ARP-Kamerlid, bestuurder en minister. Voor hij de politiek in ging onderwijzer en advocaat. In 1902 als opvolger van Idenburg Tweede Kamerlid voor Gouda en in 1907 afgevaardigde voor het district Sneek. Werd in 1908 wethouder van onderwijs in Amsterdam en had tijdens de Eerste Wereldoorlog de portefeuille financiën. Als minister van Financiën in het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck I 'tweede keuze', nadat anderen hadden geweigerd. Trachtte zich met humor staande te houden, maar verdween in 1921 voortijdig, vanwege kritiek op zijn beleid en een parlementaire nederlaag. Was na zijn aftreden wethouder van Den Haag en korte tijd Eerste Kamerlid.