Ir. P.J. (Pierre) Lardinois

foto Ir. P.J. (Pierre) Lardinoisvergrootglas

Limburgse molenaarszoon die na zijn studie in Wageningen snel carrière maakte in de agrarische wereld. Als voorzitter van de Noordbrabantse boerenbond nam hij in de KVP-fractie een machtige positie in. Minister van Landbouw en Visserij in de kabinetten-De Jong en -Biesheuvel. Verdedigde als minister zowel in Brussel als in Den Haag onbewimpeld de belangen van 'zijn' boeren. Had volgens Klompé te veel een rechts gezicht. In de ministerraad steeds tegen verlangens van de vakbeweging en voor hard optreden tegen ongeregeldheden. Doelgericht man, die sprak met een zachte G. Lid Europese Commissie en daana hoofddirecteur Rabobank.

KVP
in de periode 1963-1977: lid Tweede Kamer, minister, lid Europees Parlement (vóór 1979), lid Europese Commissie

voornamen (roepnaam)

Pierre Joseph (Pierre)

personalia

geboorteplaats en -datum
Noorbeek (Lb.), 13 augustus 1924

overlijdensplaats en -datum
Amsterdam, 16 juli 1987

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

partij/stroming

partij(en)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), tot 1954 (bedankte na het Mandement van 1954)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • adjunct-ingenieur Rijkslandbouwvoorlichtingsdienst te Purmerend, van 1 oktober 1951 tot 1 september 1952
  • waarnemend rijkslandbouwconsulent, tot 1 mei 1954
  • ingenieur Rijkslandbouwvoorlichtingsdienst te Eindhoven, van 1952 tot 1 mei 1954
  • rijkslandbouwconsulent te Eindhoven, van 1 mei 1954 tot 1 januari 1961 (studiereizen naar België, Frankrijk, Duitsland en Denemarken)
  • vrijgesteld van functie van Rijkslandbouwconsulent om de ontwikkeling van nieuwe bedrijfssystemen in de landbouw te bestuderen, van 1 juli 1959 tot 1 februari 1960
  • ambtenaar directie voedselvoorziening, ministerie van Landbouw en Visserij te 's-Gravenhage, van 1 februari 1960 tot 15 mei 1960 (ter voorbereiding van zijn functie van landbouwattaché)
  • landbouwattaché bij de Nederlandse ambassade te Londen, van 16 mei 1960 tot september 1963
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1963 tot 5 april 1967
  • lid Europees Parlement, van 14 oktober 1963 tot 5 april 1967 (aangewezen door de Staten-Generaal)
  • minister van Landbouw en Visserij, van 5 april 1967 tot 1 januari 1973
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 6 juli 1971
  • minister belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand, van 28 januari 1972 tot 1 januari 1973
  • lid Europese Commissie, belast met landbouw en visserij, van 6 januari 1973 tot 1 januari 1977 (commissie-Ortoli)
  • voorzitter hoofddirectie Rabobank Nederland te Utrecht, van 1 januari 1977 tot 1 september 1986

partijpolitieke functies

  • voorzitter KVP Statenkring Eindhoven, tot april 1967

lijsttrekkerschap etc.
  • lijstaanvoerder KVP Tweede Kamerverkiezingen 1967 (kieskringen Den Bosch en Tilburg), van 12 december 1966 tot 15 februari 1967

nevenfuncties

  • vicevoorzitter Raad van Toezicht Coöperatieve Centrale Boerenleenbank te Eindhoven
  • voorzitter NCB (Noordbrabantse Christelijke Boerenbond), van maart 1965 tot 5 april 1967
  • lid bestuur Landbouwschap
  • lid bestuur KNBTB (Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuinders Bond), tot 1967
  • plaatsvervangend voorzitter Raad van Commissarissen chemiebedrijf DSM N.V. te Heerlen
  • voorzitter Raad van Bestuur Europees Centrum voor Werk en Samenleving te Maastricht
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Gist-Brocades te Delft
  • voorzitter raad van adviseurs BDO/Dijker Groep te Bilthoven
  • lid Bankraad, van 1 januari 1977 tot 1 oktober 1986
  • vicevoorzitter Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel, van 3 juni 1985 tot 26 mei 1986
  • voorzitter Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel, van 26 mei 1986 tot 16 juli 1987
  • voorzitter bedrijfsfonds voor de Europese Beweging in Nederland te 's-Gravenhage

opleiding

voortgezet onderwijs
  • h.b.s.-b, R.K. "Bisschoppelijk College" te Rolduc, vanaf 1936
  • praktijkschool te Seine et Oise

academische studie
  • Nederlandse landbouw, Landbouwhogeschool te Wageningen, van 1942 tot 23 januari 1951 (studie tweeënhalf jaar onderbroken)

activiteiten

als parlementariër
  • Was landbouw-woordvoerder van de KVP-Tweede Kamerfractie

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1966 tot de vijf leden van zijn fractie die tegen het (verworpen) wetsvoorstel inzake een numerus fixus voor de studie geneeskunde stemden
  • Behoorde in 1967 tot de 17 leden van zijn fractie die tegen artikel 22 (exclusief publicatierecht programmagegevens voor omroepverenigingen) van de ontwerp-Omroepwet stemden

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Wist in 1968 met zijn EEG-collega's een akkoord te bereiken over het zuivelbeleid. Er kwam een EEG-richtprijs voor melk en een interventieprijs voor boter en magere melkpoeder, waardoor boeren meer zekerheid kregen over hun inkomen.
  • Stemde in de jaren 1968-1970 in met EEG-acties om koelhuisboter goedkoper te verkopen aan onder meer banketbakkers. Daarmee moest het zuiveloverschot in de EEG worden beperkt.
  • Tijdens zijn ministerschap werd de definitieve stap gezet naar een Europees landbouwbeleid in het kader van de EEG. Sprak zich in 1968 als enige EEG-minister uit voor aanvaarding van het Plan-Mansholt. In maart 1972 bereikten de ministers uiteindelijk een akkoord over een nieuw Europees landbouw-structuurbeleid op basis van dit plan. Dit behelst ontwikkelingssteun voor levensvatbare bedrijven en afvloeiingsregelingen voor onrendebele bedrijven. Aanvullende nationale steun wordt verboden als bedrijven EEG-subsidie krijgen. Pluimvee en eieren en gespecialiseerde varkenshouderijen blijven buiten de subsidieregelingen. De prijzen voor melk en boter gaan omhoog. Voor de sanering wordt f. 11,5 miljard gemeenschapsgeld uitgetrokken. Het Europese landbouwbeleid zal via richtlijnen gestalte krijgen.
  • Bracht in 1972 de Nota inzake het landbouwstructuurbeleid uit. Hierin wordt ingegaan op de nationale gevolgen van het herziene Europese landbouwbeleid en de uitwerking van drie EEG-structuurrichtlijnen. Lidstaten dienen een selectieve steunregeling in te voeren. Steun wordt verleend op basis van een ontwikkelingsplan per bedrijf. Ten tweede is er een bedrijfsbeëindigingsrichtlijn, die mede voorschriften behelst voor vrijgemaakte cultuurgrond. Een derde richtlijn gaat in op voorlichting en scholing. Op nationaal niveau gaat het bestaande Ontwikkelings- en Saneringsfonds een centrale rol spelen bij de uitvoering van de richtlijnen. Bij de bestemming van gronden moet de Stichting Beheer Landbouwgronden maatregelen nemen. (11.824)
  • Diende in 1972 een wetsvoorstel in tot herziening van de Ruilverkavelingswet, met name ten aanzien van de stemprocedure bij ruilverkavelingen. Deze wijziging werd door minister Van der Stee in het Staatsblad gebracht. (12.015)
  • Stelde in 1972 de Koninkrijkswerkgroep in die voorstellen moest doen over een nieuwe structuur van het Koninkrijk

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1971 samen met minister Bakker de Deltaschadewet (Stb. 86) tot stand, die een schadevergoedingsregeling in het leven roept voor vissers die schade hebben geleden door afsluitingen krachtens de Deltawet en door afsluiting van de Lauwerszee. (9.974)
  • Bracht in 1971 de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 371) tot stand, die produkt- en bedrijfschappen een grote rol toekent bij het bewaken van de kwaliteit van landbouwproducten. (9.943)

op het gebied van de EU
  • Bereikte in april 1973 een akkoord over de verkoop van 200.000 ton boter aan de Sovjet-Unie tegen een zeer lage prijs
  • Paste als Landbouwcommissaris het prijsbeleid aan, waardoor landen met een zwakkere munt werden gecompenseerd ten opzichte van landen met een sterkere munt (zoals Nederland en Duitsland). Had als commissaris steeds te maken met moeizame onderhandelingen over landbouwprijzen, waarbij de Landbouwministers pas na marathonzittingen akkoord gingen met compromisvoorstellen over verhoging van de landbouwprijzen.
  • Wist in 1973 een akkoord met de VS te bereiken over een aanvullende levering van 100.000 ton sojameel en -producten aan de EG, vooruitlopend op opheffing van de Amerikaanse uitvoerbeperkingen
  • Kwam in november 1973 met een plan tot hervorming van het Europese landbouwbeleid, waardoor er ongeveer 3,5 miljard gulden moest worden bespaard op de Europese subsidies. Dit probleem stuitte op bezwaren van met name de Fransen en Duitsers.
  • Kaartte in 1974 de dreigende overbevissing aan en pleitte voor het nemen van drastische vangstbeperkingen
  • Keerde zich in 1974 tegen door de Franse minister van Landbouw Chirac genomen steunmaatregelen voor de landbouwsector in Frankrijk
  • Bereikte in 1974 een akkoord met de VS over verbetering van de wereldvoedselsituatie. Er werd afgesproken reservevoorraden aan te leggen en de steun aan landbouwprojecten in de Derde Wereld vooral te richten op verhoging van de productie door technische bijstand. Stelde in 1975 100.000 ton melkpoeder voor de helft van de prijs ter beschikking van het wereldvoedselprogramma.
  • Verklaarde zich in 1975 bereid 140 tot 180 miljoen gulden ter beschikking te stellen om een overschot aan wijn te kunnen opkopen ter destillatie. Hiermee kon een einde worden gemaakt aan een Frans-Italiaans wijngeschil, waarbij Frankrijk de grens had gesloten voor Italiaanse wijnen.

wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Was gehuwd met een Belgische
  • Zat in een kabinet met zijn vroegere leermeester Polak
  • Zijn vader was graanhandelaar en molenaar

anekdotes en citaten
  • Aan het besluit over de EEG-landbouwpolitiek in maart 1972 was een vergadering voorafgegaan van in totaal bijna 100 uur

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Noorbeek (Lb.)
  • Purmerend, van oktober 1951 tot 1952
  • Eindhoven, vanaf 1952
  • Watford (Groot-Brittannië), van 1960 tot 1963
  • Eindhoven, Binnenwiertzstraat 36, van 1963 tot 1973 (verbleef doordeweeks in Den Haag)

ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 16 januari 1973

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid ereraad Katholieke Studenten Vereniging "Sint Franciscus Xaverius" te Wageningen

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • M.G.M. Smits, "Lardinois, Pierre Josephus (1924-1987)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel VI (elektronische versie)
  • M.G.M. Smits, "'Te veel brandweerman en te weinig architect'. Pierre Lardinius, lid van de Europese Commissie (1973-1977)", in: G. Voerman e.a. (red.), "De Nederlandse eurocommissarissen" (2010), 147
  • Staatscourant, 6 april 1967
  • NRC Handelsblad, 17 juli 1987
  • De Volkskrant, 18 juli 1987

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 14 oktober 1950

echtgeno(o)t(e)/partner
M.H.G. Peeters, Maria Hubertina Gerardina

kinderen
2 zoons en 3 dochters

vader
J.P.J. Lardinois, Johannes Petrus Josephus

geboorteplaats en/of -datum
Noorbeek, 25 januari 1883

moeder
M.C.H. Lemlijn, Maria Cornelia Henriëtta

geboorteplaats en/of -datum
Mheer, 4 maart 1890

beroep grootvader (vaderskant)
bakker

beroep grootvader (moederskant)
landbouwer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.