Oud-liberaal uit een echte 'waterstaats-dynastie'. Was als ingenieur betrokken bij vele waterstaatswerken (sluizen, kanalen, polders, dijken, spoorwegaanleg) en verwierf veel aanzien als waterstaatkundige. Zat na zijn pensionering in 1891 elf jaar voor het district Den Haag in de Tweede Kamer. Stond in de Kamer vanwege zijn kennis hoog aangeschreven. Hield zich vooral met technische kwesties bezig, die hij in begrijpelijke bewoordingen uiteen wist te zetten, al was hij geen begenadigd spreker. Was tevens marine-woordvoerder. Vanaf 1901 de nestor van de Tweede Kamer.