ChristenUnie (CU)

Logo ChristenUnie

De ChristenUnie is een christelijke partij, met op sociaal en ecologisch gebied progressieve en op ethisch gebied behoudender standpunten. Politiek leider van de ChristenUnie is sinds november 2015 Gert-Jan Segers. De huidige partijvoorzitter is Piet Adema.

De partij ontstond in januari 2000 als samenwerkingsverband tussen het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Per 1 januari 2004 zijn de partijen gefuseerd. Sinds 15 maart 2001 opereerden de fracties van deze partijen al onder naam ChristenUnie in de Tweede Kamer. Ook in de Eerste Kamer bestond al sinds 2001 een fractie van de ChristenUnie.

De ChristenUnie behaalde bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 vijf zetels. Dat aantal bleef daarmee gelijk aan het aantal dat in 2012 werd behaald. De partij heeft drie zetels in de Eerste Kamer.

In februari 2007 werd de ChristenUnie voor het eerst in haar bestaan regeringspartij. Tijdens het kabinet-Rutte I zat de ChristenUnie in de oppositie en dat is nog zo onder het huidige kabinet.

Arie Slob was lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012. Sinds november 2015 is Gert-Jan Segers politiek leider.

Zetels

ChristenUnie en Tweede Kamerverkiezingen

ChristenUnie en Eerste Kamerverkiezingen

In de databank van de Kiesraad vindt u meer informatie over de ChristenUnie en de verkiezingen sinds 2000.

Beginselen

Het christelijke karakter van de ChristenUnie blijkt onder andere uit de 'Uniefundering' van de partij. De partij erkent Gods heerschappij over het staatkundig leven. De overheid is door God gegeven en staat in zijn dienst. De politieke overtuiging van de ChristenUnie vindt haar wortels in de bijbel.

Op grond daarvan moet de overheid Gods eer hoog houden in de publieke samenleving. Wel erkent de partij scheiding van staat en kerk. Hiermee wordt voorkomen dat de overheid geestelijke dwang uitoefent. Ook bepaalt het de eigen taak van de kerk: de Evangelieverkondiging.

Wel moet de overheid garant staan voor geestelijke vrijheid en de zelfstandigheid van de kerk in wetgeving en beleid respecteren.

Bestuursvorm

De ChristenUnie bestaat uit lokale afdelingen die onderdeel zijn van twaalf Provinciale Unies. Er zijn er daarvan een kleine tweehonderd. Leden zijn zowel lid van de landelijke partij als van de lokale afdeling. De lokale afdelingen zijn er om de doelstellingen van de ChristenUnie op lokaal niveau te realiseren en de Provinciale Unies doen dat op provinciaal niveau. Het Partijbureau in Amersfoort ondersteunt de lokale en provinciale afdelingen.

Het hoogste orgaan van de ChristenUnie is het partijcongres. Ieder lid van de ChristenUnie heeft spreek- en stemrecht. Naast individuele leden hebben ook de lokale afdelingen spreek- en stemrecht. De partij wordt bestuurd door het Landelijk Bestuur.

Historische ontwikkeling

Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw was er sprake van mogelijke samenwerking tussen de drie kleine christelijke partijen GPV, RPF en SGP. Bij de Europese verkiezingen in 1984 sloegen de drie partijen de handen ineen en kwamen met een gemeenschappelijke lijst. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1989 waren de lijsten van RPF en SGP met elkaar verbonden. Hierdoor wist de RPF een tweede zetel te bemachtigen.

Struikelblok voor verdere samenwerking tussen de drie partijen was het in jaren negentig verzwaarde standpunt van de SGP over het vrouwenkiesrecht. Vrouwen mochten niet eens meer lid worden van de partij. Daar konden GPV en RPF niet mee akkoord gaan. Een incidentje bij de Europese verkiezingen van 1994 illustreerde dat. Het RPF had een vrouwelijke kandidaat op de gemeenschappelijke lijst geplaatst, wat voor het SGP onaanvaardbaar was. De vrouwelijke kandidaat trok zich toen terug.

Een struikelblok voor samenwerking tussen RPF en GPV was aanvankelijk het vraagstuk of niet-vrijgemaakten tot het GPV konden toetreden. Deze vraag werd in 1993 door de partij bevestigend beantwoord, waardoor het bestaansrecht van de RPF, een partij voor de niet-vrijgemaakten, verdween.

Een confederatie tussen RPF en GPV bleef echter achterwege. Het GPV, net bekomen van de discussie over toelating van de niet-vrijgemaakten, voelde weinig voor een nieuwe interne discussie. Ook toen het RPF in 1994 in aantal Kamerzetels het GPV overtrof, bleef het GPV een afwerende houding aannemen. Immers, de RPF zat dan bij mogelijke samenwerkingsbesprekingen in een comfortabeler positie.

Pas eind jaren negentig kwamen de besprekingen opnieuw op gang. Op 22 januari 2000 besloten de partijen verder te gaan onder de naam ChristenUnie.

Vanaf 2003 wist de ChristenUnie zich onder leiding van de nieuwe partijleider André Rouvoet steeds beter te profileren. In 2006 verdubbelde de partij haar zetelaantal naar zes, wat beloond werd met deelname aan het kabinet-Balkenende IV. Rouvoet was daarin vicepremier.

In het formatieproces van zomer en najaar 2010 kwam de ChristenUnie nauwelijks aan bod. Sinds die behoort de partij tot de (constructieve) oppositie.

Instituties, Organisaties en bladen

Scholingsinstituut

Opleidingscentrum

Wetenschappelijk instituut

Mr. G. Groen van Prinsterer Stichting

Wetenschappelijk tijdschrift

'DenkWijzer' (4x per jaar)

Jongerenorganisatie

PerspectieF, ChristenUnie-jongeren

Vrouwenorganisatie

'Inclusief'

Europese organisaties

European Christian Political Movement

Mondiale organisatie

geen

Partijblad

'HandSchrift' (6x per jaar)

Jongerenblad

'Perspex'; e-zine 'Ebate'

Vrouwenblad

geen

Europees blad

geen


Meer over

Kijk voor meer informatie over de ChristenUnie op de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen.