Mr. W. (Winnie) Sorgdrager

foto Mr. W. (Winnie) Sorgdragervergrootglas

D66-minister tijdens Paars I, die als bekwaam juriste en wetgever optrad, maar desondanks later aan politiek gezag inboette. Was officier van justitie en procureur-generaal en daarna minister van Justitie in het kabinet-Kok I. Wist belangrijke wetgeving tot stand te brengen, zoals de reorganisatie van het Openbaar Ministerie en een nieuwe regeling voor TBS. Kreeg te maken met de nasleep van de IRT-affaire. Een ruime 'gouden handdruk' aan de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck bracht haar in politieke problemen. Kwam in 1998 bovendien in conflict met de top van het OM. Moest na haar ministerschap afzien van een benoeming tot Nationale Ombudsman en verliet al na enkele maanden de Eerste Kamer om voorzitter te worden van de Raad voor Cultuur. Is sinds 2006 lid van de Raad van State.

D66
in de periode 1994-heden: lid Eerste Kamer, minister, lid Raad van State

voornaam (roepnaam)

Winnifred (Winnie)

personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 6 april 1948

partij/stroming

partij(en)
  • D'66 (Democraten 1966), van 1968 tot 1971
  • VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), van 1973 tot 1983
  • D66 (Democraten 66), vanaf april 1994

hoofdfuncties en beroepen

  • ambtenaar studievoorlichting, Technische Hogeschool Twente te Enschede, van 1971 tot 1972
  • griffier Hogeschoolraad, Technische Hogeschool Twente te Enschede, van 1972 tot 1978
  • stafmedewerker College van Bestuur, Technische Hogeschool Twente te Enschede, van 1978 tot 1979
  • officier van justitie, Arrondissementsrechtbank te Almelo, van 1979 tot 1986 (o.a. persofficier)
  • advocaat-generaal Gerechtshof te Arnhem, van 1986 tot juni 1991
  • procureur-generaal Gerechtshof te Arnhem, van 15 juni 1991 tot 1 januari 1994 (benoemd per 1 september, maar trad al eerder in functie)
  • procureur-generaal Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1 januari 1994 tot 22 augustus 1994
  • minister van Justitie, van 22 augustus 1994 tot 3 augustus 1998
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1999 tot 1 oktober 1999
  • voorzitter Raad voor Cultuur, van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006 (benoemd in september 1999)
  • lid Raad van State, vanaf 1 januari 2006

activiteiten

als parlementariër
  • Vond de functie van voorzitter van de Raad voor de Cultuur onverenigbaar met het Eerste Kamerlidmaatschap en nam daarom ontslag uit laatstgenoemde functie. Voerde in de korte periode van haar Kamerlidmaatschap niet het woord.

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1994 samen met minister Wijers een plan van aanpak uit over het project 'Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit' (MDW). Dit project, onder leiding van een ministeriële commissie, moet de economische dynamiek versterken, onder meer door deregulering, vereenvoudiging van regels en door verbetering van de kwaliteit van de wetgeving. (24.036)
  • Bracht in 1995 samen met minister Borst en staatssecretaris Kohnstamm de Nota "Het Nederlandse drugbeleid. Continuïteit en verandering" uit. Er is geen reden om het Nederlandse drugbeleid drastisch te veranderen; de resultaten daarvan steken gunstig af bij andere Europese landen. Uitgangspunten blijven het belang van de volksgezondheid en decriminalisering. Wel komt er meer aandacht voor overlast door drugsgebruik, de rol van de misdaad bij drugshandel en voor de internationale aspecten. Het legaliseren van (hard-)drugs wordt afgewezen. (24.077)
  • Reorganiseerde in 1995/1996 de top van het ministerie van Justitie naar aanleiding van de IRT-affaire. Er komt een landelijk parket dat de gezagsuitoefening heeft over het Landelijk rechercheteam (opgericht op 1 juni 1995) en een beleidsondersteunende functie op het gebied van de criminaliteitsbestrijding, in het bijzonder ten aanzien van de georganiseerde misdaad. Het landelijk parket komt onder gezag te staan van de hoofofficier van justitie. Het landelijk parket wordt één van de in totaal 25 parketten, die ondergeschikt zijn aan het College van procureurs-generaal. (24.034)
  • Bracht in 1996 de nota's "In juiste verhoudingen" (over rechtshandhaving en veiligheid) en "Voor straf werken en leren" (over taakstraffen) uit. Beide nota's gaan over problemen bij het ten uitvoer leggen van straffen door gebrek aan celcapaciteit. Het streven om het aantal taakstraffen uit te breiden, wordt voortgezet. Hiertoe moet de combinatie van onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en taakstraf mogelijk worden. Verder moet de kwaliteit daarvan worden vergroot. Het maximaal aantal uren werkstraf blijft 240, leerstraffen kunnen voor 480 uur worden opgelegd. Taakstraffen kunnen worden voorgesteld door het OM ter voorkoming van strafvervolging. (24.802, 24.807)
  • Bracht in 1996 de nota "Grenzen aan gedogen" uit over het begrip 'gedogen', de mate van aanvaardbaarheid daarvan en het voorkomen van een te ruime gedoogpraktijk. Gedogen is alleen in uitzonderingsgevallen wenselijk en moet dan beperkt in tijd en omvang zijn. Daarbij moet een zorgvuldige kernbare belangenafweging plaatsvinden en moet er controle zijn. Gestreefd moet worden naar het wegnemen van de oorzaken van de gedoogpraktijk. (25.085)
  • Bereikte in november 1996 in Europees verband een akkoord over voortzetting van het Nederlandse drugbeleid, waarop met name door Frankrijk hevige kritiek was geuit
  • Bracht in 1997 samen met minister Borst een brief uit over de meldingsprocedure inzake euthanasie en hulp bij zelfdoding. Er komen regionale toetsingscommissies die beoordelen of de zorgvuldigheidsvereisten in acht zijn genomen. Op basis hiervan besluit het OM of een strafvervolging moet worden ingesteld. (23.877, 23.877, 23.877, 23.877)
  • Bracht in 1997 de Nota strafrechtelijke aansprakelijkheid overheidsorganen uit. Aanleiding voor deze nota is het zgn. Pikmeer-arrest (geen vervolging van een ambtenaar voor het storten van verontreinigd slib in het Pikmeer). Als uitgangspunt wordt geformuleerd dat ook de overheid is gebonden aan het recht. Overheidsorganen kunnen strafrechtelijk gezien echter niet volledig worden gelijkgesteld met burgers, omdat het handelen een afgeleide is van politieke beslissingen. Toezicht door andere bestuursorganen is belangrijker en moet worden verbeterd. Bij evident onrecht door overheidsorganen zal echter wel strafrechtelijke vervolging plaatsvinden. (25.294)
  • Besloot in 1997 samen met minister Wijers tot een 'nationale hersteloperatie' om een verzuim tegen de EG-regels goed te maken. Op grond van het zgn. Securitel-arrest door het Europese Hof van Justitie bleek dat - net als in veel andere Europese landen - honderden wettelijke regels formeel niet van kracht waren, omdat de in 1983 ingevoerde Europese meldingsplicht was verzuimd. Via spoedwetgeving werden deze wetten alsnog genotificeerd. (25.389)
  • Bracht in 1997 samen met minister Dijkstal de Nota Criminaliteit in relatie tot integratie van etnische minderheden (CRIEM) uit. Hierin wordt ingegaan op de criminaliteitsproblematiek onder met name Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse jongeren en op de oorzaken en achtergronden daarvan. Er moet een integrale aanpak komen, die zich richt op zeer jeugdigen, schoolgaanden en op degenen die zich schuldig maken aan lichte vormen van criminaliteit. Het tegengaan van spijbelen en schooluitval, en betere aansluiting bij de arbeidsmarkt staan centraal. (25.726)
  • Diende in 1997 de wetsvoorstellen Wet bijzondere politieregisters en wet bijzondere opsporingsbevoegdheden in. Deze wetsvoorstellen werden door haar opvolger in het Staatsblad gebracht. (25.398, 25.403)
  • Reorganiseerde per 1 januari 1998 het Openbaar Ministerie, waarbij het OM beheersmatig werd verzelfstandigd. Diende het wetsvoorstel Wet Reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket in. (25.392)
  • Diende in 1997 een wetsvoorstel tot opheffing van het bordeelverbod in. Dit voorstel werd in 1999 door minister Korthals in het Staatsblad gebracht. (25.437)
  • De Tweede Kamer bekritiseerde in augustus 1997 het door haar en minister Van Mierlo genomen besluit om af te zien van een verzoek aan Brazilië om de Surinaamse adviseur van Staat (en oud-legerleider) Bouterse aan te houden. Wist die kritiek echter deels te pareren, omdat niet vaststond dat de Braziliaanse regering zou meewerken aan uitlevering en er daarover evenmin een verdrag bestond. (25.467)
  • Een door haar en staatssecretaris Terpstra verdedigd wetsvoorstel over waarborging van de toegankelijkheid en beschikbaarheid van geestelijke verzorging naar keuze in zorg- en justitiële instellingen werd in 1997 door de Eerste Kamer verworpen. Het wetsvoorstel was in 1994 ingediend door minister Hirsch Ballin. (23.720)
  • Bracht in 1998 de Nota wetgeving inzake de elektronische snelweg uit. Dit is een oriënterende nota over de gevolgen op wetgevend gebied van 'de digitale snelweg'. De overgang naar de informatiesamenleving brengt volgens de nota verregaande veranderingen met zich mee. Uitgangspunt is: wat 'off line' geldt, moet ook 'on line' gelden. Als bijkomend probleem wordt gezien dat het internationale karakter van de elektronische snelweg zich niet goed verhoudt met territoriaal georganiseerde overheden. (25.880)
  • Diende in 1998 het wetsvoorstel Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen in. Dit voorstel werd in 2000 door haar opvolger in het Staatsblad gebracht. (26.016)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1994 samen met minister Dijkstal de LSOP-wet in het Staatsblad (Stb. 780). Deze regelt de landelijke werving, de selectie en het onderwijs voor de politie en zorgt voor een geheel eigen (zelfstandige) structuur hiervoor. De wettelijke regeling staat niet langer in de Politiewet, maar in een afzonderlijke wet. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door de ministers Hirsch Ballin en Dales. (23.446)
  • Bracht in 1994 samen met minister Borst de Wet inzake de geneeskundige-behandelingsovereenkomst (WGBO) (Stb. 837) tot stand. Hierdoor wordt de rechtspositie van patiënten verbeterd. Zij krijgen een toestemmingsrecht voor behandelingen, recht op informatie en betere bescherming van privacy. Het wetsvoorstel was in 1990 ingediend en in 1994 in de Tweede Kamer verdedigd door minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Simons. (21.561)
  • Bracht in 1995 samen met staatssecretaris Kohnstamm de Wet afschaffing adviesverplichting (Stb. 355) tot stand. Het vragen van advies door de rijksoverheid, zoals opgenomen in diverse wetten, vervalt. Tevens wordt er een dwingende termijn opgenomen waarbinnen advisering moet plaatsvinden. Door aanneming van een amendement-B.M. de Vries vervalt ook de verplichte advisering door de Sociaal-Economische Raad. (23.983)
  • Bracht in 1995 een wijziging (Stb. 653) van de Auteurswet 1912 tot stand inzake het reprografisch verveelvoudigen van geschriften. De inning en verdeling van de sinds 1974 bestaande repro-vergoeding wordt opgedragen aan de Stichting Reprorecht. Tot dan toe was de regeling voor reprorecht vrijwel onuitvoerbaar gebleken. Onder bepaalde voorwaarden is verveelvoudigen van geschriften zonder toestemming van de auteursrechthebbenden toegestaan. Er moet dan wel een billijke vergoeding worden betaald. Het wetsvoorstel was in 1992 ingediend door staatssecretaris Kosto. (22.600, 22.600, 22.600, 22.600, 22.600, 22.600, 22.600, 22.600)
  • Bracht in 1995 een wijziging (Stb. 441) van het Wetboek van Strafvordering over vormverzuimen tot stand. Het aantal vormverzuimen dat tot nietigheid leidt, wordt beperkt. Voorts krijgt de rechter de mogelijkheid bij schending van vormvoorschriften over te gaan tot strafvermindering, bewijsuitsluiting en niet-ontvankelijkheidverklaring. Dit kan echter alleen als herstel van het verzuim onmogelijk is. De strikte gebondenheid van de rechter aan de tenlastelegging wordt versoepeld en er komt meer ruimte voor het OM om die te wijzigen. Het wetsvoorstel was in 1994 ingediend door minister Hirsch Ballin. (23.705)
  • Bracht in 1995 de Wet wapens en munitie (Stb. 580) tot stand. De 'oude' wet wordt vereenvoudigd en gestroomlijnd en aangepast aan nieuwe inzichten en ontwikkelingen. (24.107)
  • Bracht in 1996 een wet (Stb. 487) tot stand inzake het voorlopig proces verbaal en voorlopig vonnis. Het verkorte proces-verbaal van de terechtzitting en het verkorte vonnis krijgt een wettelijke basis. Het is niet langer nodig dat pv en vonnis bij de uitspraak gereed moeten zijn. (23.989)
  • Bracht in 1996 een wet (Stb. 505) tot stand tot verhoging van de straf voor mensensmokkel van één naar vier jaar. (24.269)
  • Bracht in 1996 een wet (Stb. 530) tot Goedkeuring van de op 15 juni 1990 te Dublin tot stand gekomen overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat, die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een lidstaat van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend. Hiermee wordt voorkomen dat een asielzoeker tegelijkertijd in meerdere Europese landen een asielverzoek kan indienen. (23.659)
  • Bracht in 1997 de Beginselenwet verpleging ter beschikkinggestelden (Stb. 280) tot stand. Deze vernieuwt onder meer de rechtspositie van terbeschikkinggestelden. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door minister Hirsch Ballin. (23.445)
  • Bracht in 1997 een wijziging (Stb. 282) van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering tot stand omtrent de terbeschikkingstelling en sanctietoepassing ten aanzien van gestoorde delinquenten. De wet regelt de combinatie van gevangenisstraf en behandeling voor TBS'ers. De rechter beoordeelt regelmatig of een tot gevangenisstraf veroordeelde aan zijn behandeling kan beginnen. Behandeling kan gedwongen plaatsvinden in een TBS-inrichting. De volgorde straf-behandeling blijft gehandhaafd, maar spoedige aanvang van de behandeling (als regel na 1/3 van de straf) is uitgangspunt. (24.256)
  • Bracht in 1997 samen met minister Dijkstal de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Stb. 500) tot stand. Hierdoor wordt het verboden om zonder vergunning als beveiligingsorganisatie beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden te verrichten. Een vergunning wordt maximaal voor vijf jaar verleend. Er komen eisen waaraan onder meer personeel en installaties moeten voldoen. De politie is belast met het toezicht op de naleving van de wet. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door de ministers Hirsch Ballin en Dales. (23.478)
  • Bracht in 1997 een wet (Stb. 775) tot stand tot Goedkeuring van de op 26 juli 1995 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst) (25.339)
  • Bracht in 1997 een wet (Stb. 776) inzake splitsing van rechtspersonen tot stand. Dit maakt het vanwege economische, juridische of fiscale redenen als afzonderlijke rechtspersoon voortzetten van een deel van een bestaande rechtspersoon mogelijk. (24.702)
  • Bracht in 1998 wetten (Stb. 31 en 33) tot stand inzake de dagvaardingstermijn bij de politierechter, de oproeping in kantongerechtszaken, alsmede het instellen van hoger beroep, tot herziening van het onderzoek ter terechtzitting en met betrekking tot het rechtsgeding voor de politierechter. De uitreiking van een gerechtelijke mededeling aan een verdachte moet zo veel mogelijk in persoon plaatsvinden op het moment dat deze contact heeft met de opsporingsambtenaar, de strafgriffie of het parket. Daardoor wordt gegarandeerd dat de verdachte het stuk op krijgt en op de hoogte is van de datum van de terechtzitting. (24.510, 24.692)
  • Bracht in 1998 samen met minister Jorritsma de Wet bestraffing ernstige snelheidsovertredingen (Stb. 375) tot stand, waardoor bij overschrijding van de maximum snelheid met meer dan 50 km als bijkomende straf ontzegging van de rijbevoegdheid mogelijk wordt. (24.112)
  • Bracht in 1998 de Penitentiaire beginselenwet (Stb. 430) tot stand, die regels bevat over het beheer en regime van inrichtingen, de selectie van gedetineerden, de inbreuk op grondrechten en het klacht- en beroepsrecht. De verschillende afdelingen van een strafinrichting kunnen een eigen regime voeren, dat afhankelijk is van de mate van beveiliging, het type inrichting en de bewegingsvrijheid. Inrichtingen krijgen als zorgplicht onder meer medische, geestelijke en sociale verzorging. Gedetineerden kunnen een deel van de straf buiten de inrichting ondergaan. De Beginselenwet gevangeniswezen wordt ingetrokken. (24.263)

wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Haar echtgenoot is internist
  • Haar zus Joke was gemeenteraadslid in Leiden (1994-2002)
  • In de tijd van de grote anti-Urenco-demonstraties was zij persofficier van justitie in Almelo
  • Haar vader was lid van de Raad van Bestuur van ENKA N.V. en gemeenteraadslid in Arnhem (1954-1962)

niet-aanvaarde politieke functies
  • Nationale Ombudsman, 21 juni 1999 (stond als eerste op de voordracht, maar trok zich terug nadat de oppositiepartijen in de Tweede Kamer bezwaar maakten tegen haar benoeming)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
Victor ten Hove (schreef onder dit pseudoniem de roman "Ongeschreven wetten")

woonplaats
Enschede

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Een experiment in het bos, de geschiedenis van de Technische Hogeschool Twente" (1981)
  • "Winnie Sorgdrager, een verantwoordelijk minister" (1999)
  • "Zonde, zeden en strafrecht" (2001)
  • "Ongeschreven wetten", roman (2006, onder het pseudoniem Victor ten Hove)

literatuur/documentatie
  • Toof Brader en Marja Vuijsje, "Haagse portretten. Tweede-Kamerleden, ministers, staatssecretarissen" (1995)
  • W. Bos, "Winnie Sorgdrager: 'Ik kan heel slecht toneelspelen'", in: "VB Magazine", 11, (1996), 3

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.