Recht van onderzoek: enquêtes en onderzoeken

Het parlement heeft onder meer de taak de regering te controleren. De Tweede Kamer stelt daarom soms een onderzoek naar een bepaalde zaak in. Dit kan de vorm van een parlementaire enquête of van een parlementair onderzoek hebben. Een enquête is een zware vorm van een onderzoek, waarbij de Kamer meer rechten heeft. In tegenstelling tot enquêtes is er voor een gewoon onderzoek tot dusverre niets in de wet geregeld.

Waarom onderzoek?

De staatsrechtelijke bedoeling van een onderzoek te onderzoeken hoe iets nu eigenlijk zit, met andere woorden de waarheid boven tafel krijgen. Nadat een enquête- of onderzoekscommissie onderzoek heeft gedaan en betrokkenen bij het voorwerp van onderzoek heeft gehoord, stelt de commissie in de regel een rapport met bevindingen op. De Kamer debatteert vervolgens eerst met de commissie en later met het kabinet over de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken.

Aan de wens van politici om een onderzoek te (laten) verrichten, kunnen ook (partij)politieke motieven ten grondslag liggen. Bij een minutieus onderzoek is bijna altijd wel iets te vinden waarvan je kunt beweren dat een minister of staatssecretaris het niet goed gedaan heeft.

Een onderzoek is daarom een beproefd instrument om (oud-)bewindslieden in politieke problemen te brengen. Coalitiepartijen zitten hier niet altijd op te wachten en proberen soms te voorkomen dat er een onderzoek wordt ingesteld. Om een onderzoek te beginnen is immers een Kamermeerderheid nodig.

Overigens kunnen er voor Kamerfracties ook andere redenen zijn om geen onderzoek te willen. Soms zijn er namelijk al heel veel onderzoeken van andere organisaties beschikbaar, en is onderzoek door de Kamer overbodig. Ook bestaat de vrees dat overmatig gebruik het onderzoek bot maakt als parlementair 'wapen'.

Recht van onderzoek

Parlementaire enquête

De Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de Verenigde Vergadering hebben een grondwettelijk recht op onderzoek in de vorm van een enquête. Dit enquêterecht is uitgewerkt in de Wet op de Parlementaire Enquête. Deze wet bestaat vanaf 1850 maar is sindsdien een aantal keren herzien. De Wet op de Parlementaire Enquête geeft de Kamer allerlei specifieke onderzoeksrechten wanneer het instrument van de enquête wordt ingezet. Een voorbeeld is de verplichting voor getuigen zich onder ede te laten verhoren. Voor het houden van een enquête is een meerderheidsbesluit van de Kamer nodig.

Parlementair onderzoek

De Tweede Kamer kan zelfstandig onderzoek instellen naar beleid en projecten en dat onderzoek door Kamerleden laten uitvoeren. Er kunnen daarbij meerdere instrumenten worden gebruikt. Het zwaarste middel is onderzoek op basis van de Wet op de parlementaire enquête (Wpe). Een 'lichte' vorm is het houden van een hoorzitting of rondetafelgesprek.

Parlementaire ondervraging

De parlementaire ondervraging is een nieuw instrument van de Tweede Kamer. Het is een tussenvorm tussen een gewone hoorzitting en een parlementaire enquête. Getuigen zijn bij een parlementaire ondervraging verplicht om te verschijnen en worden onder ede gehoord, net als bij een parlementaire enquête. In tegenstelling tot een parlementaire enquête hoeft aan een parlementaire ondervraging geen maandenlang literatuuronderzoek vooraf te gaan.

Onderzoek vooraf en achteraf

Parlementair onderzoek wordt tegenwoordig meestal achteraf verricht, als de Kamer de indruk heeft dat er iets fout is gegaan en wil achterhalen 'hoe het zo gekomen is'.

Soms gaan er stemmen op om parlementair onderzoek ook voorafgaand aan belangrijke politieke besluiten in te zetten. De Kamer is dan beter geïnformeerd. Daar staat tegenover dat de Kamer in zo'n geval meer gaat meeregeren met het kabinet en zich dus moreel meer committeert aan het besluit dat wordt genomen. Het is dan moeilijker om achteraf kritisch te oordelen over besluitvorming, mocht deze negatief uitpakken. De Kamer draagt immers grote (mede)verantwoordelijkheid.

In de 19e eeuw zijn er de nodige enquêtes gehouden met karakter van een onderzoek vooraf:

In een recenter verleden heeft de Tweede Kamer getracht zich te informeren over technisch en maatschappelijk ingewikkelde vraagstukken door parlementaire onderzoeken naar biotechnologie (2001) en het broeikaseffect (1996).


Meer over