Mr. J.F. (Jan) Glastra van Loon

foto Mr. J.F. (Jan) Glastra van Loon
Bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Staatssecretaris en senator van D'66 en ook enige tijd partijvoorzitter. Als rechtsfilosoof van grote faam en als politicus onafhankelijk en inspirerend denker van links-liberale snit. Was leidinggevend in het studentenverzet. Werd met een artikel uit 1964 onbedoeld de geestelijk vader van de latere 'kroonjuwelen' van D'66: de gekozen minister-president en het (gematigde) districtenstelsel. Kwam als staatssecretaris van Justitie in het kabinet-Den Uyl in conflict met de ambtelijke top van het ministerie, waarna de minister (Van Agt) hem liet vallen. Een geluk bij een ongeluk voor D'66, want hij kreeg de tijd om met een onvoorwaardelijke persoonlijke inzet de partij, die op sterven na dood was, tot nieuw leven te wekken. Opgewekte wetenschapper, filosoof en vooraanstaande humanist.

D66
in de periode 1973-1999: lid Eerste Kamer, fractievoorzitter EK, staatssecretaris, partijvoorzitter

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen (roepnaam)

Jan Frederik (Jan)

2.

Personalia

opmerkingen over de naam en/of titel
Was gepromoveerd, maar voerde de doctorstitel niet

geboorteplaats en -datum
Batavia (Ned.-Indië), 16 maart 1920

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 22 oktober 2001

3.

Partij/stroming

partij(en)
  • D'66 (Democraten 1966), van juni 1973 tot 15 juni 1985 (partijnaam gewijzigd)
  • D66 (Democraten 66)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (5/12)

  • fractievoorzitter D'66 Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1980 tot 3 december 1985
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1980 tot 8 juni 1999
  • hoogleraar rechtsfilosofie, Universiteit van Amsterdam, van 1 juni 1977 tot 1 april 1985
  • staatssecretaris van Justitie (onder meer belast met vreemdelingenbeleid, kinderbescherming en privaatrecht), van 13 juni 1973 tot 27 mei 1975
  • buitengewoon hoogleraar rechtsfilosofie, Rijksuniversiteit Leiden, van 1 september 1966 tot 1 juni 1973

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met 1. de behandeling van zaken op het terrein van de hoofdafdeling privaatrecht; 2. de strafrechttoepassing; 3. de kinderbescherming; 4. het vreemdelingenbeleid; 5 - voorzover het ministerie van Justitie daarbij betrokken was - de grondwetsherziening; 6. zaken op het terrein van de afdeling gratie, de afdeling internationale rechtshulp, de afdeling kansspelen en het bureau notarissen.

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

5.

Nevenfuncties (2/15)

  • voorzitter Stichting Frieda te Breda, van 1999 tot 2001
  • voorzitter Stichting WIA

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

6.

Activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich in de Eerste Kamer vooral bezig met justitie. Voerde ook enkele keren het woord over wetsvoorstellen op het gebied van hoger onderwijs en studiefinanciering.

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Verleende in 1973 rechtspersoonlijkheid aan het COC
  • Was in 1975 samen met minister Boersma verantwoordelijk voor de regularisatiemaatregel illegale buitenlandse werknemers. Illegale werknemers konden onder bepaalde voorwaarden een verblijfvergunning krijgen. Voorwaarden waren onder meer het bezit van een paspoort, binnenkomst vóór 1 november 1973 en de betaling in 1974 van loonbelasting en sociale premies. (13.481)

7.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Verving in juni 1974 de zieke minister Van Agt bij een deel van de behandeling in de Tweede Kamer van de zgn. anti-piratenwetjes (voorkoming van radio- en televisie-uitzendingen door stations buiten nationaal gebied)
  • Trad af als staatssecretaris nadat enkele interviews (op 14 mei met het "Algemeen Dagblad" en daarna met "Vrij Nederland" en "Het Parool") met hem tot een conflict met minister Van Agt hadden geleid. Hij had in die interviews kritiek geuit op de organisatie en ambtelijke leiding (onder wie secretaris-generaal Mulder) van het ministerie van Justitie. Aanleiding voor de kritiek waren verontrustende cijfers over het aantal gedetineerden dat vervroegd in vrijheid moest worden gesteld vanwege cellentekort. Minister Van Agt zegde op 20 mei 1975 het vertrouwen in hem op. De ministerraad stemde op 23 mei in met de voordracht tot ontslag en de partijleiding van D'66 op 27 mei.

uit de privésfeer (3/4)
  • Zijn vader was arts te Batavia en zenuwarts
  • Zijn moeder was een kleindochter van de architect Pierre Cuypers
  • Zijn eerste echtgenote was gemeenteraadslid in Leiden voor de VVD (1958-1959)

verkiezingen
  • In 1980 en 1981 gekozen door Groep IV: Zuid-Holland

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
Jan Groen (schuilnaam als medewerker aan illegale bladen tijdens de tweede oorlog)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

8.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.



© PDC Informatie Architectuur - Alle rechten voorbehouden