Mr. Ch.J.A. Heydenrijck

Ch.J.A. Heydenrijck
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

Katholiek negentiende-eeuws politicus die als liberaal begon en later steeds conservatiever werd. Advocaat in Nijmegen en vanaf 1862 afgevaardigde voor het district Nijmegen. Sloot zich in 1867 aan bij de tegenstanders van het conservatieve kabinet, maar keerde zich later tegen democratische hervormingen. Kwam daarbij lijnrecht tegenover Schaepman te staan. Verruilde in 1883 de Tweede Kamer voor de Raad van State. Bleef ook toen echter politiek actief en trachtte in 1884 nog tevergeefs terug te keren in het parlement. In 1890 lid van de Raad van Voogdij.

'pragmatisch' liberaal, liberaal, conservatief (katholiek), Bahlmanniaan ('Centrum')
functie(s) in de periode 1862-1905: lid Tweede Kamer, lid Raad van State

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Christianus Joannes Antonius

titulatuur en naam

Mr. Ch.J.A. Heydenrijck Christianus Joannes Antonius

wijziging in naam en/of titulatuur

oorspronkelijk: Heijdenrijck

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 13 januari 1832

overlijdensplaats en -datum

Vught, 6 september 1911

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

stroming(en)

  • 'pragmatisch' liberaal (noemde zich aanvankelijk liberaal-katholiek, na 1868 conservatief)
  • R.K. (Rooms-Katholieken), vanaf 1868

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Nijmegen, van 1857 tot 1883
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 9 juli 1862 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Nijmegen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Nijmegen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 10 mei 1883 (voor het kiesdistrict Nijmegen)
  • lid Raad van State, van 16 mei 1883 tot 1 juli 1905 (benoemd bij K.B. van 1 mei 1883; eervol ontslag bij K.B. van 20 juni 1905)
  • lid Raad van Voogdij over koningin Wilhelmina, van 9 maart 1897 tot 31 augustus 1898

Partijpolitieke functies

overzicht

  • erevoorzitter Bond van Zuid- en Noord-Hollandsche Katholieke kiesvereenigingen, vanaf november 1887 (tegenstrever van de "Algemeene Bond" van Dr. Schaepman)

Nevenfuncties

  • lid bestuur R.K. Militairen-Vereeniging
  • lid bestuur Jozefs-Gezellen-Vereeniging
  • lid bestuur Nederlandsche Zouaven-Broederschap
  • geheim kamerheer met kap en degen van Zijne Heiligheid de Paus
  • lid Staatscommissie inzake de werkliedenverzekering (Staatscommissie-Pijnacker Hordijk), van juli 1895 tot augustus 1898

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Tweede Kamer), van 26 september 1877 tot 24 november 1881
  • lid parlementaire enquêtecommissie exploitatie van de Nederlandse spoorwegen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1881 tot mei 1884
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IV (Justitie) 1882 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid afdeling Binnenlandse Zaken (Raad van State)
  • lid afdeling Marine (Raad van State)
  • lid afdeling Oorlog (Raad van State)
  • lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State)

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • gymnasium, R.K. "Sint Willibrordus College" te Katwijk aan de Rijn, van 1842 tot 1849

academische studie

  • studie Atheneum Illustre te Amsterdam
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 23 april 1851 tot 14 september 1855

Activiteiten

als parlementariër

  • Hij sprak voornamelijk over onderwijszaken, waarbij hij uitging van de regel dat de bijzondere school regel diende te zijn en de openbare slechts uitzondering. Hield zich verder bezig met buitenlandse zaken en koloniën.

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1866 tot de liberalen die vóór het amendement-Poortman op de ontwerp-Cultuurwet stemden. Door aanneming van dit amendement viel het kabinet-Fransen van de Putte.
  • Behoorde in maart 1867 tot de minderheid van de liberalen die vóór de begroting van Buitenlandse Zaken voor 1867 stemde
  • Stemde in oktober 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken voor 1868
  • Stemde op 23 maart 1868 vóór de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest
  • Behoorde in 1869 tot de zeven katholieken die tegen het wetsvoorstel tot afschaffing van het dagbladzetel stemden

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Was tegen afschaffing van de doodstraf
  • Na de motie-Kerstens (1870) brak hij met de liberalen en noemde hij zichzelf conservatief
  • Trad uit de Kamer vanwege conflict in de katholieke fractie, vooral met Schaepman
  • Hij poogde in 1884 terug te keren in de Kamer om als tegenwicht te dienen tegen Schaepman, doch verloor in Zevenbergen met 813 tegen 838 stemmen bij herstemming tegen A.Ph.R.C. baron van der Borch van Verwolde (a.r.).
  • Steunde in 1886 in het district Leiden de katholieke anti-Schaepmanniaan J.P. Smeele
  • Richtte met Bahlmann een anti-Schaepmanniaanse Bond van Noord- en Zuid-Hollandse kiesverenigingen op (1886/1887)

uit de privésfeer

  • Was in 1857 oprichter van het maandblad "De Toeschouwer"
  • Stortte na de dood van zijn zoon (1903) en het overlijden van zijn vrouw (1905) geestelijk in en werd opgenomen in de inrichting Voorburg te Vught

verkiezingen

  • Versloeg in 1862 bij een tussentijdse verkiezing in het district Nijmegen A. Schouten en J.J.L. van der Brugghen (a.r.)
  • Werd in 1864 bij de periodieke verkiezingen zonder tegenkandidaat gekozen
  • Werd in 1866 en 1868 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen
  • Versloeg in 1869 bij de periodieke verkiezingen W.J. Triebels (lib.)
  • Werd in 1873 met ruim 82 procent van de stemmen gekozen. Tegenkandidaat was o.a. Æ. baron Mackay (a.r.).
  • Versloeg in 1877 W.J.J.G. Most (lib.)
  • Werd in 1881 met bijna 90 procent van de stemmen gekozen
  • Werd in 1884 bij de algemene verkiezingen in het district Zevenbergen na herstemming verslagen door A.Ph.R.C. baron van der Borch van Verwolde (a.r.)

woonplaats(en)/adres(sen)

Nijmegen, vanaf 1857

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 31 augustus 1898
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 27 augustus 1903

buitenlandse onderscheidingen

Commandeur in de Orde van de Heilige Gregorgius de Grote

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De civitaris nostrae erga juventutis institutionem officiis secundum Art. 194 Leg. Fund." (dissertatie, 1855)
  • brochure over de Schoolwet (1868)
  • "De katholieke fractie der Tweede Kamer" (1872) (artikel in "De Wachter")
  • "De rechten en plichten van onze staat opzichtens het onderwijs der jeugd" (1899) (brochure; vertaling van zijn dissertatie)

literatuur/documentatie

  • G.A.M. Beekelaar, "Heydenryck, Christianus Joannes Antonius (1832-1911)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 253
  • N. van Wijnen-Vergeer, scriptie Staatkundig-Historische Studiën RU Leiden (1973)

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Gravenhage, 17 mei 1865

echtgeno(o)t(e)/partner

C.A.H. Verhoef, Cornelia Alida Hermina

kinderen

1 zoon

vader

Dr. A.B.J. Heijdenrijck, Antonius Bernardus Jacobus

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 21 februari 1804

beroep vader

arts

moeder

E.F. Riepenhoff, Elisabeth Francisca

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 1811

stiefvader

H.F. Koedijk, Hermanus Franciscus

beroep stiefvader

effectenmakelaar

beroep grootvader (vaderskant)

apotheker