Liberale Unie
functie(s) in de periode 1897-1918: lid Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Kornelis
titulatuur en naam
K. Eland Kornelis
geboorteplaats en -datum
Klundert, 15 september 1838
overlijdensplaats en -datum
Utrecht, 8 augustus 1927
levensbeschouwing
Hervormd
Partij/stroming
partij(en)
Liberale Unie
Hoofdfuncties/beroepen
- officier bij de eerste inspectie van fortificatiën te Utrecht
- docent KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1867 tot 1869
- stafofficier, bataillon mineurs en sappeurs te Nijmegen, van september 1869 tot 1 oktober 1872
- docent KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, vanaf 1 oktober 1872 (nog in 1875)
- adjunct-chef Staf van de kamperende troepen te Millingen, van augustus 1874 tot september 1874
- stafofficier der genie te Willemstad, tot september 1878
- directeur Hogere Krijgsschool te 's-Gravenhage, van 1 oktober 1878 tot 16 april 1891
- docent versterkingskunst, telegraaf en spoorwegwezen, Hogere Krijgsschool te 's-Gravenhage
- Commandant van de Stelling van Amsterdam, van 16 april 1894 tot 31 juli 1897
- minister van Oorlog, van 31 juli 1897 tot 1 april 1901
- minister van Marine ad interim, van 22 december 1897 tot 12 januari 1898 (na het aftreden van minister Jansen)
- gepensioneerd, 1 augustus 1902
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1905 tot 17 september 1918 (voor het kiesdistrict Arnhem)
officiersrangen
- tweede luitenant der genie, van 1 augustus 1858 tot 1 september 1860
- eerste luitenant der genie, van 1 september 1860 tot 1 oktober 1868
- kapitein der genie, van 1 oktober 1868 tot 1 oktober 1878
- majoor der genie, van 1 oktober 1878 tot 1 maart 1883
- luitenant-kolonel, van 1 maart 1883 tot 1 april 1891
- kolonel, van 1 april 1891 tot 16 maart 1894
- generaal-majoor, van 16 maart 1894 tot 1 augustus 1898
- luitenant-generaal, van 1 augustus 1898 tot 1 augustus 1902
Partijpolitieke functies
overzicht
- lid hoofdbestuur Liberale Unie, 1912
Nevenfuncties
afgeleide functies, presidia etc.
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIII (Oorlog) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1906 en 1907)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1908 tot november 1908
- lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 september 1909 tot 16 september 1913
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk VIII (Oorlog) 1911 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1911 tot september 1911
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1914 tot september 1914
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk VIII (Oorlog) 1915 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1914 tot januari 1915
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1916 tot september 1916
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk VIII (Oorlog) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1917 en 1918)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1917 tot juli 1917
Opleiding
hoger beroepsonderwijs
- officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, tot 1858
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer vrijwel uitsluitend over militaire aangelegenheden
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Kwam met wetsvoorstellen inzake de legerhervorming (wijziging Militiewet, herziening van de legerorganisatie, instelling van de Landweer en afschaffing van de schutterij).
- Besloot in 1898 tot definitieve verplaatsing van de Artillerie Inrichting van Delft naar Hemburg (Zaandam)
- Verzette zich in de Tweede Kamer tegen voorstellen tot bezuinigingen op bouwactiviteiten voor de Stelling van Amsterdam
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1898 samen met Goeman Borgesius een wijziging van de Militiewet tot stand, waardoor de plaatsvervanging bij de militie (remplacering) werd afgeschaft en de persoonlijke dienstplicht ingevoerd. Het stelsel van loting ter bepaling van wie werkelijk werden opgeroepen, bleef gehandhaafd. Uitgelotenen konden zich echter niet langer tegen betaling laten vervangen bij het vervullen van militaire dienst. Bedienaren van geestelijke ambten (priesters) kregen vrijstelling van dienstplicht.
- Bracht in 1899 samen met Goeman Borgesius een wijziging van de Militiewet tot stand, waardoor gemeentelijke subsidies voor vrijwillige dienstneming bij de militie niet langer werden toegestaan. Hiermee kwam er een einde aan de sinds afschaffing van de plaatsvervanging bestaande praktijk dat met name Brabantse gemeenten zorgden voor voldoende vrijwillige miliciens, zodat loting niet nodig was.
- Bracht in 1899 samen met Goeman Borgesius en Cort van der Linden de Oorlogswet 1899 (uitvoering artikel 187 der Grondwet) tot stand. Deze regelt de staat van oorlog en de staat van beleg. Bij de staat van beleg krijgt de opperbevelhebber verregaande bevoegdheden om in te grijpen in het maatschappelijk leven, bijvoorbeeld t.a.v. de vrijheid van meningsuiting, de distributie en de inrichting van en rond militaire versterkingen.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Trad af na aanneming op 12 maart 1901 van een door hem onaanvaardbaar verklaard amendement-Van Gilse c.s. betreffende de opneming van verkorte diensttijd (van achtenhalve maand) in zijn ontwerp-Militiewet. Hij wilde een maximale diensttijd van twaalf maanden in de wet vastleggen (al achtte hij achtenhalve maand oefening voldoende). De Tweede Kamer nam het amendement-Van Gilse met 47 tegen 44 stemmen aan.
uit de privésfeer
- Een zwager van hem, J. Hora Adema, was burgemeester van respectievelijk Aalten, Hengelo en Harlingen
verkiezingen
- Werd in 1879 bij een tussentijdse verkiezing in het district Leeuwarden verslagen door F. Lieftinck (lib.). De verkiezingen waren nodig vanwege het overlijden van De Roo van Alderwerelt.
- Werd in 1905 in het kiesdistrict Amsterdam III na herstemming verslagen door P.J. Troelstra (sdap) en in het district Rheden in de eerste ronde door M.J.C.M. Kolkman (r.k.)
- Versloeg in 1905 bij een naverkiezing in het kiesdistrict Arnhem na herstemming S. de Vries (arp). De verkiezing was nodig, nadat Rink zijn benoeming niet had aangenomen vanwege zijn benoeming tot minister.
- Versloeg in 1909 H.C. Hoogerzeil (arp) na herstemming
- Versloeg in 1913 J.A. de Wilde (arp) na herstemming
- Versloeg in 1917 M.C. van Wijhe (sdp)
- Was in 1918 geen kandidaat meer
woonplaats(en)/adres(sen)
- 's-Gravenhage, Laan van Meerdervoort 17, omstreeks 1915
- Utrecht
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, februari 1878
Publicaties van/over
lijst van publicaties
diverse artikelen over defensie, o.a. in "Het Vaderland"
literatuur/documentatie
- C.K. Elout, "De Heeren in Den Haag" (2e reeks, 1909), p.3
- "Het Vaderland", 9 en 16 aug. 1927
- Onze Afgevaardigden, 1905, 1909 en 1913
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Leeuwarden, 15 augustus 1867
echtgeno(o)t(e)/partner
A.C. Hora Adema, Anna Catharina
kinderen
1 dochter
vader
J.C. Eland Lzn., Johannes Cornelis
geboorteplaats en/of -datum
Klundert, 25 april 1809
beroep vader
aannemer
moeder
M.M. van der Zanden, Martina Margaretha
geboorteplaats en/of -datum
Woudrichem, 4 juni 1809
familierelaties
- Aangetrouwde neef (oomzegger) van J. Cats, Tweede Kamerlid