Telg van een orangistische Rotterdamse regentenfamilie, die tot 1795 bestuursfuncties in zijn woonplaats bekleedde en in 1806 in het landsbestuur kwam. Kleinzoon van raadpensionaris Anthony van der Heim. Vervulde tijdens de aristocratische periode van de Bataafse Tijd en onder Lodewijk Napoleon ministersfuncties en was ook nog korte tijd bestuurlijk actief ten tijde van de inlijving door Frankrijk. Na het herstel van de onafhankelijkheid lid van het parlement en tot zijn dood twee jaar senator.