Plenaire vergadering Tweede Kamer

De vergadering van alle 150 Tweede Kamerleden noemen we de plenaire vergadering. Deze wordt geleid door de Tweede Kamervoorzitter en wordt gehouden in de grote vergaderzaal.

De vergaderzaal bevat een publieke tribune. Daarnaast zijn de plenaire vergaderingen live op internet te volgen. Alle plenaire vergaderingen zijn dus openbaar.

Plenaire vergaderingen worden in de regel gehouden op dinsdagen, woensdagen en donderdagen. De plenaire vergadering wordt bijeengeroepen door de Voorzitter of op (gemotiveerd) verzoek van ten minste dertig leden. Om te mogen vergaderen, moeten ten minste 76 leden de presentielijst hebben getekend (het quorum). Een stemming kan alleen plaatsvinden als ten minste 76 leden aanwezig zijn.

Onderwerpen

In de plenaire vergadering wordt onder meer gesproken over:

Behandeling

Als ten minste 76 Tweede Kamerleden, het zogenoemde 'quorum', de presentielijst hebben getekend, mag de Tweede Kamer beraadslagen en besluiten (zie artikel 67 Grondwet). In de plenaire vergaderingen hebben alle leden het recht om het woord te voeren, mits de Kamervoorzitter hen daar toestemming voor geeft. Ook ministers en staatssecretarissen - en hun ambtelijke ondersteuning - mogen spreken in de vergadering.

Om de beraadslagingen voorspoedig te laten verlopen, zijn enkele regels opgesteld. Interrupties (onderbrekingen van de spreker om een vraag te stellen) zijn slechts toegestaan als de Kamervoorzitter dat toestaat. Ook kan de Kamer besluiten tot spreektijdbeperking.

De beraadslagingen in de Tweede Kamer over wetsvoorstellen verlopen in het algemeen volgens een vaste volgorde. In de 'eerste termijn' voeren de Kamerleden het woord. Daarna krijgt degene die het voorstel verdedigt - veelal een minister of staatssecretaris - het woord. Vervolgens bestaat de mogelijkheid om het debat in dezelfde volgorde 'in tweede termijn' voort te zetten. In uitzonderingsgevallen kunnen nog verdere termijnen volgen.

Tweede Kamerleden kunnen met het zogenaamde recht van amendement wijzigingen voorstellen op een wetsvoorstel. Het kabinet kan als het de voorgestelde wijziging als een verbetering ziet, een amendement overnemen. Als dat niet het geval is, wordt er na afloop van de behandeling over gestemd. Nadat een wetsvoorstel door de plenaire vergadering is behandeld, volgt ook daarover een stemming. Kamerleden kunnen ook moties indienen.

Debatten over wetsvoorstellen in de Tweede Kamer gaan vaak over vrij technische kwesties, waarover vooral de 'specialisten' van de partijen het woord voeren. Soms wordt eerst een afzonderlijk wetgevingsoverleg gevoerd. Alleen bij politiek gevoelige discussies stroomt de vergaderzaal vol. Bij stemmingen moeten uiteraard wel voldoende Kamerleden aanwezig zijn. Stemmingen zijn vaak op dinsdagmiddag.

Ook bij andere debatten zijn er vaak twee termijnen en ook daarin worden vaak moties ingediend, waarover na het debat wordt gestemd. Moties kunnen eveneens worden overgenomen (door het kabinet), ingetrokken (door de indieners) en soms worden ze 'aangehouden', dat wil zeggen dat ze eventueel pas later in stemming komen of alsnog worden ingetrokken.

Stemmen

De Tweede Kamer neemt besluiten door na discussie over een onderwerp te stemmen. Bij het stemmen velt iedere volksvertegenwoordiger op basis van eigen inzicht en overtuiging een oordeel. In artikel 67, lid 3 van de Grondwet staat namelijk dat Kamerleden stemmen zonder last. Dat betekent dat volksvertegenwoordigers zich niet mogen laten beïnvloeden om voor of tegen een voorstel te stemmen: formeel hebben zij dus een onafhankelijke positie. Uiteraard mogen Kamerleden wel het oordeel van anderen (bijvoorbeeld van de eigen partij of van een maatschappelijke organisatie) laten meewegen in hun besluit. Bovendien moeten leden zweren of beloven dat zij geen geld zullen aannemen om hun stemgedrag te laten beïnvloeden.

Het verouderde begrip 'zonder last of ruggespraak' dat tot 1983 in de Grondwet stond, kwam daar al in 1815 in. Daarmee werd aangegeven dat, anders dan vóór 1795 (ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden), de Kamerleden niet langer afgevaardigden van de provincies waren, en dus ook niet meer in opdracht van de provincies stemden. Tot dat moment waren volksvertegenwoordigers namelijk genoodzaakt om bij elk te nemen besluit te overleggen met hun provinciale achterban.

De onafhankelijkheid van de volksvertegenwoordiger wordt tegenwoordig overigens versterkt door artikel 71 van de Grondwet, waarin bepaald wordt dat Tweede Kamerleden niet kunnen worden vervolgd of voor de rechter kunnen worden aangesproken voor wat zij in vergaderingen van de Staten-Generaal hebben gezegd of in commissieverband hebben gezegd of geschreven.

Reglement van orde

Voor de gang van zaken in de plenaire vergadering (spreken, wijze van stemmen, de orde) gelden vaste regels. Die staan in het Reglement van Orde.

Reces

De Tweede Kamer kent een aantal (vaste) recesperiodes: rond de Kerst, in het voorjaar, in de zomer en rond verkiezingen. Reces betekent dat Kamer en Kamercommissies niet vergaderen. Dat gebeurt dan alleen in spoedgevallen.

Vergaderdagen

Tot 1875 vergaderde de Tweede Kamer (plenair) ook op zaterdagen en tot 1888 tevens op maandagen. Na reglementswijzigingen in genoemde jaren gebeurde dat alleen nog incidenteel. Sinds 1954 werd als regel evenmin op vrijdagen vergaderd, vanwege de vergadering van de ministerraad op die dag. In de jaren zestig kwamen vrijdagvergaderingen echter alleen nog incidenteel voor tijdens de begrotingsbehandeling.

Vanaf 1875 begonnen de vergaderingen op maandag niet voor één uur 's middags. Later werd elf uur het aanvangstijdstip. Sinds 1974 beginnen de vergaderingen als regel op dinsdag om 14.00 uur en op woens- en donderdagen om 10.15 uur (na voltooiing van de begroting op woensdagen vaak ook vanaf 13.00 uur).

Tot mei 1994 was voor voortzetting van de vergadering in de avond of voor het houden van een avondvergadering een besluit van de Kamer vereist. Dat geldt nu alleen nog voor voortzetting van de vergadering na 23.00 uur. In 1974 was al besloten dat in principe niet na 23.00 uur wordt vergaderd, met name vanwege bezwaren van de stenografische dienst. Nachtelijke vergaderingen komen niettemin nog sporadisch voor.

Lange vergaderingen

Onderstaande tabel toont de vergaderingen in de Tweede Kamer die lang doorgingen:

 

Eindtijd

Datum

Onderwerp

5:38 uur

28/29 juni 2006

kabinetsbesluit inzake de nationaliteit van A. Hirsi Ali

5:35 uur

21/22 december 1922

o.a. begrotingen en wijziging Lager-onderwijswet

5:17 uur

30 nov./1 dec. 2016

wetsvoorstel stelsel van fosfaatrechten

5:17 uur

26/27 juni 1980

olie-embargo Zuid-Afrika

4:50 uur

11/12 oktober 1979

algemene beschouwingen

4:40 uur

13/14 oktober 1966

Nacht van Schmelzer

4:28 uur

2/3 juni 1999

rapport enquête Bijlmerramp

4:20 uur

27/28 juni 1979

diverse onderwerpen

4:12 uur

22/23 december 1976

jaarlijkse huurverhoging

4:08 uur

26/27 november 1970

belastingplan 1971, de freule zegt: "Dit is gekkenwerk"

4:00 uur

24/25 juni 1976

1%-procentoperatie

3:56 uur

18/19 december 2014

over verwerping zorgwetten door Eerste Kamer

3:51 uur

19/20 december 1974

wet huurprijzen, huurbeleid

3:35 uur

21/22 september 1978

VN-burgerrechtverdragen


Meer over