| Is er een verschil tussen een demissionair en een interim-kabinet? |
Demissionaire kabinetten Balkenende (2002-2006) |
| Balkenende III: sinds 22 november 2006 | |
| Demissionair na vervroegde Tweede Kamerverkiezingen. | |
| Balkenende II: 30 juni 2006 - 7 juli 2006 (7 dagen) | |
| Op 30 juni 2006 bood minister-president Balkenende het ontslag aan van de bewindslieden van D66 en stelden hij en de overige bewindslieden hun portefeuilles ter beschikking. De D66-bewindslieden stapten op, nadat de D66-fractie een dag eerder het vertrouwen in minister Verdonk had opgezegd. Noch het kabinet, noch de fracties van CDA en VVD wilden daaraan echter de consequentie verbinden dat de minister zou opstappen. | |
| Balkenende I: 16 oktober 2002 - 27 mei 2003 (223 dagen) | |
| Op woensdag 16 oktober 2002 kwam het kabinet-Balkenende ten val. Na wekenlange geruzie tussen de LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek hadden de overige ministers, inclusief de LPF-collega's, aangedrongen op hun vertrek. Hoewel Bomhoff en Heinsbroek woensdagochtend nog de premier hun ontslag hadden aangezegd, zegde de fractievoorzitters van VVD en CDA, Zalm en Verhagen, toch het vertrouwen in het kabinet op. |
Demissionaire kabinetten Kok (1998-2002) |
| Kok II: 16 april 2002 - 22 juli 2002 (97 dagen) | |
| Op 16 april 2002 boden de ministers en staatssecretarissen van het tweede kabinet-Kok hun ontslag aan naar aanleiding van het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) over het bloedbad bij Srebrenica. | |
| Kok II: 18 mei 1999 - 8 juni 1999 (20 dagen) | |
| Op 18 mei 1999 kreeg een wetsvoorstel tot invoering van de mogelijkheid voor een correctief referendum in de Eerste Kamer niet de vereiste tweederde meerderheid. Daarop bood het kabinet een dag later zijn ontslag aan. Vooral D66 was zeer ontstemd en teleurgesteld over de verwerping, omdat zij het referendum als één van haar 'kroonjuwelen' beschouwde. | |
| Kok I: 6 mei 1998 - 3 augustus 1998 (89 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen. |
Demissionaire kabinetten Lubbers (1986-1994) |
| Lubbers III: 9 mei 1994 - 22 augustus 1994 (104 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen. | |
| Lubbers II: 3 mei 1989 - 7 november 1989 (187 dagen) | |
| Op 3 mei 1989 kwam er een einde aan bijna zeven jaar samenwerking tussen CDA en VVD onder minister-president Lubbers. De VVD-fractie kon zich niet vinden in het door het kabinet genomen besluit over afschaffing van het reiskostenforfait. | |
| Lubbers I: 24 mei 1986 - 16 juli 1986 (52 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen. |
Demissionaire kabinetten Van Agt (1981-1982) |
| Van Agt III: 9 september 1982 - 4 november 1982 (54 dagen) | |
| Demissionair na vervroegde Tweede Kamerverkiezingen. | |
| Van Agt II: 12 mei 1982 - 29 mei 1982 (16 dagen) | |
| Op 12 mei 1982 kwam er een einde aan het acht maanden eerder gevormde tweede kabinet-Van Agt. De PvdA-ministers konden zich niet vinden in het financieel-economisch beleid, meer in het bijzonder in de financiering van het werkgelegenheidsbeleid. | |
| Van Agt II: 16 oktober 1981 - 4 november 1981 (17 dagen) | |
| Nog voor het afleggen van de regeringsverklaring kwam het kabinet alweer weer ten val. Op 16 oktober ontstond een breuk vanwege een geschil over de financiering van het banenplan van minister Den Uyl. Na een lijmpoging door de PvdA-economen De Galan en Halberstadt werd het geschil op 4 november opgelost en bleef het kabinet aan. | |
| Van Agt I: 26 mei 1981 - 11 september 1981 (107 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen |
Demissionaire kabinetten periode 1971-1977 |
| Den Uyl: 22 maart 1977 - 19 december 1977 (271 dagen) | |
| Op 22 maart 1977 viel het kabinet-Den Uyl. Het conflict ontstond in het kabinet, maar vond zijn oorsprong in de Tweede Kamer. Door de fracties van KVP en ARP waren namelijk amendementen ingediend op wetsvoorstellen inzake de grondpolitiek. CDA-minister van Justitie en lijsttrekker Van Agt wilde daaraan tegemoetkomen. Het kabinet kon het echter in diverse vergaderingen niet eens worden over die wijzigingen. | |
| Biesheuvel: 29 november 1972 - 11 mei 1973 (162 dagen) | |
| Demissionair na vervroegde Tweede Kamerverkiezingen. | |
| Biesheuvel: 20 juli 1972 - 9 september 1972 (50 dagen) | |
| Op 20 juli 1972 viel nogal onverwacht - althans voor de buitenwereld - het een jaar eerder gevormde kabinet-Biesheuvel. De ministers van DS'70 (Drees jr. en De Brauw) konden zich niet verenigen met het voorgestelde financieel-economische beleid. | |
| De Jong: 28 april 1971 - 6 juli 1971 (68 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen. |
Demissionaire kabinetten periode 1965-1967 |
| Zijlstra: 15 februari 1967 - 5 april 1967 (48 dagen) | |
| Demissionair na vervroegde Tweede Kamerverkiezingen. | |
| Cals: 14 oktober 1966 - 22 november 1966 (37 dagen) | |
| Het slot van de algemene beschouwingen over de begroting voor 1967 in de nacht van 13 op 14 oktober 1966 staat bekend als de Nacht van Schmelzer. Het debat eindigde namelijk met de aanneming van een door KVP-fractievoorzitter Schmelzer ingediende motie, die door het kabinet-Cals als motie van wantrouwen werd uitgelegd en die leidde tot zijn val. | |
| Marijnen: 27 februari 1965 - 14 april 1965 (45 dagen) | |
| Op 27 februari 1965 kwam er een voortijdig einde aan het in 1963 gevormde kabinet-Marijnen. De exacte redenen voor de val bleven duister, maar duidelijk was wel dat het kabinet geen overeenstemming had kunnen bereiken over het omroepbeleid. |
Demissionaire kabinetten periode 1959-1963 |
| De Quay: 15 mei 1963 - 24 juli 1963 (69 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen. | |
| De Quay: 23 december 1960 - 2 januari 1961 (9 dagen) | |
| Op 23 december 1960 kwam het kabinet-De Quay ten val, nadat de Tweede-Kamer een motie-Van Eibergen had aangenomen, waarin om de bouw van 50.000 extra woningwetwoningen werd gevraagd. Minister Van Aartsen had aanneming van deze door zijn partijgenoot ingediende motie ontraden. | |
| Beel II: 12 maart 1959 - 19 mei 1959 (67 dagen) | |
| Demissionair na vervroegde Tweede Kamerverkiezingen. |
Demissionaire kabinetten Drees (1951-1958) |
| Drees IV: 12 december 1958 - 22 december 1958 (9 dagen) | |
| Op 11 december 1958 kwam er een einde aan de Rooms-rode-coalitie onder leiding van minister-president Drees. De Tweede Kamer nam een door de KVP'er Lucas ingediend amendement aan waardoor enkele tijdelijke belastingverhogingen niet met twee, maar slechts met één jaar werden verlengd. Minister Hofstra had aanneming ervan onaanvaardbaar verklaard. | |
| Drees III: 13 juni 1956 - 13 oktober 1956 (121 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen. | |
| Drees III: 17 mei 1955 - 2 juni 1955 (15 dagen) | |
| Op 17 mei 1955 kwam het derde kabinet-Drees ten val, nadat de ontwerp-Huurwet door de Tweede Kamer was verworpen. Het conflict was het gevolg van een zakelijk geschil tussen vrijwel de gehele Kamer en het kabinet over een huurverhoging en belastingverlaging. Daarnaast ging het om een conflict tussen de PvdA en de andere coalitiepartijen. | |
| Drees II: 25 juni 1952 - 2 september 1952 (68 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen. |
Demissionaire kabinetten periode 1946-1951 |
| Drees I: 24 januari 1951 - 15 maart 1951 (49 dagen) | |
| Op 23 januari 1951 viel het kabinet-Drees/Van Schaik, nadat de VVD-fractie met een motie van wantrouwen was gekomen, die was gericht tegen het regeringsbeleid inzake Nieuw-Guinea. Het feit dat de VVD die motie steunde, was voor VVD-minister Stikker reden om zijn ontslag aan te bieden, en dat leidde tot een kabinetscrisis. | |
| Beel I: 7 juli 1948 - 7 augustus 1948 (31 dagen) | |
| Demissionair na vervroegde Tweede Kamerverkiezingen in verband met de grondwetsherziening (oevereiniteitsoverdracht Indonesië). | |
| Schermerhorn: 17 mei 1946 - 3 juli 1946 (47 dagen) | |
| Demissionair na Tweede Kamerverkiezingen. |