A.W.Ph. Weitzel

foto A.W.Ph. Weitzel

Officier, die in drie kabinetten minister van Oorlog was. Werd niet opgeleid op de KMA, maar bij het leger en was nadien actief in Nederlands-Indië. Na terugkeer in Nederland veelvuldig publicist over militaire zaken. In 1873 werd hij minister van Oorlog in het kabinet-De Vries/Fransen van de Putte en bleef dat in het opvolgende kabinet-Heemskerk/Van Lynden van Sandenburg. Bracht in 1874 een wettelijke regeling voor het vestingstelsel tot stand, waardoor de landsdefensie werd geconcentreerd in de Hollandse Waterlinie met daarbinnen de Stelling van Amsterdam. Botste vaak met de koning, die hem na zijn aftreden weigerde te bevorderen tot luitenant-generaal. Keerde in het kabinet-Heemskerk Azn. terug als minister. Echte vakminister; gematigd liberaal, met een scherp waarnemingsvermogen. Zijn nagelaten dagboeken geven een nogal ontluisterend beeld van de persoon van koning Willem III.

conservatief-liberaal
in de periode 1873-1888: minister

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen

August Willem Philip

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 6 januari 1816

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 29 maart 1896

3.

Partij/stroming

stroming(en)
conservatief-liberaal

4.

Hoofdfuncties/beroepen (5/13)

  • minister van Oorlog, van 6 oktober 1873 tot 29 april 1875
  • in actieve dienst als generaal-majoor, ter beschikking van het ministerie van Oorlog, van mei 1875 tot februari 1878
  • ambteloos, van februari 1878 tot 23 april 1883
  • minister van Oorlog, van 23 april 1883 tot 21 april 1888
  • minister van Koloniën ad interim, van 25 november 1883 tot 27 februari 1884 (na het aftreden van minister Van Bloemen Waanders)

officiersrangen (2/7)
  • kolonel der infanterie, van 1 mei 1868 tot 16 april 1872
  • generaal-majoor der infanterie, van 16 april 1872 tot 29 maart 1896 (op non-actief vanaf februari 1878)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties (2/5)

  • lid commissie voor inspectie van de KMA (Koninklijke Miiliare Academie), maart 1876
  • voorzitter commissie van advies over de oprichting van een Indische reserve-brigade, 1893 (vanwege de Atjeh-oolog)

afgeleide functies, presidia etc.
(tijdelijk) secretaris van de ministerraad (kabinet-Heemskerk Azn.), van april 1883 tot april 1888

comités van aanbeveling, erefuncties etc.
  • erelid Koninklijke Natuurkundige Vereeniging in Nederlandsch-Indië, vanaf 24 februari 1859
  • erelid Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, omstreeks 1882

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/3)
  • Toen hij in 1882-1883 minister van Koloniën ad interim was, werd in Atjeh - vooral uit financieel oogpunt - gekozen voor concentratie van troepen in plaats van een grootschalige offensieve tactiek. Het kabinet bevorderde daarmee het ontslag van Gouverneur-Generaal s'Jacob, die toch al onder vuur lag vanwege de Billiton-affaire. Hij droeg de gematigde liberaal Van Rees, die voorstander was van de nieuwe tactiek, voor als diens opvolger.
  • Kwam in de periode 1883-1888 met voorstellen tot verbeteringen bij de schutterij, zoals uitbreiding van het aantal schuttersplichtingen en invoering van het oefenen onder leiding van (oud-)beroepsmilitairen.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1874 de Vestingwet tot stand, waardoor de verdediging van Nederland werd geconcentreerd in de Vesting Holland (Nieuwe Hollandse Waterlinie). Binnen die vesting kwam de Stelling van Amsterdam, een ring van nieuwe fortificaties rond de hoofdstad. Er kwamen verder alleen stellingen langs de IJssel, aan de Schelde en bij Den Helder. Voor de bouw van het Vestingstelsel kwam er een aparte begroting. De vestigingwerken rond steden buiten de verdedigingslinie werden ontmanteld.
  • Verdedigde als minister in het kabinet-Heemskerk met succes de herziening van de defensiebepalingen in de Grondwet. In de Grondwet werd opgenomen dat de zee- en landmacht uit vrijwilligers en dienstplichtigen moest bestaan; de regeling van de verplichte krijgsdienst werd aan de gewone wetgever overgelaten. De grondwet bevatte niet langer bepalingen over oefening van de militie en over de schutterijen.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

8.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Verzocht op 26 april 1875 om ontslag, nadat tijdens de behandeling van de Vestingbegroting was gebleken, dat er in de Tweede Kamer ernstige bezwaren leefden tegen zijn voorgenomen beleid. Mogelijk speelde bij dit besluit ook mee dat hij enige malen in botsing was gekomen met de koning.
  • De koning weigerde hem na 1875 tot vijfmaal toe te bevorderen tot luitenant-generaal
  • Hij bood aan onder andere 'De Gids' een artikel aan over het voorkomen van krankzinnigheid in enkele Europese vorstenhuizen, waaronder het Russische. Gezien de nauwe verwantschap met het Nederlandse koningshuis gaf hij impliciet ook een waarschuwing aan de opvoeders van prinses Wilhelmina.

uit de privésfeer
  • Zijn vader was op zijn 49e getrouwd met een vrouw die 26 jaar jonger was dan hijzelf
  • Zijn vader was cavalerie-officier, zowel tijdens de Republiek als in de Bataafs-Franse tijd en onder Willem I

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.