Joods Tweede Kamerlid uit Rotterdam, die een mooie Indische bestuursloopbaan had doorlopen. Eindigde die loopbaan als lid van de Raad voor Nederlands-Indië. Speelde in Indië een belangrijke rol in het Bataviaasch Genootschap voor Kunsten en Wetenschap en als directeur van het Etnologisch Museum. In de Tweede Kamer liberaal woordvoerder op koloniaal gebied. Van hem werd gezegd dat hij nogal ingenomen met zichzelf was. Fransen van de Putte herdacht hem in de Eerste Kamer als: 'een man van groot talent, groote scherpzinnigheid, vriendelijk gemoed en poëtische natuur'.