Jhr. E.A.O. de Casembroot

foto Jhr. E.A.O. de Casembroot

Officier en vertrouweling van de koning. Zijn ouders kwamen uit Breda, maar hij werd zelf op het eiland Tholen geboren waar zijn vader burgemeester was. Werd officier bij de Grenadiers en was daarna gouverneur van de Prins van Oranje. In het kabinet-Van Hall/Van Heemstra en het kabinet-Van Zuylen van Nijevelt/Van Heemstra minister van Oorlog. Stond bij veel Kamerleden niet zo goed aangeschreven, omdat hij weinig op had met het parlementaire stelsel. Thorbecke vroeg hem niettemin in 1862 minister van Oorlog te worden in zijn kabinet, maar hij weigerde toen.

conservatief
in de periode 1859-1865: minister, lid Raad van State

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen

Eduard August Otto

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Oud-Vossemeer (Zld.), 20 juni 1812

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 28 september 1883

3.

Partij/stroming

stroming(en)
conservatief

4.

Hoofdfuncties/beroepen (3/7)

  • buitenlands verlof, met behoud van tractement, van 4 september 1858 tot 1 september 1859
  • minister van Oorlog, van 1 september 1859 tot 31 januari 1862
  • lid Raad van State, van 1 juli 1862 tot 1 november 1865 (benoemd bij K.B. van 27 juni 1862; eervol ontslag bij K.B. van 14 oktober 1865)

officiersrangen (2/7)
  • generaal-majoor, vanaf 3 september 1860
  • luitenant-generaal, omstreeks 1879

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties

  • kamerjonker in bijzondere dienst van koningin Wilhelmina, van 30 januari 1820 tot 12 oktober 1837
  • adjundant in buitengewone dienst van koning Willem III, van 18 juni 1852 tot 28 september 1883

afgeleide functies, presidia etc.
lid afdeling Marine en Oorlog (Raad van State)

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1861 samen met minister Van Heemstra de Wet op de Nationale Militie tot stand. Deze wet regelde de omvang, samenstelling en organisatie van de militie. De omvang van de militie werd bepaald op 55.000 man, waarvoor zoveel mogelijk vrijwilligers werden geworven. Aanvulling vond plaats via loting uit mannelijke ingezeten van 20 jaar, met een jaarlijks contingent van 11.000. Onder meer enige zoons waren vrijgesteld. Het was voor uitgelotenen mogelijk zich tegen betaling te laten vervangen (plaatsvervanging).

8.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Zijn vader was burgemeester van Sint Maartensdijk
  • Een zwager van hem was burgemeester van Sint Maartensdijk en van Scherpenisse

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Oorlog, januari 1862 (formatie-Thorbecke)

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.