Mr.Dr. H. (Hendrik) Goeman Borgesius

foto Mr.Dr. H. (Hendrik) Goeman Borgesiusvergrootglas Vooraanstaand liberaal politicus, met grote politieke talenten. Pragmatisch ingesteld en gematigd vooruitstrevend. Was onderwijzer en hoofdredacteur van dagblad 'Het Vaderland'. Vervolgens veertig jaar Tweede Kamerlid, waarvan vier jaar Kamervoorzitter. Gaf als Kamerlid de aanzet tot de arbeidsenquête van 1886. Leidde na 1893 de fractie van de vooruitstrevende liberalen in de Tweede Kamer. Als minister van Binnenlandse Zaken bracht hij o.a. de Woningwet en de Gezondheidswet tot stand. Formeerde in 1905 het kabinet-De Meester, maar nam daarin zelf geen zitting. Als Kamervoorzitter vermaard vanwege zijn versprekingen ('Curiname en Suraçau'). Hield als Kamerlid goed doorwrochte betogen, die meestal met veel belangstelling werden beluisterd, hoewel ze eentonig werden uitgesproken.

liberaal, Liberale Unie, vooruitstrevende kamerclub, vrijzinnig-democratische kamerclub
in de periode 1877-1917: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister

voornaam (roepnaam)

Hendrik (Hendrik)

personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
  • Mr. H. Goeman Borgesius, van 21 september 1868 tot 1 juli 1914 
  • Mr.Dr. H. Goeman Borgesius, 1 juli 1914 (nadat aan hem door de Rijksuniversiteit Groningen een eredoctoraat was verleend) 

geboorteplaats en -datum
Schildwolde (gem. Slochteren), 11 januari 1847

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 18 januari 1917

levensbeschouwing
Hervormd

opmerkingen over de naam en/of titel
Naam aanvankelijk 'H.G. Borgesius' (voegde later tweede voornaam aan zijn achternaam)

partij/stroming

stroming(en)
  • liberaal: vooruitstrevend 
  • Takkiaan, 1894 

partij(en)
Liberale Unie, vanaf 1885

lid tussentijds gevormde fractie(s)
  • Kiesrecht-kamerclub, van september 1893 tot maart 1894 
  • Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, van mei 1894 tot 21 september 1897 
  • Vrijzinnig-Democratische Kamerclub, van 22 september 1897 tot maart 1901 
  • Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, van 2 december 1902 tot juni 1905 

hoofdfuncties

  • leraar handelswetenschappen, Hogere Burgerschool te Sneek, van september 1868 tot september 1870 
  • leraar staats- en handelswetenschappen, Hogere Burgerschool te Arnhem, van september 1870 tot november 1871 
  • hoofdredacteur dagblad "Het Vaderland" te 's-Gravenhage, van 16 november 1871 tot november 1877 (afgetreden op verzoek van de directie) 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1877 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Winschoten) 
  • directeur "Eerste Nederlandsche Maatschappij tot Verzekering op het leven", van 1883 tot 1897 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 27 juli 1897 (1888-1891 voor het kiesdistrict Veendam, 1891-1897 voor het kiesdistrict Zutphen) 
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 27 juli 1897 tot 31 juli 1901 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1897 tot 19 september 1905 (voor het kiesdistrict Zutphen) 
  • voorzitter Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 december 1902 tot 19 september 1905 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1905 tot 18 januari 1917 (1905-1909 voor het kiesdistrict Enkhuizen, 1909-1913 voor het kiesdistrict Rotterdam I, 1913-1917 voor het kiesdistrict Emmen) 
  • voorzitter Kamerclub Liberale Unie, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1905 tot 17 september 1913 
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1913 tot 18 januari 1917 

partijpolitieke functies

  • lid bureau der liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van maart 1886 tot 1893 
  • lid hoofdbestuur Liberale Unie, van 7 november 1891 tot 27 juli 1897 
  • voorzitter kiesrecht-Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 september 1893 tot 20 maart 1894 
  • voorzitter vooruitstrevend-liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 mei 1894 tot 27 juli 1897 
  • lid hoofdbestuur Liberale Unie, van 1 juni 1902 tot februari 1906 
  • voorzitter hoofdbestuur Liberale Unie, van 1906 tot september 1913 
  • voorzitter Centraal Comité van de Vrijzinnige Concentratie, 1913 

nevenfuncties

  • verslaggever tijdens de Frans-Duitse oorlog in Straatsburg (1870) 
  • lid Comité ter bespreking van de Sociale Questie, vanaf 1873 
  • lid bestuur afdeling Volksontwikkeling te 's-Gravenhage, omstreeks 1876 
  • secretaris Maatschappij tot Nut van den Javaan, omstreeks 1875 
  • Haags correspondent (Haagsche brieven) "Zutphensche Courant", van 1877 tot 1897 
  • redacteur tijdschrift "Vragen des Tijds", van 1878 tot 1881 
  • lid Raad van Commissarissen Coöperatie van Sigarenmakers te 's-Gravenhage 
  • voorzitter "Volksbond", vereeniging tegen drankmisbruik, van 1879 tot 1897 
  • lid hoofdbestuur Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, van 1886 tot 1892 
  • voorzitter Vereniging Volksonderwijs 00-00-1886/00-00-1897 
  • redacteur tijdschrift "Vragen des Tijds", van 1894 tot 1897 
  • medewerker "De Nederlander", tot 1896 
  • medewerker "Tijdschrift voor Sociale Hygiëne", vanaf 1902 
  • medewerker "Sociaal Weekblad" 
  • lid bestuur jaarlijkse congressen voor openbare gezondheidszorg 
  • lid hoofdbestuur "Volksbond", vereeniging tegen drankmisbruik, omstreeks 1901 
  • kabinetsformateur, van 14 juli 1905 tot 16 augustus 1905 

afgeleide functies, presidia etc.
  • ondervoorzitter parlementaire enquêtecommissie inzake de toestand in fabrieken en werkplaatsen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1886 tot 1887 
  • (tijdelijk) ondervoorzitter van de ministerraad, van 27 juli 1897 tot 1 augustus 1901 
  • lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1901 tot september 1906 
  • voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1913 tot januari 1917 
  • voorzitter Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1913 tot januari 1917 

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Latijnse school te Ootmarsum (internaat) 

academische studie
  • theologie (niet voltooid), Hogeschool te Groningen (één jaar) 
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Groningen, tot 21 september 1868 (cum laude) 

eredoctoraten
  • geneeskunde, Rijksuniversiteit Groningen, 1 juli 1914 (t.g.v. 300-jarig bestaan universiteit) 

activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich in de Tweede Kamer met uiteenlopende onderwerpen, onder meer betreffende het binnenlands bestuur, kiesrecht, waterstaat, volksgezondheid, defensie en handel 
  • Was in 1886 de voornaamste initiatiefnemer voor het instellen van de parlementaire enquête naar de toestand in fabrieken en werkplaatsen 
  • Een door hem ingediend (en aangenomen) amendement op de begroting van Marine 1887 leidde tot het aftreden van minister Gericke 
  • Diende in 1889 samen met Hartogh, Kerdijk, Schepel en Zaaijer initiatiefvoorstellen tot invoering van een inkomensbelasting, vermeerdering van het aantal leden der colleges van zetters, afschaffing van het patentrecht (m.u.v. naamloze vennootschappen) en nadere regeling van het registratierecht bij overgang van onroerende zaken, alsmede tot bepaling van het percentage der inkomstenbelasting voor 1890. Het voorstel inzake de inkomstenbelasting werd in 1890 ingetrokken, na verwerping van artikel 1. De overige voorstellen werden daarna ingetrokken. 
  • Nam in 1906 het initiatief tot het instellen van een wekelijks vragenuur in de Tweede Kamer 

opvallend stemgedrag
  • Stemde in 1887 bij de grondwetsherziening vóór een (verworpen) amendement-Van Houten/De Ruiter Zijlker om in de Grondwet op te nemen dat de regeling van het kiesrecht aan de gewone wetgever zou worden overgelaten 
  • Stemde in 1887 vóór een (verworpen) amendement-Heldt om in de Grondwet op te nemen dat de Staten-Generaal moest beslissen over oorlogsverklaring 
  • Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten 
  • Behoorde in 1910 tot de minderheid van de Unie-liberalen die vóór een motie-Duymaer van Twist stemde, waarin werd gevraagd niet alleen de officierstraktementen maar ook de pensioenen te verhogen. Aanneming van de motie was voor minister Cool reden om ontslag te nemen. 
  • Behoorde in 1916 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een motie-Schaper stemde waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen. Aanneming van de motie was voor Treub reden om af te treden. 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Stelde in 1897 de afdeling Landbouw in bij het ministerie van Binnenlandse Zaken 
  • Belangrijke benoemingen: J.G. Patijn (lib., Commissaris der Koningin in Zuid-Holland), E.C. baron Sweerts de Landas Wyborgh (burgemeester van Arnhem), J.S. van Harinxma thoe Slooten (lib., burgemeester van 's -Gravenhage), W.F. van Leeuwen (lib., burgemeester van Amsterdam), E. Tjarda van Starkenborch Stachouwer (lib., burgemeester van Groningen) 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1898 een wet tot wering van voor de land-, tuin- of bosbouw schadelijke dieren en van plantenziekten tot stand 
  • Bracht in 1900 de Leerplichtwet tot stand, die een leerplicht invoert van zes jaar (met beperkt herhalingsonderwijs), maar die tevens verloven toestaat voor arbeid in de landbouw, tuinbouw en veenderij 
  • Bracht in 1900 een wijziging van de Gemeentewet tot stand, waardoor gemeenten de bevoegdheid kregen een gematigde progressie in hun gemeentelijke belastingverordeningen in te voeren 
  • Bracht in 1900 een herziening van de Boterwet (tot bestrijding van bedrog in de boterhandel) tot stand 
  • Bracht in 1900 een (technische) herziening van Kieswet tot stand, waardoor er een zeer beperkte uitbreiding van het kiesrecht kwam 
  • Bracht in 1901 een wijziging van de Lager-onderwijswet tot stand, waardoor de salarissen van onderwijzers werden verhoogd en de tegemoetkoming aan gemeenten voor het lager onderwijs werd verruimd. Dit was mede ingegeven door de invoering van de algemene leerplicht. 
  • Bracht in 1901 de Gezondheidswet tot stand, waarbij een Centrale Gezondheidsraad wordt ingesteld, die adviesorgaan van de regering wordt en leiding geeft aan het ambtelijk apparaat. Inspecteurs en hoofdinspecteurs worden belast met het toezicht op de naleving van wetten (zoals de Woningwet) en er komen plaatselijke gezondheidscommissies. 
  • Bracht in 1901 de Woningwet tot stand. Deze wet bevat bepalingen over de eisen die gemeenten moeten stellen aan het bouwen en herbouwen van woningen, en aan behoorlijke bewoning (gemeentelijke bouw- en woningverordeningen). Verder komen er bepalingen over onbewoonbaarverklaring, ontruiming, sluiting en afbraak van woningen. Geldelijke gemeente- en rijkssteun voor woningverbetering wordt mogelijk. Door aanvulling van de Onteigeningswet kunnen in het belang der volkshuisvesting onteigeningen plaatsvinden. De gemeenteraad kan bouwen verbieden op grond bestemd voor aanleg van straten. In gemeenten boven de 10.000 inwoners wordt een uitbreidingsplan verplicht. Er komt een wettelijke basis voor woningbouwverenigingen. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Formeerde in 1905 het kabinet-De Meester, maar nam daarin zelf geen zitting omdat nieuwe verkiezingen in zijn kiesdistrict (Enkhuizen) mogelijk tot zetelverlies voor de liberalen zou leiden 
  • Werd in september 1905, 1906, 1907 en 1908 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet 

uit de privésfeer
  • Oprichter van de Raad van Toezicht van de Haagsche Coöperatieve Spaar- en Voorschotvereniging 
  • Volgens de overlevering lieten zijn tafelmanieren nogal te wensen over en was hij stug in de omgang 
  • Op 1 november 1924 werd aan het Prins Hendrikplein in Den Haag een door de beeldhouwer J.C. Altorf vervaardigde gedenksteen voor hem onthuld 
  • Zijn vader was arts te Schildwolde 

anekdotes en citaten
  • Als Kamervoorzitter versprak zich nogal eens. Zo verhaspelde hij ooit de naam van het Kamerlid Snoeck Henkemans tot Henk Snoeckemans, had hij het over de amendementen-Van Berekoper en -Kleeresteyn in plaats van Van Beresteyn en Kleerekoper, en sprak hij verder eens over het kouwe vriesrecht in plaats van het vrouwenkiesrecht. 

verkiezingen
  • Versloeg in 1877 bij tussentijdse verkiezingen H.P. Hazewinkel met groot verschil 
  • Was in 1881 bij de periodieke verkiezingen de enige kandidaat in zijn district die stemmen kreeg 
  • Versloeg in 1884 de antirevolutionairen jhr. A.F. de Savornin Lohman en J.G. Nederhoed 
  • Versloeg in 1886 de antirevolutionairen jhr. M.A. de Savornin Lohman en jhr. O.Q. van Swinderen 
  • Werd in 1887 in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg onder anderen jhr. O.Q. van Swinderen (a.r.) 
  • Werd in 1887 in het district Delft verslagen door J.C. Fabius (a.r.) en A.H.M. van Berckel (r.k.) 
  • Versloeg in 1888 in het district Veendam jhr. W.H. de Savornin Lohman (arp) 
  • Werd in 1891 in de districten Veendam en Zutphen gekozen en nam zitting voor Zutphen. Versloeg in Veendam A. Brummelkamp (arp) en in Zutphen D. Engelberts (arp). 
  • Werd in 1894 in de districten Zutphen en Sneek gekozen en nam zitting voor Zutphen. Versloeg in Zutphen J.G. Gleichman (lib./anti-takkiaan) en in Sneek H. Pollema (arp) na herstemming. Was ook verliezend kandidaat in de districten Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage en Kampen. 
  • Versloeg in 1897 in het kiesdistrict Zutphen jhr. H.W.C. de Jonge (arp). Bij de verkiezingen die nodig waren na zijn benoeming tot minister versloeg hij Th. Heemskerk (arp). 
  • Werd in 1901 in de districten Amsterdam IV en Zutphen gekozen en nam zitting voor Zutphen. Versloeg in Amsterdam IV Z. van den Bergh (vdb) en in Zutphen R.P.J. Tutein Nolthenius (o.l.) na herstemming. 
  • Werd in 1905 in de districten Enkhuizen en Zutphen gekozen en nam zitting voor Enkhuizen. Versloeg in Zutphen A.S. Talma (arp) na herstemming en in Enkhuizen N. Sluis Pzn. (arp). Werd in het district Tietjerksteradeel verslagen door A.S. Talma (arp). 
  • Versloeg in 1909 in het kiesdistrict Rotterdam I jhr. D.J. de Geer (chu) na herstemming. Werd in het kiesdistrict Enkhuizen verslagen door N. Oosterbaan (arp). 
  • Versloeg in 1913 in het kiesdistrict Emmen G. Hofstede (arp). Werd in het kiesdistrict Rotterdam I in de eerste verkiezingsronde verslagen door H. Spiekman (sdap) en B.J. Gerretson (chu). 

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"Bor" (koosnaam)

woonplaats(en)/adres(sen)
  • 's-Gravenhage, Veenlaan 24, omstreeks 1876 
  • 's-Gravenhage, Prins Hendrikplein 
  • 's-Gravenhage, Bezuidenhoutseweg 271, omstreeks 1913 

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 augustus 1894 
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 30 augustus 1906 

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Groninger Studentencorps "Vindicat atque Polit"

publicaties/bronnen

publicaties
"De coöperatiewet en haar toepassing" (1877)

literatuur/documentatie
  • Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881) 
  • F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889) 
  • H. van der Mandere, "Mr. Hendrik Goeman Borgesius", in: "Mannen en vrouwen van betekenis" (1912) 6/7 
  • D. Hans, "Goeman Borgesius" in: Parlementsfilm (z.j.) 
  • G. Taal, "Borgesius, Hendrik Goeman (1847-1917)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 49 
  • H. te Velde, "H. Borgesius", in: "Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland", deel VII, 17 
  • H. te Velde, "H. Goeman Borgesius 1847-1917", in: G.A. van der List, P.G.C. van Schie (red.), "Van Thorbecke tot Telders" (1993) 
  • B. Wartena, "H. Goeman Borgesius (1847-1917). Vader van de verzorgingsstaat" (2003) 
  • Patrick van Schie, "Vrijheidsstreven in verdrukking. Liberale partijpolitiek in Nederland 1901-1940" (2005), 63-64 
  • Onze Afgevaardigden, 1897 e.v. 
  • Ned. Patriciaat, 1950 

Biografisch Woordenboek(en)
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland 
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland 

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Slochteren, 4 februari 1869

echtgeno(o)t(e)/partner
J.B. Cannegieter, Johanna Bouwina

kinderen
5 kinderen

vader
Dr. J. Borgesius, Jacobus

geboorteplaats en/of -datum
Bellingwolde, 3 maart 1817

moeder
G.E. Dijkhuizen, Grietje Elisabeth

geboorteplaats en/of -datum
Slochteren, 17 maart 1818

beroep grootvader (vaderskant)
arts te Bellingwolde

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.