Dr. I.N.Th. Diepenhorst

foto Dr. I.N.Th. Diepenhorstvergrootglas

CHU-Kamerlid, staatssecretaris en bestuurder uit een bekend protestants geslacht. Zoon van de antirevolutionaire senator en econoom P.A. Diepenhorst. Werd na het burgemeesterschap van Epe en het lidmaatschap van Gedeputeerde Staten van Gelderland in 1956 Tweede Kamerlid. Was in het kabinet-Marijnen als eerste bewindspersoon speciaal belast met hulp aan ontwikkelingslanden. Dat beleidsterrein moest toen nog op de politieke kaart worden gezet. In 1971 volgde nog een korte tweede periode als Tweede Kamerlid. Hardwerkend, maar niet erg op de voorgrond tredend politicus. Wellevend, met veel bonhommie.

CHU
in de periode 1956-1971: lid Tweede Kamer, staatssecretaris

Voornamen

Isaäc Nicolaas Theodoor

Personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 20 maart 1907

overlijdensplaats en -datum
Epe, 31 december 1976

Hoofdfuncties/beroepen (5/10)

  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1971 tot 10 mei 1971
  • waarnemend burgemeester van Doesburg, van 1 september 1967 tot 1 januari 1969 (vanwege ziekte en na het overlijden van jhr. C. Flugi van Aspermont)
  • ambteloos, van 14 april 1965 tot 1 september 1967
  • staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (belast met aangelegenheden betreffende de VN en de VN-organisaties en hulp aan ontwikkelingslanden), van 28 november 1963 tot 14 april 1965
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 6 november 1956 tot 28 november 1963

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

Partijpolitieke functies (0/6)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

Nevenfuncties (2/9)

  • voorzitter jubileumcommissie verening "Christelijk Blindenhuis 'Sonnenheerdt'", 1971
  • lid voorlopige Natuurbeschermingsraad, omstreeks 1967

afgeleide functies, presidia etc. (2/4)
  • voorzitter vaste commissie voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 18 juni 1963 tot 17 september 1963
  • ondervoorzitter vaste commissie voor Overgangszaken Nieuw-Guinea (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 4 oktober 1962 tot 5 juni 1963

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

Activiteiten

als parlementariër (2/5)
  • Voerde in 1963 het woord bij de behandeling van de goedkeuringswet voor het algemeen verdrag met de Bondsrepubliek Duitsland ('Generalbereinigung')
  • Voerde in 1960 het woord bij de behandeling van de ontwerp-Monumentenwet

opvallend stemgedrag (0/5)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Installeerde in 1964 de Raad voor Ontwikkelingshulp onder voorzitterschap van prof. J. Tinbergen
  • Vergezelde begin 1964 minister-president Marijnen bij een bezoek aan 'de West"

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1964 samen met minister Scholten de rijkswet tot stand tot goedkeuring van het op 9 december 1948 te Parijs totstandgekomen verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide, alsmede de bijbehorende uitvoeringswet (6.612 & 6.613)

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Zijn oudste dochter was als maatschappelijk werkster werkzaam in Noordoost-Brazilië; zijn tweede dochter werkte enkele maanden in Kenya en Oeganda
  • Een zoon van hem was burgemeester van Domburg (1975-1987) en van Maartensdijk (1987-2001)

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.