Parlementaire enquêtes 1851 - heden

De Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de Verenigde Vergadering hebben een grondwettelijk recht op onderzoek in de vorm van een enquête. Dit enquêterecht is uitgewerkt in de Wet op de Parlementaire Enquête. Deze wet bestaat vanaf 1850 maar is sindsdien een aantal keren herzien. De Wet op de Parlementaire Enquête geeft de Kamer allerlei specifieke onderzoeksrechten wanneer het instrument van de enquête wordt ingezet. Een voorbeeld is de verplichting voor getuigen zich onder ede te laten verhoren. Voor het houden van een enquête is een meerderheidsbesluit van de Kamer nodig.

Enquêtes vanaf 1983

Na de uitbreiding van het enquêterecht in 1977 is de parlementaire enquête herontdekt als controle-instrument. De eerste 'moderne' enquête was de RSV-enquête in 1983/1984, die spoedig werd gevolgd door twee enquêtes in de jaren tachtig en enquêtes in 1992 en 1994.

  • Fyra (2013-heden)

    Op 28 oktober 2015 heeft de parlementaire enquêtecommissie een vernietigend rapport ('De reiziger in de kou') uitgebracht over het vervoer over de HSL-Zuid. Er was sprake van een aaneenschakeling van fouten bij NS, kabinet en het toezicht. Ook de Tweede Kamer heeft steken laten vallen, terwijl achtereenvolgende bewindslieden de Kamer onjuist, onvolledig en soms ontijdig hebben geïnformeerd. Het rapport is aan de Tweede Kamer aangeboden, die het in januari 2016 met de commissie besprak.

  • Financieel stelsel (2009-2012)

    De Tweede Kamer stelde een onderzoek in naar de kredietcrisis van 2008. Het ging daarbij in een eerste onderzoeksronde om de structurele problemen in het financieel stelsel. Vanaf november 2011 kwamen daar de door het kabinet genomen maatregelen bij, met name de maatregelen die vanaf 2008 waren genomen om het bankwezen te ondersteunen. Dit laatste gebeurde in de vorm van een parlementaire enquête, waarbij getuigen onder ede werden verhoord.

  • Srebrenica (2002-2003)

    In april 2002 besloot de Tweede Kamer een parlementaire enquête te houden naar de gebeurtenissen rond de uitzending van militairen naar Srebrenica. Reden voor de enquête was onder meer een rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), op basis waarvan het kabinet-Kok II zijn ontslag had aangeboden.

  • Vliegramp Bijlmermeer (1998-1999)

    Op zondag 4 oktober 1992 stortte een vrachtvliegtuig, een El-AL Boeing 747, neer op een flatgebouw in de Amsterdamse Bijlmermeer, waarbij 39 mensen om het leven kwamen. Enige tijd daarna kregen bewoners en hulpverleners gezondheidsklachten. Onmiddellijk na de ramp waren al de nodige onderzoeken ingesteld. Maar zowel over de rampvlucht als over de behandeling van slachtoffers bestonden en bleven veel vragen onbeantwoord. Ten slotte stelde de Tweede Kamer een parlementaire enquête in die de toedracht en de nasleep van de ramp moest onderzoeken.


  • Opsporingsmethoden (1994-1996)

    Ter bestrijding van de zware misdaad (zoals grootschalige invoer van drugs) stelde het ministerie van Justitie een Interregionaal rechercheteam Noord-Holland/Utrecht (IRT) in. In 1993 hief de leiding van de Amsterdamse politie het IRT plotseling op vanwege conflicten over de gebruikte opsporingsmethoden. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal c.s. aangenomen die opriep tot een parlementair onderzoek naar de opsporingsmethoden bij politie en justitie. Na advies van een parlementaire werkgroep die het onderzoek moest voorbereiden besloot de Kamer eind 1994 tot het houden van een parlementaire enquête.

  • Uitvoeringsorganen sociale verzekering (1992-1993)

    In 1992 bracht de Algemene Rekenkamer een rapport uit over het toezicht van de Sociale Verzekeringsraad (SVr) op uitvoering van sociale wetten, in het bijzonder van de WW, ZW, AAW en WAO. Volgens de Rekenkamer was het toezicht niet overeenkomstig de bedoelingen van de wetgever. De Tweede Kamer wilde naar aanleiding van dit rapport meer inzicht krijgen in het functioneren van de SVr en de uitvoeringsorganen.

  • Bouwsubsidies (1986-1988)

    De parlementaire enquête bouwsubsidies werd tussen november 1986 en maart 1988 gehouden op basis van een voorstel van een subcommissie uit de commissies Rijksuitgaven en Volkshuisvesting. Voorzitter van de enquêtecommissie was de PvdA'er Klaas de Vries.

  • Paspoortproject (1988)

    In 1984 werd gewerkt aan de invoering van een nieuw fraudebestendig (Europees) paspoort. De Staat der Nederlanden sloot een contract met het bedrijf KEP, een samenwerkingsverband van Kodak, Elba (een Schiedamse drukkerij) en Philips. KEP bleek in april 1988 niet in staat zijn verplichtingen na te komen en het nieuwe paspoort bleef uit.

  • Rijn-Schelde-Verolme (1983-1984)

    Het scheepsnieuwbouwbedrijf Rijn-Schelde-Verolme (RSV) was eind jaren '60 mede onder druk van de overheid door een fusie ontstaan. Aan het concern was jarenlang door de overheid forse financiële steun verleend van zo'n 2,2 miljard gulden, maar uiteindelijk ging het bedrijf in 1983 toch ter ziele. In maart 1983 besloot de Tweede Kamer hiernaar een parlementaire enquête in te stellen. Dat was voor het eerst sinds 1956 en op basis van een in 1977 gemoderniseerde Enquêtewet.


De oorlogsenquête

Overzicht enquêtes in de 19e eeuw

In de negentiende eeuw heeft de Tweede Kamer acht parlementaire enquêtes gehouden. In veel gevallen hadden ze het karakter van een onderzoek vooraf, die vooral werden gehouden om de kennis van Kamerleden over bepaalde maatschappelijke toestanden te vergroten. Feitelijk fungeerden deze enquêtes als hoorzittingen.

  • Besmettelijke longziekte onder rundvee (1877-1878)

    Rond 1865 brak er ziekte onder rundvee uit. Het kostte de nodige moeite om die epidemie te beteugelen. Dat gebeurde onder meer door vee te slachten. Daarna werden er in 1870 wettelijke maatregelen genomen, zoals invoering van veeartsenijkundig toezicht. Door vijf liberale Kamerleden werd in 1876 voorgesteld een enquête in te stellen naar de werking van deze nieuwe wetgeving.


Meer over