Controle Tweede Kamer

Een belangrijke taak van de Tweede Kamer is het beoordelen van besluiten van het kabinet (en van individuele bewindspersonen). Bij die controlerende taak wordt gebruikgemaakt van het recht op inlichtingen, een recht dat ieder individueel Tweede Kamerlid heeft en dat is vastgelegd in de Grondwet.

Daarnaast kan de Kamer een andere organisatie vragen een onderzoek in te stellen. Verder kan de Tweede Kamer zelf informatie inwinnen van burgers en organisaties via hoorzittingen en door het afleggen van werkbezoeken.

De uitkomsten van controle kunnen ertoe leiden dat de Tweede Kamer 'ingrijpt' in een bepaald beleid. Zij kan bijvoorbeeld het kabinet of bewindspersoon verzoeken om een bepaalde maatregelen te nemen of een afkeurende uitspraak doen over het functioneren van kabinet of bewindspersoon. Het financiële beleid en de effecten van maatregelen hebben speciale aandacht van de Kamer.

Inlichtingenrecht

Het inlichtingenrecht kent verschillende vormen:

  • Recht van interpellatie

    Dankzij het recht van interpellatie kan een Tweede of Eerste Kamerlid mondeling vragen stellen en debatteren over actuele zaken. Door een interpellatie wordt de vastgestelde agenda van de Kamer doorbroken (interpellatie komt van het Latijns voor 'krachtig onderbreken'). Kamerleden kunnen zo een minister of staatssecretaris in de Kamer ter verantwoording roepen.

Andere vormen van controle

  • Grote-Projectenprocedure

    Tijdelijke complexe overheidsprojecten die tot een omvangrijke blijvende verandering in het voorzieningenniveau van de overheid moeten leiden, kunnen door de Tweede Kamer worden aangewezen als 'groot project'. Voorbeelden zijn grote reorganisaties, invoering van complexe wet- of regelgeving, of de aanleg van spoorwegverbindingen. In het kader van de daarvoor geldende 'Procedureregeling Grote Projecten' moeten bewindslieden de Tweede Kamer uitgebreid en geregeld informeren over de gang van zaken rond zulke projecten.


Meer over