I.J.A. (Alexander) Gogel

foto I.J.A. (Alexander) Gogel
bron: R.E. van Ditzhuyzen

De belangrijkste en bekwaamste minister uit de Bataafs-Franse tijd. Was voor zijn ministerschap eigenaar van een handelshuis in Amsterdam. Kreeg in 1798 bestuursfuncties tijdens het radicale bewind en behield die onder latere, gematigder regeringen. Ontwierp als minister van Financiën het eerste landelijke (uniforme) belastingstelsel, dat in 1806 werd ingevoerd. Wist daardoor de inkomsten van het rijk sterk te laten toenemen. Stond in hoog aanzien bij Napoleon en diende onder hem als minister tijdens de inlijving door Frankrijk. Na het herstel van de onafhankelijkheid was zijn rol nagenoeg uitgespeeld en keerde hij terug naar de nijverheid.

technocraat
in de periode 1798-1813: agent (Bataafse tijd), minister, secretaris van staat, lid Intermediair Uitvoerend Bewind

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen (roepnaam)

Isaäc Jan Alexander (Alexander)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Vught, 10 december 1765

overlijdensplaats en -datum
Overveen (gem. Bloemendaal), 13 juni 1821

3.

Partij/stroming

stroming(en)
unitariër, democratisch (na 1801 gematigder)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (2/13)

  • intendant-generaal van het Keizerrijk Frankrijk voor de financiën en schatkist in Holland, van 1 december 1810 tot 16 november 1813
  • eigenaar blauwselfabriek te Overveen

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties (2/5)

  • president Syndicat de Hollande, van 1 december 1810 tot november 1813
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van januari 1821 tot 13 juni 1821

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als bewindspersoon
  • Bracht in 1807 een Muntwet tot stand, waarbij de rijksdaalder, de gulden en halve gulden zilveren standaardmunten werden, met daarnaast gouden standaardmunten van twintig en tien gulden.

8.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/7)
  • Bracht in 1806 de Patentwet tot stand, Door deze wet werd, tegen betaling, uitoefening van bijna alle beroepen vrij. De gilden werden afgeschaft.
  • Trad in 1809 af, omdat de koning diverse taken van het ministerie van Financiën verzelfstandigde en de minister de zeggenschap daarover ontnam, namelijk Schatkistbeheer, Amortisatiefonds, Publieke Schuld, Domeinen en Douane
  • Was mede verantwoordelijk voor de totstandkoming van de Nationale Konstgallerij, voorloper van het Rijksmuseum. Het genationaliseerde kunstbezit van de stadhouder vormde hiervoor grotendeels de basis.

uit de privésfeer
  • Vertaalde het Duitse zangspel 'De Apotheker en de doctor' van Carl Ditters von Dittersdorf
  • Zijn vader was Duits officier in Staatse dienst

predicaten/adellijke titels
  • chevalier de l'Empire, 1811

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.