Mr. W.L. baron de Vos van Steenwijk

foto Mr. W.L. baron de Vos van Steenwijk
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Vooraanstaande CHU-senator en Eerste Kamervoorzitter. Kaarsrechte, conservatieve Overijsselse landedelman. Vurig verdediger van de Eerste Kamer, waarvan hij lange tijd en tot op hoge leeftijd voorzitter was. Zoon van een Eerste Kamervoorzitter, en, zoals hijzelf stelde 'van kindsbeen af' opgegroeid met eerbied voor de Senaat. Keerde zich in 1922 tegen het verbreken van de band tussen de Eerste Kamer en de provincies. Tegenstander van 'partijpolitiek', waarbij partijbestuurders veel macht hadden. Vermaard vanwege zijn zeer beeldende en kleurrijke taalgebruik, vol archaïsmen. Stond op zeer goede voet met Colijn, die hij als staatsman bewonderde. Grand seigneur die aangenaam gezelschap was, ook voor politieke tegenstanders.

CHU
in de periode 1913-1946: lid Eerste Kamer, voorzitter Eerste Kamer

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen

Willem Lodewijk

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Dalfsen, 10 juli 1859

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 12 april 1947

3.

Partij/stroming

partij(en)
CHU (Christelijk-Historische Unie)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (4/7)

  • lid Provinciale Staten van Overijssel, van november 1912 tot 22 april 1913 (voor het kiesdistrict Dalfsen)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 22 april 1913 tot 23 juli 1946 (1913-1923 voor Overijssel)
  • fractievoorzitter CHU Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1923 tot 17 september 1929
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1929 tot 23 juli 1946 (benoemd bij K.K.B.B. van 11 september 1929 en 9 november 1945)

ambtstitel
  • minister van staat, van 11 juli 1946 tot 12 april 1947

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies (0/1)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties (2/9)

  • lid Raad van Defensie, van 1924 tot 1929
  • lid Legercommissie, tot 1929

afgeleide functies, presidia etc. (2/18)
  • voorzitter Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 17 september 1929 tot 23 juli 1946
  • voorzitter Huishoudelijke Commissie (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 17 september 1929 tot 23 juli 1946

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als parlementariër (2/3)
  • Vurig verdediger van de Eerste Kamer, met name bij de Grondwetsherziening van 1922
  • Maakte in 1933 gebruik van zijn bevoegdheid om niet over te gaan tot afhandeling van een wijziging van de Kieswet. Hierdoor kon die wijziging niet meer vóór de vervroegde verkiezingen tot stand komen. Door die wijziging werd onder meer het systeem van restzetelverdeling gewijzigd, wat nadelig zou zijn voor kleine partijen.

opvallend stemgedrag (0/7)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Behoorde in 1924 tot een groep in de CHU ('goedgezinden') die zich keerde tegen de koers van de partij en die onder meer om krachtiger steun voor de bezuinigingspolitiek van Colijn vroeg
  • Bevriend met en bewonderaar van Colijn; steunde bijvoorbeeld in 1939 met kracht Colijns vijfde kabinet en veroordeelde de motie-Deckers tegen het optreden van dat kabinet.
  • Leidde op 7 juli 1939 het beraad van de koningin met de chef van de Generale Staf Reynders, de chef van de Marine-Staf Furstner, de vicepresident van de Raad van State Beelaerts van Blokland en de voorzitter van de Tweede Kamer Van Schaik over de politieke crisis na de val van het vierde kabinet-Colijn

anekdotes en citaten
  • Had een bijzonder kleurrijk taalgebruik. De journalist D. Hans vergeleek dat eens met de veren van een pauw.
  • Verklaarde bij de behandeling van de Grondwetsherziening in 1922 waarbij het kiesrecht van de Eerste Kamer werd herzien "van kindsbeen af te zijn opgevoed in grooten eerbied voor de Eerste Kamer" en zei het zichzelf nimmer te zullen vergeven als hij zich ertoe leende "de schendende hand" te slaan aan de Eerste Kamer.
  • Zei bij datzelfde debat over de Eerste Kamerleden, dat dit waren: "mannen van uitgebreide kennis en rijke ondervinding, eerbied afdwingende, vertrouwen wekkende, onafhankelijke figuren, die zich om allerlei redenen voor de Tweede Kamer nimmer beschikbaar zouden hebben gesteld, geen politici van ambacht, politiciens, maar Staatslieden met een onbevangen en objectief oordeel, die de hun voorgelegde quaestiën uitsluitend toetsen aan het algemeen belang, wier deelneming aan het staatkundig leven voor het vaderland van groote winst was, wier onthouding een gevoelig verlies zou hebben beteekend."

verkiezingen
  • In 1923, 1926, 1932 en 1937 gekozen door Groep II: Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"De baron" (bijnaam in CHU-kring)

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.