Mr. H.J. (Hein) van de Poel

foto Mr. H.J. (Hein) van de Poel
bron: Fotobureau Stokvis

Solide katholieke beleidsmaker, die op sociaal terrein veel tot stand bracht als hoofddirecteur van het ABP en als staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (onder meer belast met jeugdbeleid, sport, natuurbehoud, bijstand en buitengewone pensioenen) in het kabinet-De Jong. Als politicus typisch een man van het midden. Streefde er steeds naar bij de beleidsvoorbereiding de mensen er zelf bij te betrekken. Eindigde zijn loopbaan als burgemeester van de Zuid-Hollandse plattelandsgemeente Ter Aar.

KVP
in de periode 1967-1971: staatssecretaris

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen (roepnaam)

Hendrik Johannes (Hein)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Middelburg, 23 juli 1915

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 22 februari 1993

3.

Partij/stroming

partij(en)
KVP (Katholieke Volkspartij)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (3/9)

  • hoofddirecteur ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds), van 1 januari 1965 tot 29 mei 1967
  • staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (belast met jeugdzaken, volksontwikkeling en sport, natuurbehoud en openluchtrecreatie, bijstand en buitengewone pensioenen), van 29 mei 1967 tot 6 juli 1971
  • burgemeester van Ter Aar, van 16 maart 1972 tot 1 oktober 1976

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties (2/8)

  • voorzitter Raad van Toezicht ABP (Algemeen Burgelijk Pensioenfonds), van maart 1972 tot 1 augustus 1980
  • lid Raad van Commissarissen "Hudig-Langeveldt Groep"

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/5)
  • Bracht in 1970 samen met minister Klompé de Nota Bejaardenbeleid 1970 uit. De nota bevatte een vijfjarenplan waarmee de grootste knelpunten moesten worden opgelost. Voorstellen zijn verbetering van de AOW, bouw van 12.000 bejaardenwoningen per jaar, uitbreiding van het aantal gezinshulpen en wijkverpleegkundigen, uitbreiding van het aantal dienstencentra en 10.000 extra verpleegbedden per jaar. (10.934)
  • Diende in 1971 een wetsvoorstel structurele wijziging van de Algemene Bijstandswet in. De wet zou in 1972 door minister Engels in het Staatsblad worden gebracht. (11.278)

als bewindspersoon (wetgeving) (2/3)
  • Bracht in 1970 een herziening (Stb. 447) van de Algemene Bijstandswet tot stand, waarbij onder meer gemeenten verplicht werden de bijstandsrichtlijnen openbaar te maken, er mogelijkheden kwamen om de beslissingsbevoegdheid van B&W aan ambtenaren te delegeren en de mogelijkheden van intergemeentelijke samenwerking bij de uitvoering van de wet werden vergroot (10.167)
  • Bracht in 1971 een noodwetje (Stb. 310) tot stand waardoor de bijstandsuitkering werd opgetrokken naar 95 procent van het minimumloon (10.746)

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

8.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
Zijn vader was winkelier

anekdotes en citaten
  • Toen hij op 24 maart 1971 een motie-Voogd afwees, waarin werd gevraagd om een bijzondere pensioenregeling voor oorlogsslachtoffers, gooide een invalide man uit protest zijn kunstbeen vanaf de publieke tribune de Tweede Kamervergaderzaal in

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.