Parlementaire ondervraging

De parlementaire ondervraging is een nieuw instrument van de Tweede Kamer. Het is een tussenvorm tussen een gewone hoorzitting en een parlementaire enquête. Getuigen zijn bij een parlementaire ondervraging verplicht om te verschijnen en worden onder ede gehoord, net als bij een parlementaire enquête. In tegenstelling tot een parlementaire enquête hoeft aan een parlementaire ondervraging geen maandenlang literatuuronderzoek vooraf te gaan.

De parlementaire ondervraging is openbaar en zal volledig woord en beeld worden vastgelegd en openbaar toegankelijk worden gemaakt. Op basis van de ondervraging wordt een verkort verslag opgemaakt. Er wordt geen rapport met conclusies en aanbevelingen gemaakt zoals bij een parlementaire enquête wel het geval is.

Op 12 oktober 2016 stemde de Tweede Kamer in met een parlementaire ondervraging over de Panama Papers. Dit is de eerste keer dat de Tweede Kamer het nieuwe instrument gebruikt.

Testfase

De parlementaire ondervraging bevindt zich momenteel in een vijfjarige testfase. De parlementaire enquête was een advies van de Tijdelijke Commissie Evaluatie Wet Parlementaire Enquête. Deze commissie stond onder leiding van van Ronald van Raak en bood haar rapport op 3 februari 2016 aan Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib aan. In juli nam de Tweede Kamer de aanbevelingen van de commissie over.

Voor de proef met de parlementaire ondervraging was het niet nodig om het Reglement van Orde van de Tweede Kamer aan te passen. Procedureel gezien zou er, om een ondervraging toch mogelijk te maken, een parlementaire enquête moeten worden ingesteld om die daarna te ontdoen van de grote onderzoekstaak. De parlementaire ondervraging is dus feitelijk een verkorte versie van de parlementaire enquête.

Na de proefperiode van vijf jaar kan de Tweede Kamer besluiten om de ondervraging permanent op te nemen in het parlementaire onderzoeksinstrumentarium.


Meer over

Website Tweede Kamer