Akkoord van Wassenaar (1982)

In 1982 kwamen de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties in de Stichting van de Arbeid het Akkoord van Wassenaar overeen. Onder druk van de oplopende werkloosheid toonden werknemersorganisaties zich bereid tot loonmatiging, in ruil voor arbeidstijdverkorting. Eén van de ondertekenaars van het akkoord was Wim Kok, destijds voorzitter van de FNV.

Totstandkoming

Op 24 november 1982 sloten de destijds in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde werkgevers- en werknemerscentrales een belangrijk sociaal akkoord, het Akkoord van Wassenaar.

Het akkoord kwam tot stand nadat de overheid had gedreigd de loonontwikkeling met een loonmaatregel aan banden te leggen. De Nederlandse economie was namelijk na de oliecrises van 1973 en 1979 in de loop van de jaren 70 en begin jaren 80 ernstig in verval geraakt. De werkloosheid werd steeds groter.

Officieel heette het Akkoord van Wassenaar 'Centrale aanbevelingen inzake aspecten van een werkgelegenheidsbeleid'.

Inhoud

De essentie van het Akkoord van Wassenaar was dat de werknemersorganisaties zich bereid toonden tot loonmatiging, in ruil voor arbeidstijdverkorting. Op die manier moest de winstgevendheid van het bedrijfsleven hersteld worden en de (jeugd)werkloosheid bestreden.

Ondertekenaars

De ondertekenaars van het Akkoord van Wassenaar waren:

  • Steef van Eijkelenburg (voorzitter van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond);
  • Wouter Perquin (voorzitter van het Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond);
  • drs. H. van der Schalie (voorzitter van de Vakcentrale voor Middelbaar en Hoger Personeel);
  • S. Veninga (voorzitter van het Nederlands Christelijk Ondernemersverbond);

Belang van het akkoord

In het Akkoord van Wassenaar werd de aanzet gegeven voor de loonmatiging en het economisch herstel in het verloop van de jaren '80 van de twintigste eeuw. Het akkoord geldt als een schoolvoorbeeld van het succes van de overlegeconomie en het poldermodel met zijn redelijke vakbonden en werkgevers, aldus de overheersende opinie in Nederland.

In het Akkoord van Wassenaar werd ook arbeidsduurverkorting afgedwongen. Arbeidsduurverkorting verdeelt de werkgelegenheid weliswaar over meer personen, maar schept (gemeten in arbeidsjaren) niet meer werkgelegenheid. Integendeel, doordat werknemers in de resterende uren harder gaan werken, daalt de werkgelegenheid in arbeidsjaren. Gedwongen arbeidsduurverkorting wordt tegenwoordig als een achterhaalde vorm van werkgelegenheidsbeleid beschouwd.