Mr. S. (Sam) van Houten

foto Mr. S. (Sam) van Houten
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

Onafhankelijk liberaal, die bijna veertig jaar een belangrijke rol in de Nederlandse politiek speelde. Advocaat in en afgevaardigde van Groningen. Gold bij binnenkomst in het parlement als uiterst progressief. Zette zich af tegen de leer van staatsonthouding van Thorbecke. Bracht in 1874 via een initiatiefvoorstel het bekende Kinderwetje tot stand. Kwam geleidelijk in conservatiever vaarwater en keerde zich tegen de plannen van Tak voor algemeen mannenkiesrecht. Bracht als bekwaam minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Röell in 1896 wel zeer krachtdadig een belangrijke kiesrechtuitbreiding tot stand. Zijn rol was daarna grotendeels uitgespeeld, al bleef hij begin twintigste eeuw actief als tegenstander van de evenredige vertegenwoordiging. Beminnelijk man in de omgang met een brede belangstelling; cultuurminnend en erudiet.

liberaal, oud- of vrije liberalen
in de periode 1869-1907: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornaam (roepnaam)

Samuel (Sam)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Groningen, 17 februari 1837

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 14 oktober 1930

3.

Partij/stroming

stroming(en)
  • liberaal (onafhankelijk, anticlericaal, vooruitstrevend)
  • anti-Takkiaan (omstreeks 1893/1894)
  • oud-liberaal, vanaf 1894
  • onafhankelijk liberaal, van 1903 tot 1922

partij(en)
Liberale Partij, vanaf 1922 (oprichter)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (9/12)

  • wethouder van Groningen, van 3 september 1867 tot februari 1869
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 februari 1869 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Groningen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Groningen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Groningen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Groningen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Groningen)
  • advocaat en dispacheur te Rotterdam, van 1869 tot 1894 (dispacheur is een scheidsrechter in verzekeringszaken bij zeeschade)
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 9 mei 1894 tot 27 juli 1897
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 17 september 1907 (voor Friesland)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies (0/5)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties (2/7)

  • medewerker diverse tijdschriften (onder meer "Het Noorden", "De Nederlander", "De Middelburgsche Courant" en "De Avondpost")
  • voorzitter Staatscommissie inzake wettelijke regeling uitoefening der geneeskunst, van 31 juli 1917 tot 11 februari 1920

afgeleide functies, presidia etc. (2/18)
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1904 tot december 1904
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1906 tot maart 1907

comités van aanbeveling, erefuncties etc.
erevoorzitter comité voor een gemeenschappelijke actie tot herziening onzer huwelijkswetgeving, vanaf 1926

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als parlementariër (2/13)
  • Diende in 1890 een initiatiefwetsvoorstel in over uitbreiding van het recht van gemeenten om te onteigenen ten algemene nutte; dit voorstel werd in 1891 ingetrokken
  • Interpelleerde in 1907 de regering over de afstemming van de Oorlogsbegroting

opvallend stemgedrag (0/8)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Diende in 1895 een wetsvoorstel in tot invoering van een (uniforme) wettelijke tijd. Dit voorstel werd in 1897 ingetrokken

als bewindspersoon (wetgeving) (2/5)
  • Bracht in 1896 een nieuwe Kieswet tot stand (Stb. 1896, 154). Met deze wet werd uitwerking gegeven aan het in 1887 tot stand gekomen grondwetsartikel over kentekenen van maatschappelijke welstand en geschiktheid. Het kiesrecht werd hierdoor uitgebreid tot meer dan 50% van de mannelijke bevolking. Wel werd de kiesrechtleeftijd verhoogd van 23 naar 25 jaar. Verder werden de dubbele districten in de grote steden gesplitst en werd het couloirstelsel ingevoerd: kiezers brengen voortaan hun stem uit in een stemlokaal en vullen dit niet langer thuis in. De grotere gemeenten werden ook bij de Gemeenteraadsverkiezingen in kiesdistricten verdeeld, die een eigen afgevaardigde kozen.
  • Bracht in 1897 samen met minister Sprenger van Eyk de Wet tot regeling der financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten (Stb. 156) tot stand. De rijksbijdrage aan gemeenten werd verhoogd, er kwam een uitkering per inwoner. Gemeenten kregen de mogelijkheid tot het heffen van een plaatselijke inkomstenbelasting.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/7)
  • Weigerde na de totstandkoming van zijn Kieswet een hoge onderscheiding, omdat hij dat ongepast vond voor zittende ministers
  • Werd vanwege zijn stemgedrag in de Eerste Kamer door Unie-liberalen en vrijzinnig-democraten het "erelid der rechterzijde" genoemd
  • Werd in 1922 op 85-jarige leeftijd als lijsttrekker van de Liberale Partij tot Tweede Kamerlid gekozen.

uit de privésfeer (3/4)
  • Zijn zuster was gehuwd met een zoon van S. Blaupot ten Cate, Tweede Kamerlid
  • Zijn vader was houthandelaar, lid van Provinciale Staten van Groningen en gemeenteraadslid van Groningen
  • Zijn zuster Sientje was kunstschilderes en echtgenote van de schilder H.W. Mesdag, die in Den Haag o.m. Panorama Mesdag stichtte

anekdotes en citaten
  • Zei in 1884 tijdens de behandeling in de Verenigde Vergadering van het wetsvoorstel waarbij Emma als regentes werd aangewezen: "[De] bezorgdheid wordt echter getemperd door de overtuiging dat de Kroon in ons staatsbestel nu reeds (...) is veeleer een ornament dan een fundament."
  • Omdat hij een nogal zachte stem had, werd hem toegestaan vanaf de voorste bank in de Kamer te spreken in plaats vanaf zijn eigen zitplaats

verkiezingen (3/16)
  • Werd in 1901 in het district Groningen na herstemming verslagen door H.L. Drucker (vdb)
  • Was in 1905 kandidaat in het district 's-Hertogenbosch en in 1909 in het district Zwolle en verloor beide keren in de eerste stemmingsronde
  • Was in 1917 in het district Groningen kandidaat als tegenstander van de Grondwetsherziening. Werd verslagen door J. Limburg (vdb).

niet-aanvaarde politieke functies
  • lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening, 1883 (geweigerd)
  • lid Tweede Kamer, juli 1922 (bedankte omdat hij de zetel alleen had willen innemen als alle kandidaten van de lijst zouden zijn gekozen.)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.