In het interbellum een bekend, maar niet onomstreden ARP-Tweede Kamerlid. Predikant en daarna door het kabinet-Kuyper benoemd tot hoogleraar theologie in Utrecht. Voorman van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk. Werd in 1922 Tweede Kamerlid. Nam vaak van de fractiemeerderheid afwijkende standpunten in. Antipapistisch en aanhanger van de Groot-Nederlandse gedachte. Kwam later in steeds conservatiever vaarwater en belandde uiteindelijk bij de NSB als adviseur van leider Mussert. Kuyper omschreef hem als 'de man met de geuzenkop'.