Mr. E.E. van Raalte

foto Mr. E.E. van Raalte
bron: Onze Afgevaardigden

Vooraanstaande liberale politicus, met een Assyrische baard, van Joodse komaf. Afwisselend Unie-liberaal en vrijzinnig-democraat. Voor hij in de politiek kwam advocaat. Zelfbewust en scherpzinnig, maar ook nogal hautain, breedsprakig en koppig. Bracht als minister van Justitie in het kabinet-De Meester de Wet op het arbeidscontract tot stand. Werd na zijn ministerschap opnieuw lid en, in 1917, op 76-jarige leeftijd fractievoorzitter van de Liberale Unie. Op hem werd in 1907 een (mislukte) moordaanslag gepleegd door een geestelijk gestoorde.

vrijzinnig-democratische kamerclub, VDB, Liberale Unie
in de periode 1897-1918: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen

Eduard Ellis

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 30 april 1841

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 23 maart 1921

3.

Partij/stroming

partij(en)
  • Liberale Unie, tot februari 1901
  • VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), van 17 maart 1901 tot mei 1909
  • Liberale Unie, vanaf 1910

lid tussentijds gevormde fractie(s)
Vrijzinnig-Democratische Kamerclub, van september 1897 tot maart 1901

4.

Hoofdfuncties/beroepen (7/12)

  • wethouder (van financiën) van Rotterdam, van 1 april 1892 tot 23 september 1897
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1897 tot 23 oktober 1903 (voor het kiesdistrict Rotterdam V)
  • rijksadvocaat te Rotterdam, van 1 november 1903 tot 17 augustus 1905
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 november 1903 tot 17 augustus 1905 (voor het kiesdistrict Rotterdam V)
  • minister van Justitie, van 17 augustus 1905 tot 12 februari 1908
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1913 tot 17 september 1918 (voor het kiesdistrict Middelburg)
  • fractievoorzitter Liberale Unie, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 april 1917 tot 17 september 1918

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies (0/4)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties

  • lid Commissie belast met het afnemen der examens voor de betrekkingen van leerling-consul en vice-consul, vanaf 30 december 1898
  • voorzitter commissie van advies inzake de Schepenvorderingswet, vanaf maart 1917 (nog in 1920)

afgeleide functies, presidia etc. (2/4)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1916 tot november 1916
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1917 tot januari 1918

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als parlementariër (2/3)
  • Bracht in 1905 een initiatiefwet tot stand tot wijziging van de bepalingen over het getuigenverhoor in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierdoor wordt getuigenverhoor door een rechter-commissaris in civiele zaken mogelijk.
  • Diende in februari 1918 samen met Van Hamel en Heeres een voorstel in tot het houden van een parlementaire enquête naar onrechtmatige bevoordeling bij de distributie van levensmiddelen. Dit voorstel verviel toen, in mei 1918, door Marchant en vijf andere fractievoorzitters een initiatiefvoorstel werd ingediend om een Staatscommissie (Crisis-enquêtecommissie) in te stellen.

opvallend stemgedrag (0/1)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1907 de Wet op het arbeidscontract (wijziging en aanvulling van het Burgerlijk Wetboek omtrent huur van dienstboden en werklieden etc.) tot stand. De wet, die alleen betrekking had op werknemers in loondienst, ging uit van de economische ongelijkheid van werkgever en werknemer en legde daarom verplichtingen op aan de werkgever. Deze moest bijvoorbeeld loon doorbetalen bij ziekte of ongeval, moest de werknemer beschermen tegen gevaar voor lijf, eerbaarheid en goed en verbood gedwongen winkelnering. Zowel werkgever als werknemer moesten een opzegtermijn in acht nemen bij beëindiging van het contract.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • De behandeling van de door hem verdedigde ontwerp-Wet op het arbeidscontract begon in de Tweede Kamer op 7 maart 1906 en eindigde op 29 juni dat jaar met aanneming met 79 tegen 8 stemmen
  • Werd in 1909 bij de kandidaatstelling in de VDB voor het kiesdistrict Rotterdam V verslagen door S.J.L. van Aalten. Trad hierna als liberaal kandidaat in het strijdperk en verliet de VDB.

uit de privésfeer
  • Op 16 februari 1907 werd op hem rond het middaguur voor zijn woning in de Amaliastraat in Den Haag een aanslag gepleegd, waarbij overigens politieke motieven geen rol speelden. Een geestelijk gestoorde muzikant uit Suriname vuurde enkele schoten op de bewindsman af die evenwel geen doel troffen.
  • J. Oppenheim (hoogleraar en staatsraad) was gehuwd met een zus van zijn echtgenote
  • Zijn vader was advocaat

verkiezingen (3/8)
  • Versloeg in 1913 J.H. Blum (arp) na herstemming
  • Versloeg in 1917 H.C. Hofman (comité anti-grondwetsherziening)
  • Was in 1918 nummer twee op lijst van de Unie-Liberalen in de kieskringen in Noord-Brabant, Zeeland en Utrecht, maar werd niet herkozen

niet-aanvaarde politieke functies
  • Nam in 1905 zijn benoeming als lid van de Tweede Kamer niet aan in verband met zijn benoeming tot minister

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.