Controle Tweede Kamer

Een belangrijke taak van de Tweede Kamer is het beoordelen van besluiten van het kabinet (en van individuele bewindspersonen). Bij die controlerende taak wordt gebruikgemaakt van het recht op inlichtingen, een recht dat ieder individueel Tweede Kamerlid heeft en dat is vastgelegd in de Grondwet.

Het inlichtingenrecht heeft als bijzondere vormen het vragenrecht, het recht van interpellatie en het recht van enquête. Daarnaast kan de Kamer een andere organisatie vragen een onderzoek in te stellen. Verder kan de Tweede Kamer zelf informatie inwinnen van burgers en organisaties via hoorzittingen en door het afleggen van werkbezoeken.

De uitkomsten van controle kunnen ertoe leiden dat de Tweede Kamer 'ingrijpt' in een bepaald beleid. Zij kan bijvoorbeeld het kabinet of bewindspersoon verzoeken om een bepaalde maatregelen te nemen of een afkeurende uitspraak doen over het functioneren van kabinet of bewindspersoon.

Het financiële beleid en de effecten van maatregelen hebben speciale aandacht van de Kamer.

Inlichtingenrecht

De regering moet ieder individueel Kamerlid de inlichtingen geven waar het om vraagt. Alleen als het belang van de staat in het geding is, mag de regering weigeren de informatie te verschaffen. Het inlichtingenrecht is voor Kamerleden noodzakelijk om goed hun controletaken te kunnen uitvoeren.

Kamerleden kunnen op diverse wijze om inlichtingen vragen. Dat kan door via de voorzitter aan de regering te vragen om een brief te sturen of door tijdens de schriftelijke voorbereiding of in een debat over een wetsvoorstel vragen te stellen. Ook tijdens algemene overleggen van een commissie kunnen vragen worden gesteld aan bewindspersonen.

Daarnaast bestaat er voor leden de mogelijkheid om op elk moment schriftelijke vragen te stellen. Vragen worden ingediend bij de Kamervoorzitter die ze doorzendt aan de betrokken minister(s) en/of staatssecretaris(sen). De regering moet binnen drie weken antwoord geven of melden dat beantwoording nog niet mogelijk is. De bewindspersoon mag ook mondeling antwoorden.

Een Kamerlid kan aan de Kamervoorzitter verzoeken mondeling vragen te mogen stellen. Wekelijks wordt daartoe het zogenaamde vragenuurtje gehouden. Daarin komen actuele onderwerpen aan de orde. Er bestaat voor de vragensteller dan de gelegenheid om twee minuten een toelichting te geven en vragen te stellen. Ook andere leden kunnen gedurende één minuut vragen stellen.

Daarnaast kent de Kamer spoeddebatten. Daarbij wordt een onderwerp met voorrang op de agenda gezet als dertig leden een verzoek daartoe ondersteunen.

Behalve spoeddebatten bestaan er ook interpellatiedebatten. Het recht van interpellatie biedt een Kamerlid de mogelijkheid om te debatteren over een onderwerp dat nog niet op de agenda stond. Een interpellatie wordt gehouden als dertig leden het verzoek ondersteunen. Het lid dat de interpellatie aanvraagt, heeft het recht om als eerste vragen te stellen. Na het antwoord van de regering kunnen ook andere leden aan het debat meedoen.

Recht om uitspraken te doen

De Kamer kan via een motie een uitspraak doen over een bepaald onderwerp. Via een motie kan bijvoorbeeld om de voorbereiding van bepaalde maatregelen worden gevraagd, om evaluatie van beleid of om extra financiële middelen. Het kabinet of een bewindspersoon is niet verplicht een motie uit te voeren.

Dat ligt anders bij een motie waarin een (negatief) oordeel over het beleid van een bewindspersoon of van het kabinet wordt uitgesproken. Zo'n motie kan door een bewindspersoon of door het kabinet worden beschouwd als het ontbreken van vertrouwen. In dat geval leidt het aannemen tot het aftreden van de minister (of staatssecretaris) of tot de val van het kabinet.

Recht van onderzoek

In het verlengde van het inlichtingenrecht, ligt het recht van de Kamer om iets te onderzoeken of om een onderzoek in te laten stellen. Als de Kamer zichzelf minder geschikt acht om iets te onderzoeken, kan aan de Algemene Rekenkamer of aan een externe commissie worden gevraagd dit te doen.

Als de Kamer zelf een onderzoek instelt, wordt daarvoor een tijdelijke commissie benoemd. Die commissie kan personen uitnodigen en externe deskundigen inschakelen.

Een bijzondere vorm van onderzoek is het recht van enquête. Daarbij zijn getuigen verplicht om te verschijnen en vinden verhoren onder ede plaats.

Andere vormen

  • Grote-Projectenprocedure

    Tijdelijke complexe overheidsprojecten die tot een omvangrijke blijvende verandering in het voorzieningenniveau van de overheid moeten leiden, kunnen door de Tweede Kamer worden aangewezen als 'groot project'. Voorbeelden zijn grote reorganisaties, invoering van complexe wet- of regelgeving, of de aanleg van spoorwegverbindingen. In het kader van de daarvoor geldende 'Procedureregeling Grote Projecten' moeten bewindslieden de Tweede Kamer uitgebreid en geregeld informeren over de gang van zaken rond zulke projecten.

  •  
  •