liberaal
functie(s) in de periode 1828-1848: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Lodewijk Caspar
titulatuur en naam
Mr. L.C. Luzac Lodewijk Caspar
opmerkingen over de naam en/of titel
Zijn tweede voornaam was formeel: Gaspar
geboorteplaats en -datum
Leiden, 1 augustus 1786
overlijdensplaats en -datum
Leiden, 18 februari 1861
Partij/stroming
stroming(en)
liberaal
Hoofdfuncties/beroepen
- secretaris van J. Valckenaer, van juni 1810 tot mei 1811
- advocaat te 's-Gravenhage, van 17 mei 1811 tot 11 augustus 1811
- advocaat te Leiden, van 12 augustus 1811 tot januari 1828
- secretaris College van Curatoren Hogeschool te Leiden, van 1 november 1818 tot 1819 (ontslag op eigen verzoek omdat zijn praktijk zich uitbreidde)
- rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Leiden, van 1 februari 1828 tot 1 oktober 1838
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 oktober 1828 tot 30 juni 1848 (1828-1840 voor Holland, 1840-1848 voor Zuid-Holland)
- voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 oktober 1836 tot 16 oktober 1837
- rechter Arrondissementsrechtbank te Leiden, van 1 oktober 1838 tot 25 maart 1848
- lid Staatscommissie tot herziening van de Grondwet, van 17 maart 1848 tot 4 november 1848
- tijdelijk minister van Binnenlandse Zaken, van 25 maart 1848 tot 13 mei 1848
- tijdelijk minister voor zaken der Hervormde en andere erediensten, de Rooms-Katholieke uitgezonderd, van 25 maart 1848 tot 30 juni 1848
Nevenfuncties
- lid commissie tot het doen van voorstellen tot wijziging van het middelbaar onderwijs, vanaf 29 februari 1829
- lid Staatscommissie administratieve scheiding van Nederland, vanaf 23 oktober 1830
- lid College van Curatoren Hogeschool te Leiden, van 9 juni 1841 tot 18 februari 1861
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1830 tot september 1830
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1834 tot november 1834
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1839 tot oktober 1840
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1841 tot februari 1843
- lid Commissie voor de Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), omstreeks 1842 tot 30 juni 1848
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1843 tot oktober 1843
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1843 tot april 1845
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1846 tot april 1846
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1847 tot mei 1848
Opleiding
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 20 september 1804 tot 16 juni 1810
Activiteiten
als parlementariër
- Antwoordde in 1829 als enige Noord-Nederlander positief op de vraag of er een jury moest komen bij de provinciale hoven en criminele rechtbanken, zoals door het lid De Brouckère was voorgesteld
- Behoorde in 1829 tot de zes noordelijke leden die vóór het initiatiefwetsvoorstel-Barthelémy c.s. stemden over herziening van de wet op de rechterlijke organisatie
- Beantwoordde in 1830 de vraag of tot scheiding van Noord en Zuid moest worden overgegaan met "ja"
- Behoorde in 1831 tot de 20 leden die tegen een wetsvoorstel stemden over een vrijwillige en verplichte geldlening
- Behoorde in 1833 tot de 16 leden die tegen de begroting 1834/1835 stemden
- Behoorde in 1835 tot de 15 leden die tegen de begroting 1836/1837 stemden. Stemde wel vóór de ontwerp-Wet op de middelen.
- Behoorde in 1837 tot de 21 leden die tegen de begroting 1838/1839 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.
- Behoorde in 1839 tot de zes leden die tegen de geldlening voor droogmaking van de Haarlemmermeer stemden
- Behoorde in 1839 tot de 14 leden die tegen de voorlopige begroting 1840 stemden
- Stelde in januari 1840 met W.A. Schimmelpenninck van der Oye, J. Corver Hooft, E.W. van Dam van Isselt en W.L.F.Ch. van Rappard aan de Tweede Kamer voor om een commissie te belasten met het voorstellen van de gewenste wijzigingen in de Grondwet. Die moesten dan in de vorm van een wetsvoorstel aan de koning worden aangeboden.
- Stemde in 1840 bij de Grondwetsherzieningen tegen de voorstellen inzake splitsing van Holland, over het koloniaal verslag en over de tweejaarlijkse begroting
- Speelde in 1840/1841 een belangrijke rol bij de herziening van het reglement van orde van de Tweede Kamer, waardoor onder andere de procedure voor behandeling van wetsvoorstellen werd verbeterd en de regels over geheimhouding in comité-generaal iets werden versoepeld
- Behoorde in 1843 tot de 24 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1844 en 1845 stemden. De begroting werd met 33 tegen 24 stemmen aangenomen.
- Stemde in 1843 en 1845 geregeld tegen begrotingshoofdstukken
- Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de (vrijwillige) geldlening en buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen.
- Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden
- Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemden, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening
- In 1844 één der "Negenmannen" die een initiatiefwetsvoorstel over Grondwetsherziening indienden
- Behoorde in 1845 tot de 19 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1846 en 1847 stemden. De begroting werd met 37 tegen 19 stemmen aangenomen.
- In 1845 spraken hij, Corver Hooft en De Kempenaer zich in de Tweede Kamer als enigen uit voor onbeperkte handelsvrijheid
- Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen.
- Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen.
- Stemde in 1847 tegen hoofdstuk II (Hoge Colleges van Staat) van de begroting voor 1848 en 1849
- Behoorde in 1847 tot de 23 leden die tegen hoofdstuk IV (Justitie) van de begroting voor 1848 en 1849 stemden. De begroting werd met 35 tegen 23 stemmen aangenomen.
- Steunde in 1847, als één van de weinige liberalen, het regeringsvoorstel tot afschaffing van het Recht van Placet
Wetenswaardigheden
algemeen
- Derde kandidaat voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer in 1834 en 1837
- Tweede kandidaat voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer in 1838 en 1840
- Op voorstel van Tweede Kamervoorzitter Boreel van Hogelanden nodigde de koning hem in maart 1848 uit om stappen te zetten naar een democratische Grondwet. Luzac stelde voor Thorbecke te vragen een grondwetscommissie te gaan leiden. Luzac werd daar zelf lid van.
- Was in maart 1848 aanvankelijk de beoogde minister van Financiën, maar achtte zichzelf daarvoor minder geschikt en koos voor Binnenlandse Zaken en Hervormde Eredienst
uit de privésfeer
- Was een studiegenoot van H.J. van Doorn van Westcapelle, staatsraad en minister
- Hij moest na zijn aftreden in juni 1848 geruime tijd rust nemen vanwege overspannenheid
- Zijn vader was een leidend figuur in de patriottische beweging
verkiezingen
- Werd in 1848 door de kiezers van het district Gorinchem als tweede op de voordracht voor het Eerste Kamerlidmaatschap gezet, maar werd niet benoemd
niet-aanvaarde politieke functies
- staatsraad in buitengewone dienst (Raad van State), 26 januari 1841 (ingetrokken op 5 februari 1841)
- minister van Justitie, 1842 (bedankt)
ridderorden
Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 3 november 1848
relevante buitenlandse reizen
Parijs, van juni 1810 tot april 1811 (vergezelde zijn oom)
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
- lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, vanaf 1839
- lid Amstelsociëteit, vanaf 1845
hobby's
letterkundige arbeid (na zijn politieke loopbaan)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "De Q. Hortensio oratore, ciceronis aemulo" (dissertatie)
- "Opinion de Mr. L.C. Luzac, membre des Etats-Généraux pour la Province de Hollande, émise dans la séance en Comité Général, le 28 septembre 1830, sur les deux questions, proposées aux Etats-Généraux, par le message royal du 13 septembre 1830", Leiden, 1830
- L.C. Luzac, "Briefwisseling met E. Luzac (1838-1842)", in: Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap, 1947;
- J.J. Kalma (uitg.), "Briefwisseling J.H. Halbertsma - L.C. Luzac 1843-1847", Leeuwarden, 1968 [Overdruk uit "De Vrije Fries", 1968, 48e dl.]
literatuur/documentatie
- G.W. Vreede, "Levensberigt van L.C. Luzac", in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1862, 157
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 627
- G.W.F. van Es, "Lodewijk Caspar Luzac, 1828-1840" (niet gepubliceerde doctoraalscriptie geschiedenis, Utrecht 1985)
- W.P. Secker, "Parlementaire oppositie vóór 1848. De volhardingspolitiek van Lodewijk Caspar Luzac, opposant malgré lui", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 1999, 73-87
- Ned. Patriciaat, 1952
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
publicaties over en van letterkundigen
biografie
archivalia
collectie-Luzac, Universiteitsbibliotheek Leiden
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Leiden, 11 november 1812
echtgeno(o)t(e)/partner
S.C.P. du Rieu, Sara Cornelia Petronella
kinderen
kinderloos
vader
Mr. E. Luzac, Etienne
geboorteplaats en/of -datum
Leiden, 17 juli 1754
moeder
J.S. Valckenaar, Johanna Susanna
geboorteplaats en/of -datum
Franeker, 3 augustus 1756
broers en zusters
1 broer en 2 zussen
beroep grootvader (vaderskant)
- boekhandelaar en courantier te Franeker
- uitgever te Leiden
familierelaties
- Neef (oomzegger) van J. Valckenaar, lid Eerste Nationale Vergadering
- Neef (oomzegger) van W. Fijnje, lid Uitvoerend Bewind