Mr. J.H. (Hans) Grosheide

foto Mr. J.H. (Hans) Grosheidevergrootglas

Introverte antirevolutionaire jurist en onderwijsdeskundige uit een gereformeerd 'voormannen'-geslacht. Jongste van negen kinderen. Werkte bij de Schoolraad van Scholen met de Bijbel en was daarna acht jaar staatssecretaris van Onderwijs en twee jaar van Justitie in vier achtereenvolgende kabinetten. Al jong staatssecretaris en door zijn jongensachtig uiterlijk "het kind van staat" genoemd. Geen groot orator, maar wel bekwaam wetgever die in 1964 de aanzet gaf tot het basisonderwijs en die belast was met de invoering van de 'Mammoetwet'. Na zijn 'Haagse' loopbaan burgemeester, topambtenaar op Justitie en staatsraad in buitengewone dienst.

ARP
in de periode 1963-1973: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, staatsraad in buitengewone dienst

voornamen (roepnaam)

Johan Hendrik (Hans)

personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 6 augustus 1930

levensbeschouwing
Gereformeerd

partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • adjunct-secretaris (in het bijzonder belast met voortgezet onderwijs), "Schoolraad voor Scholen met de Bijbel", van 8 november 1954 tot 1 september 1963
  • staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (belast met onderwijsaangelegenheden), van 3 september 1963 tot 14 april 1965
  • staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen (belast met lager-, middelbaar- en nijverheidsonderwijs, voorbereiding wetgeving V.W.O. en lichamelijke opvoeding), van 14 april 1965 tot 6 juli 1971
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 28 juli 1971
  • staatssecretaris van Justitie (onder meer belast met vreemdelingenzaken, kinderbescherming en het gevangeniswezen), van 28 juli 1971 tot 11 mei 1973
  • burgemeester van Rijswijk (Z.H.), van 1 februari 1974 tot 1 juli 1978
  • directeur-generaal politie en vreemdelingenzaken, ministerie van Justitie, van 1 juli 1978 tot 1 februari 1991
  • coördinator Europese en Immigratiezaken, ministerie van Justitie (tevens loco-secretaris-generaal), van 1 januari 1992 tot 1 februari 1993
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van 1 februari 1993 tot 1 september 2000

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen in het kabinet-Marijnen belast met onderwijsaangelegenheden, m.u.v. het wetenschappelijk onderwijs
  • Was als staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen in de kabinetten-Cals en - Zijlstra belast met 1. lager-, middelbaar- en nijverheidsonderwijs; 2. voorbereiding van de wetgeving inzake de wet op het voortgezet onderwijs; 3. de lichamelijke opvoeding
  • Was als staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen in het kabinet-De Jong belast met 1. lager onderwijs; 2. voortgezet- en nijverheidsonderwijs; 3. de lichamelijke opvoeding
  • Was als staatssecretaris van Justitie in het kabinet-Biesheuvel belast met 1. de behandeling van zaken op het terrein van de hoofdafdeling privaatrecht; 2. de strafrechttoepassing; 3. de kinderbescherming; 4. het vreemdelingenbeleid; 5. zaken op het terrein van de afdeling gratie; 6. zaken op het terrein van het bureau notarissen

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Kondigde in 1964 een onderzoek aan naar invoering van het basisonderwijs. Voor geen enkel kind moest de basisschool eindonderwijs zijn. Er werd gedacht aan experimenten met het doorbreken van het klassenstelsel en met vakken als Engels en Fries. Creativiteit en wereldoriëntatie moeten een nadrukkelijke plaats krijgen in het onderwijs. Kleuter- en lagere scholen dienen samen een onderwijsgemeenschap te gaan vormen. Er werd gedacht aan een andere vorm van bekostiging: genormeerde rijksbijdragen via het rijk i.p.v. het gemeentefonds. In 1970 bracht hij een voorontwerp van de Wet op het Basisonderwijs uit.
  • Bracht in 1970 samen met minister Roolvink de Nota onderwijs- en arbeidsmaatregelen werkende jongeren uit. Alle jongeren die voor hun 18e gaan werken, moeten een voldoende opleiding kunnen volgen. Er komt daarom een nieuw vorm van onderwijs: participatie-onderwijs. De leerplicht zal geleidelijk worden verhoogd tot 18 jaar; er komt een arbeidsverbod voor 15-jarigen. (10.904)
  • Bracht in 1970 een nieuw Eindexamenbesluit voor het voortgezet onderwijs uit. Daarin wordt invoering van het schoolonderzoek aangekondigd ter vervanging van het mondeling examen. Scholen krijgen een redelijke mate van vrijheid bij het inrichten van het schoolonderzoek.
  • Sprak zich in 1971 uit voor het in Friesland invoeren van lessen in de Friese taal in de drie hoogste klassen van het basisonderwijs
  • Stelde als staatssecretaris van Justitie in 1972 richtlijnen op voor eenzame opsluiting in rijksinrichtingen voor kinderbescherming. Kinderen onder de 14 jaar mogen niet in isolatie worden geplaatst. Begin- en eindtijd van de eenzame opsluiting moeten worden vastgelegd; na twee keer 24 uur moet de wettelijke vertegenwoordiger van het kind bericht krijgen.
  • Was in 1973 samen met minister De Koster verantwoordelijk voor het weigeren van gratie aan 16 leden van de vakbond van dienstplichtigen (VVDM), die veroordeeld waren vanwege het weigeren van de groetplicht

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1964 een wijziging (Stb. 307) van de Wet op het Lager-Onderwijs en van de Kweekschoolwet tot stand, waardoor niet alleen gemeenten maar ook ouders een openbare school kunnen oprichten. De ouderraad werd verplicht gesteld. Tevens werd esperanto als facultatief vak ingevoerd voor u.l.o.- en v.g.l.o.-scholen. Het wetsvoorstel was in 1963 ingediend door staatssecretaris Janssen. (7.044)
  • Bracht in 1966 de Wet op het leerlingwezen (Stb. 215) tot stand, die regels bevat over leerovereenkomsten en praktijkprogramma's, alsmede over examens, diploma's en bekostiging van het leerlingwezen. Het wetsvoorstel was in 1963 ingediend door staatssecretaris Janssen. (7.178)
  • Bracht in 1967 de Overgangswet Voortgezet Onderwijs (Stb. 386) tot stand, die de invoering van de 'Mammoetwet' per 1 augustus 1968 regelde. Leerlingen van gymnasia die voor 1 augustus 1968 hun opleiding waren gestart, konden nog tot 1 januari 1975 examen afleggen; voor leerlingen van hogereburgerscholen en middelbare-meisjesscholen (met vijfjarige cursus) was die uiterste datum 1 januari 1974. V.g.l.o.-scholen hielden per 1 augustus 1973 op te bestaan. Per 1 augustus 1968 werden scholen voor uitgebreid lager onderwijs omgezet in scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs. De wet regelde verder de overgang van bekostiging en onderwijsbevoegdheden, en de overgang van het nijverheidsonderwijs naar nieuwe scholen voor huishoud- en nijverheidsonderwijs. (8.453)
  • Bracht in 1968 de Leerplichtwet 1968 (Stb. 303) tot stand, die de Leerplichtwet uit 1900 verving. De nieuwe wet bevat een kortere procedure voor de bestrijding van schoolverzuim en legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de gemeenten. De leerplichtige leeftijd wordt verlengd tot 15 jaar. (9.039)
  • Bracht in 1970 de Experimentenwet (Stb. 370) tot stand, die onderwijskundige experimenten buiten de bestaande onderwijswetten om mogelijk maakt; op basis van de wet kan onder meer worden geëxperimenteerd met de Nieuwe Lerarenopleiding. (10.321)

wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Werd in 1963 benoemd bij K.B. van 17 augustus en op 3 september beëdigd. Zijn beëdiging werd uitgesteld, omdat hij op zijn vakantieverblijf in Epse bij een ongeluk een hersenschudding had opgelopen.
  • Zijn vader was hoogleraar theologie aan Vrije Universiteit te Amsterdam

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Onderwijs en Wetenschappen, 1967

woonplaats
's-Gravenhage

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • P. van Beek, e.a. (red.), "De dolerenden van 1886 en hun nageslacht" (Kampen, 1990)
  • K. de Mooy, scriptie basisdoctoraal RU Leiden (1995)
  • Roel Bekker, "Hans Grosheide", in: "Marathonlopers rond het Binnenhof. Topambtenaren bij het rijk 1970-2010" (2012), 141

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.