E. de Waal

foto E. de Waalvergrootglas

Bekwame liberale minister van Koloniën in het kabinet-Van Bosse/Fock , die mede dankzij zijn soepelheid en tactische inzicht een wettelijke regeling van de suikercultures in Nederlands-Indië tot stand wist te brengen. Ook voor de kwestie van het grondgebruik en grondbezit kwam hij met een wettelijke regeling. De Eerste Kamer verwierp in 1870 zijn Indische begroting, maar hij had toen al zijn ontslag ingediend vanwege zijn gezondheid. Voor zijn ministerschap als topambtenaar in Nederlands-Indië werkzaam bij de Algemene Secretarie en als departementsdirecteur.

liberaal
in de periode 1868-1870: minister

Voornaam

Engelbertus

Personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 27 november 1821

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 1 juli 1905

levensbeschouwing
  • geen godsdienst
  • Nederlands Hervormd (scriptie)

Partij/stroming

stroming(en)
  • liberaal
  • Puttiaan

Hoofdfuncties/beroepen

  • klerk, Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1837 tot 1843
  • particulier secretaris van Gouverneur-Generaal P. Merkus, van 1841 tot 1844
  • eerste commies, Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1 juli 1843 tot juli 1845
  • hoofdcommies, Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van juli 1845 tot 1 januari 1848
  • referendaris, Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1 januari 1848 tot 1850
  • tweede adjunct-secretaris, Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1850 tot 1 september 1851
  • eerste adjunct-secretaris, Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1 september 1851 tot 1852
  • fungerend algemeen secretaris, Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1852 tot 1855
  • Europees verlof, van 1855 tot juli 1856
  • directeur departement van Middelen en Domeinen te Batavia, van 1 juli 1856 tot 1 februari 1858
  • Europees verlof, vanaf mei 1858
  • minister van Koloniën, van 4 juni 1868 tot 16 november 1870

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Tegenstander van de 'batig slot'-politiek, waarbij het overschot op de Indische begroting ten goede kwam aan de Nederlandse schatkist. Wilde dit batig slot geleidelijk laten verminderen.
  • Tijdens zijn ministerschap kwam het Sumatra-Tractaat met Groot-Brittannië tot stand, waarbij Nederland afstand deed van de Kust van Guinea (Goudkust, Ghana) aan Groot-Brittannië en vrij werd de zaken te regelen op Sumatra. Dit leidde enige tijd later tot de langdurige Atjeh-oorlog.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1869 de Agrarische Wet tot stand, waardoor het gouvernement alleen woeste gronden in erfpacht mocht uitgeven en de rechten van de inlanders gewaarborgd werden. Gronden van inlanders mochten alleen worden verhuurd aan niet-inlanders, maar niet vervreemd
  • Bracht in 1870 de Suikerwet tot stand, waardoor de gouvernements-suikercultures in 20 jaar moest verdwijnen. Er werden geen nieuwe cultures meer uitgegeven en de bestaande cultures werden vanaf 1879 jaarlijks met 1/13 verminderen. Daarmee moest een einde komen aan de gedwongen arbeid en gedwongen suikerleveranties aan het Gouvernement door de inlandse bevolking. De gronden kwamen in bezit van de bevolking; voor hun arbeid zouden zij een redelijke vergoeding krijgen. Fabrikanten moesten belasting betalen over hun suikerproductie.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Ging op driejarige leeftijd met zijn ouders naar Nederlands-Indië
  • Ging voor zijn middelbare-schoolopleiding in 1832 naar Nederland, maar keerde in april 1837 terug naar Nederlands-Indië
  • Had een zwakke gezondheid en keerde daarom in 1858 voor herstel terug naar Nederland
  • Wilde in het voorjaar van 1870 met verlof vanwege zijn gezondheid, maar het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog verhinderde dat
  • Was in februari 1871 betrokken bij een ernstig treinongeluk bij Toulon, waarbij hij gewond raakte aan zijn gezicht.
  • Zijn vader was ambtenaar bij het kabinet van de Gouverneur-Generaal te Batavia, waarnemend directeur Landsdrukkerij te Batavia, secretaris van de Algemene Rekenkamer te Batavia en president van boedelmeesteren te Batavia
  • Zijn echtgenote was een nicht van G.L.J. van der Hucht, Tweede Kamerlid

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Koloniën, juli 1867

Publicaties/bronnen

publicaties
  • "Studiën voor ambtenaren in Nederlandsch-Indië" (1859)
  • "Nederlandsch-Indië in de Staten-Generaal sedert de grondwet van 1814" (3 delen, 1860-1861)
  • Schreef in het bijzonder over financiële kwesties in Nederlands-Indië
  • Publiceerde na zijn ministerschap koloniale studies
  • Zijn veelomvattend oeuvre is vermeld in het NNBW

literatuur/documentatie
  • Levensbericht door N.P. van den Berg, in: "Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde", 1905/6, 58
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 1267
  • T. Zwaan, scriptie basisdoctoraal, RU Leiden (1982)
  • Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 42 (1988), 191

Uitgebreide versie

uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.