocatus (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 14 oktober 1970 tot 28 juli 1971
  • ondervoorzitter vaste commissie voor Sociale Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 19 juni 1973 tot 1 september 1973
  • ondervoorzitter bijzondere commissie voor de Interimnota inzake de bestrijding van werkloosheid/Nota inzake de werkgelegenheid (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 15 oktober 1974 tot april 1978
  • ondervoorzitter bijzondere commissie voor het wetsvoorstel Wet Instelling van een Commissaris van Onderzoek (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 23 november 1976 tot augustus 1980
  • voorzitter subcommissie parlementaire controle van de bijzondere commissie Onderzoek aanschaffingsbeleid defensiemateriaal (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1976 tot 1978
  • voorzitter vaste commissie voor de Nationale Ombudsman (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 7 april 1981 tot 4 november 1982
  • voorzitter vaste commissie voor de betrekkingen met de Nederlandse Antillen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 30 september 1981 tot 4 november 1982

opleiding

voortgezet onderwijs
  • m.u.l.o.
  • h.b.s.-b, "Christelijk Lyceum" te Haarlem, tot 1946
  • gymnasium-b (staatsexamen), tot 1947

academische studie
  • Nederlands recht, Rijksuniversiteit Leiden, van 1947 tot juli 1952

activiteiten

als parlementariër
  • Was in de perioden 1967-1971 en 1974-1977 woordvoerder justitie en sociale zaken van de VVD-Tweede Kamerfractie
  • Interpelleerde op 8 februari 1977 de ministers Boersma en Lubbers over de weigering van de regering om in te grijpen in een conflict over de prijscompensatie

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in februari 1968 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Van der Stoel stemde, waarin de regering werd gevraagd aan te dringen op stopzetting van de bombardementen in Vietnam en op het starten van onderhandelingen
  • Behoorde in 1968 tot de drie leden van zijn fractie die tegen een amendement-Wierenga stemden waardoor de man niet langer als hoofd van een echtverbintenis zou worden aangemerkt
  • Stemde in 1969 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers
  • Behoorde in 1970 tot de minderheid van de VVD-fractie die vóór afschaffing van de opkomstplicht was
  • Behoorde in 1974 tot de vier leden van zijn fractie die vóór een (verworpen) amendement-Hermes stemden over het schrappen van de verplichting aan gemeenten om een bibliotheek in stand te houden
  • Behoorde in 1976 tot de zes leden van zijn fractie die tegen liberalisering van de Opiumwet stemden

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Verdedigde in 1972 samen met staatssecretaris Van Veenendaal de in 1970 verschenen Nota Bejaardenbeleid. De nota bevatte een vijfjarenplan waarmee de grootste knelpunten moesten worden opgelost. Voorstellen zijn verbetering van de AOW, bouw van 12.000 bejaardenwoningen per jaar, uitbreiding van het aantal gezinshulpen en wijkverpleegkundigen, uitbreiding van het aantal dienstencentra en 10.000 extra verpleegbedden per jaar. Besloten werd volledige uitvoering aan de plannen te geven. (10.934)
  • Verving per 1 januari 1972 de subsidiëring van dagverblijven voor gehandicapten door financiering via de AWBZ. Het kabinet-De Jong had daar eerder in principe al toe besloten. Hij bepaalde dat ook de gezingsvervangende tehuizen voor gehandicapten via de AWBZ zouden worden gefinancierd. Een aanhangig wetsvoorstel over beheersinginstrumenten voor de planning bleef onafgedaan.
  • Verdedigde in 1982 als minister van Binnenlandse Zaken samen met staatssecretaris Van der Reijden met succes een herziening van de Wet op de lijkbezorging. Het wetsvoorstel was in 1971 door minister Beernink ingediend en zou in 1991 door minister Dales in het Staatsblad worden gebracht.
  • Was in 1983 de eerste ondertekenaar van de Minderhedennota, waarin het minderhedenbeleid uit de ontwerp-nota van minister Wiegel nader werd uitgewerkt. Er komen geen voorzieningen voor specifieke groepen, maar algemene voorzieningen voor zowel autochtonen als allochtonen. Het voortrekken van minderheden wordt afgewezen. Wel komen er extra middelen voor het wegwerken van achterstanden, onder meer voor de inzet van extra leerkrachten. Het tegengaan van discriminatie wordt geïntensiveerd. (16.102)
  • Bracht in 1983 samen met staatssecretaris Kappeyne van de Coppello het Emancipatieplan Binnenlandse Zaken uit. Daarin stond dat het aantal vrouwen in overheidsfuncties (ook bij brandweer en politie) flink moest worden uitgebreid. Bij gelijkwaardige sollicitanten zouden vrouwen de voorkeur krijgen. (18.043)
  • Bracht in 1983 de Nota Organisatie binnenlands bestuur uit. Kernpunten daarvan zijn voorkoming van een vierde bestuurslaag en afwijzing van regionale provincies-nieuwe-stijl. De aanpak van regionale problemen zal primair vanuit de gemeenten door intergemeentelijke samenwerking moeten worden opgelost. Er wordt vastgehouden aan de splitsing van Zuid-Holland. Verder komt er een provincie Flevoland, maar vorming van een provincie Twente wordt afgewezen. Provincies zullen meer taken krijgen en moeten met name een stroomlijnende, toezichthoudende en conflict beslechtende rol spelen bij de intergemeentelijke samenwerking. (17.944)
  • Bracht in 1983 een Decentralisatieplan uit. Daarin staan concrete voornemens en een tijdschema voor het overhevelen van rijkstaken naar gemeenten en provincies. Het betreft onder meer taken op het gebied van volksgezondheid en welzijn, onderwijs, natuur- en landschap, miliueregels, stads- en dorpsvernieuwing, monumentenzorg en politie. Het plan bevat ook taken die juist wel op centraal niveau moeten worden gehandhaafd, zoals beheer van hoofd(vaar)wegen, tarieven openbaar vervoer, normstelling bij milieuhygiëne, verdeling van het stadsvernieuwingsbudget en huur- en subsidiebeleid. (16.492)
  • Trok in 1983 het in 1976 ingediende wetsvoorstel Wet reorganisatie binnenlands bestuur in (14.322)
  • Kreeg in oktober en november 1983 te maken met langdurige stakingsacties van rijks-, gemeente-, spoorweg- en PTT-ambtenaren, die zich keerden tegen zijn beleid om 3,5% (bruto) te korten op de ambtenarensalarissen. Uiteindelijk besloot het kabinet tot een korting van 3 procent.
  • Trok in mei 1984 het in 1980 ingediende wetsvoorstel tot splitsing van Zuid-Holland in, nadat daarover in de Tweede Kamer verdeeldheid bleek te bestaan en omdat de kosten te hoog zouden zijn (16.804)
  • Bracht in 1984 samen met minister-president Lubbers een notitie uit met het kabinetsstandpunt over het rapport van de Staatscommissie-Biesheuvel inzake de relatie kiezers-beleidsvorming. Het kabinet houdt vast aan de door de Kroon benoemde burgemeester. (18.807)
  • Bracht in 1985 een nota uit over de regeling en financiering van vrijwillige vervroegde uittreding uit overheidsdienst (19.118)
  • In 1985 verwierp de Eerste Kamer met 41 tegen 27 stemmen het door hem verdedigde wetsvoorstel tot wijziging van de grens tussen Blaricum en Huizen. De overgang van de wijk Oostermeent naar Huizen werd gezien als te grote aantasting voor de positie van Blaricum. (18.618)
  • Verdedigde in 1985 het kabinetsstandpunt dat een met de VS te sluiten overeenkomst over de zeggingsmacht over de 48 kruisraketten op Nederlands grondgebied niet ongrondwettig was
  • Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap: Van Agt (CDA, Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant), Patijn (PvdA, Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland), De Bruijne (VVD, Commissaris van de Koningin in Gelderland), Beelaerts van Blokland (CDA, Commissaris van de Koningin in Utrecht); Van Thijn (PvdA, burgemeester van Amsterdam), Havermans (CDA, burgemeester van 's-Gravenhage), Staatsen (PvdA, burgemeester van Groningen), Schmitz (PvdA, burgemeester van Haarlem)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1972 als staatssecretaris van Sociale Zaken de Wet verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 400) tot stand. Hierdoor kan een representatieve organisatie van beroepsgenoten het deelnemen in een collectieve pensioenregeling verplicht stellen. Daartoe kan een beroepspensioenfonds worden opgericht of een verzekeringsovereenkomst worden gesloten, waarop een stichting toezicht houdt. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door zijn voorganger Roolvink. (10.216)
  • Bracht in 1972 samen met minister Boersma een wijziging (Stb. 43) van de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag en van diverse sociale verzekeringswetten tot stand over vereenvoudiging van de indexering. De indexering vindt voortaan tweemaal per jaar plaats, op 1 januari en 1 juli, naar de loonstijging per 31 oktober en 30 april daaraanvoorafgaande. De verhoging vindt per beschikking plaats en niet meer via AMvB. (11.614)
  • Bracht in 1972 een wet tot stand tot wijziging van enkele sociale-verzekeringswetten en tot verhoging van de inkomensgrens voor de ziekenfondsverzekering bejaarden. Hierdoor werden onder meer stappen gezet om het AOW-pensioen voor gehuwden en AWW-uitkering op te trekken tot het besteedbare minimumloon. (12.021)
  • Bracht in 1972 de wet interimvoorziening houdende een financiële tegemoetkoming ten behoeve van partieel leerplichtige kinderen (Stb. 753) tot stand. Voor werkende jongeren van 16 jaar en ouder die als leerplichtigen een deeltijdopleiding volgden, kwam er een uitkering die gelijk was aan de kinderbijslag voor kinderen die uitsluitend onderwijs volgden. (12.022)
  • Bracht in 1983 als minister van Binnenlandse Zaken de wet gemeentelijke herindeling in Friesland tot stand, waarbij 21 gemeenten werden opgeheven, acht nieuwe werden gevormd en het grondgebied van onder meer Leeuwarden, Dokkum, Harlingen en Sneek werd uitgebreid. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Wiegel. (16.824)
  • Bracht in 1983 de wet gemeentelijke herindeling van de Hoeksche Waard tot stand. Het aantal gemeenten ging van elf naar vier (Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk en Oud-Beijerland). Het wetsvoorstel was in 1982 ingediend door minister Rood. (17.638)
  • Bracht in 1983 een wet tot gemeentelijke herindeling van het Land van Maas en Waal en een deel van het Rijk van Nijmegen (van 8 naar 3 gemeenten) tot stand. Het wetvsoorstel was in 1981 ingediend door minister Wiegel. (16.609)
  • Bracht in 1983 een wet tot instelling van de gemeenten Almere en Zeewolde tot stand (17.785)
  • Bracht in 1983 een wet inzake een nieuwe regeling van het kiesrecht voor de Eerste Kamer tot stand, ter uitvoering van de Grondwetsherziening (17.319)
  • Bracht in 1983 een wet (Stb. 264) tot stand houdende verlaging van de vereiste voor het lidmaatschap van provinciale staten en de gemeenteraad en tot opheffing van de beperkende bepalingen betreffende familiebetrekkingen in o.a. de Provinciewet en de Gemeentewet (17.427)
  • Bracht in 1984 de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden van burgerlijk overheidspersoneel, van onderwijspersoneel en van daarmee gelijk te stellen personeel (Stb. 273) tot stand. Hierdoor kwam er een centrale regeling voor de sinds 1 november 1979 bestaande mogelijkheid van vrijwillig vervroegd uittreden door overheidspersoneel. De uitvoering kwam in handen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Van Thijn. (17.304)
  • Bracht in 1984 de wet gemeentelijke herindeling Krimpenerwaard tot stand. In de Krimpenerwaard werd het aantal gemeenten teruggebracht van tien naar vier (Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk en Vlist). Het wetsvoorstel was ingediend door minister Rood. (17.639)
  • Bracht in 1984 de wet gemeentelijke herindeling Alblasserwaard en Vijfherenlanden tot stand. In de Alblasserwaard en Vijfherenlanden ging het aantal gemeenten van 33 naar 12. Kleine gemeenten zoals Noordeloos, Wijngaarden en Hei- en Boeicop werden opgeheven en nieuwe gemeenten zoals Zederik, Graafstroom en Vianen gevormd. Het grondgebied van de voormalige gemeenten Heukelum en Kedichem ging over van Zuid-Holland naar Gelderland. (18.883)
  • Bracht in 1984 de wet gemeentelijke herindeling IJsselmonde tot stand. De gemeenten Rhoon en Poortugaal werden samengevoegd tot de nieuwe gemeente Albrandswaard. (17.799)
  • Bracht in 1984 de Wet algemene regelen gemeentelijke indeling (Stb. 475) tot stand. Deze wet bevat regels over procedures en termijnen rond gemeentelijke herindelingen. Het wetsvoorstel was in 1980 ingediend door minister Wiegel. (16.405)
  • Bracht in 1984 een wijziging van de Kieswet tot stand, waarbij het tijdstip van verkiezing en van eerste samenkomst van gemeenteraden en provinciale staten wordt gewijzigd. Verkiezing van gemeenteraden en provinciale staten vindt niet langer in hetzelfde jaar plaats. De zittingsduur van de in 1982 gekozen provinciale staten wordt mee een jaar verlengd. Tevens wordt de tijd tussen verkiezing en eerste samenkomst verkort. (18.179)
  • Bracht in 1984 samen met staatssecretaris Van Amelsvoort een wet tot vernieuwing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 667) tot stand. Hierdoor moet een beter bestuurlijk kader worden geschapen om regionale problemen doelmatiger aan te pakken. Door onder meer bundeling en integratie wordt orde geschapen in de veelheid van bestaande regelingen. Registratie van regelingen wordt verplicht en het ontstaan van zelfstandig operende bestuursorganen wordt tegengegaan. De invloed van deelnemende gemeenten wordt vergroot. Het wetsvoorstel was in 1980 ingediend door minister Wiegel en staatssecretaris Koning. (16.538)
  • Bracht in 1985 samen met minister Smit-Kroes de wet tot instelling van de provincie Flevoland (Stb. 360) tot stand. Deze wordt gevormd uit de Zuidelijk IJsselmeerpolders, de Noordoostpolder en Urk, en krijgt als hoofdstad Lelystad. (18.738)
  • Bracht in 1985 een wijziging (Stb. 478) van de Kieswet tot stand waarbij niet-Nederlandse ingezetenen het actief en passief kiesrecht kregen bij de gemeenteraadsverkiezingen (18.179)
  • Bracht in 1985 samen met minister-president Lubbers de Wet lidmaatschap Koninklijk Huis (Stb. 578) tot stand, die (in de toekomst) het lidmaatschap van het Koninklijk Huis wat de kinderen betreft, beperkt tot de kring van potentiële troonopvolgers. (18.351)
  • Bracht in 1985 een wet (Stb. 648) tot gemeentelijke herindeling van de Waddenzee tot stand. De Waddenzee wordt grotendeels ingedeeld bij de waddengemeenten en bij de gemeenten Den Helder, Harlingen, Hefshuizen en Delfzijl. Uitgangspunt zijn de bestaande provinciegrenzen en de band die gemeenten met de Waddenzee hebben. Bescherming, behoud en herstel van de Waddenzee worden met de indeling bestuurlijk ondersteund. (18.456)
  • Bracht in 1985 de Wet intrekking van de wet Agglomeratie Eindhoven (Stb. 690) tot stand. Het openbaar lichaam Agglomeratie Eindhoven werd per 1 januari 1986 opgeheven. (18.930)
  • Bracht in 1986 samen met staatssecretaris Van Amelsvoort de Wet intrekking van de Wet Openbaar Lichaam Rijnmond (Stb. 47) tot stand. Het openbaar lichaam Rijnmond werd per 1 januari 1987 opgeheven. Het wetsvoorstel inzake splitsing van Zuid-Holland werd door hem ingetrokken. (19.255)

wetenswaardigheden

algemeen
  • Was één van de belangrijkste pleitbezorgers van de Nationale Ombudsman (Commissaris van Onderzoek). In 1971 nam de Tweede Kamer een door hem ingediende motie aan over wettelijke regeling van de aanstelling van een ombudsman.
  • Maakte in 1982 deel uit van de werkgroep-A (o.l.v. Van Aardenne) die tijdens de kabinetsformatie (kabinet-Lubbers I) de financieel-economische paragraaf van het regeerakkoord voorbereidde
  • Een penning die tegelijkertijd met een uitkering aan voormalige militairen van KNIL wordt gegeven, kreeg de naam "Rietkerk-penning"

uit de privésfeer
  • Zijn broer, de RPF'er J.P.M. Rietkerk, was burgemeester van Genemuiden
  • Zijn vader was lid van de Raad van Arbeid te Lisse

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Boskoop (tijdens jeugdjaren)
  • Lisse (tijdens jeugdjaren)
  • Rijswijk (Z.H.), Meester Philipslaan 16, omstreeks 1969 en nog in 1973
  • Wassenaar, Bloemcamplaan 21, omstreeks 1975 en nog in 1982

ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 juni 1973

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid ARJOS (Anti-revolutionaire Jongeren Studieclubs)

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • F. van der Molen, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1970)
  • J.H.C. van Zanen, "J.G. Rietkerk - De Stille Kracht", in: W.J.A. van den Berg e.a. (red.), "Kopstukken van de VVD. 16 Biografische schetsen" (1988), 132
  • A. van Veldhuijzen, "Rietkerk, Jacobus Gijsbert (1927-1986)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel IV, 423

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Haarlem, 3 oktober 1953

echtgeno(o)t(e)/partner
J.E. Zwiers, Johanna Elisabeth (Liesbeth)

kinderen
1 zoon en 2 dochters

vader
G. Rietkerk, Gijsbertus

geboorteplaats en/of -datum
Leiderdorp, 6 maart 1893

moeder
J. Passchier, Jacoba

geboorteplaats en/of -datum
Noordwijk, 21 maart 1899

broers en zusters
4 zussen en 7 broers

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.