Verantwoordelijkheden van de regering

Opvattingen over verantwoordelijkheden van de overheid en hierop aansluitend de regering verschillen tussen personen en ontwikkelen zich in de loop van de tijd. De regering heeft in ieder geval een besturende en handhavende taak. De Grondwet, internationale verdragen en het soort onderwerpen dat in de ministerraad wordt besproken geven een ruwe indicatie wat in de praktijk zoal de verantwoordelijkheden van de regering zijn. Naast een juridische benadering kunnen de verantwoordelijkheden ook in een meer maatschappelijk licht gezien worden.

Uit de beleidskeuzes van een regering blijkt waar zij zich zelf in het bijzonder verantwoordelijk voor voelt. Ook het parlement kan het kabinet voor bepaalde zaken verantwoordelijk houden. Wat staatsrechtelijk als overheidsverantwoordelijkheid wordt beschouwd zal uiteindelijk een weerspiegeling zijn van maatschappelijke opvattingen hierover.

Verschillende opvattingen

Er wordt zowel door burgers als door politieke partijen verschillend gedacht over wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van de overheid en daarmee van regering en kabinet. Burgers en partijen wijzigen bovendien in de loop der tijd geregeld van opvatting hierover. Het is dus niet mogelijk om in absolute zin en vastomlijnd aan te geven wat die taken en verantwoordelijkheden exact zijn.

Het principe van ministeriële verantwoordelijkheid geeft het parlement mogelijkheden om overheidsbemoeienis met bepaalde zaken af te dwingen of juist te verminderen. Het kabinet als geheel en ook individuele ministers en staatssecretarissen zullen in het algemeen ook zelf een bepaald beleid willen voeren. Tegenwoordig zal een kabinet ook het regeerakkoord moeten uitvoeren.

Grondwet en internationale verdragen

Uit de Grondwet vloeit een aantal verantwoordelijkheden voor de overheid en voor de regering voort, zoals op het gebied van de landsverdediging, de handhaving van de openbare orde, sociaal beleid, volksgezondheid en onderwijs.

Uit internationale verdragen kunnen eveneens verantwoordelijkheden voor de overheid voortvloeien. Zo valt te denken aan internationale verdragen waarin eisen worden gesteld aan bijvoorbeeld mensenrechten of uitstoot van broeikasgassen. In het Verdrag van Maastricht zijn, als voorwaarde voor toelating tot de EMU, criteria vastgesteld voor onder andere de toegestande hoogte van de inflatie, het begrotingstekort en de staatsschuld. Het lidmaatschap van de NAVO brengt voor Nederland militaire verplichtingen met zich mee.

Europese richtlijnen

Binnen het kader van de de Europese Unie (EU) worden richtlijnen vastgesteld, die de EU-lidstaten, waaronder Nederland, moeten omzetten in binnenlandse wetgeving. Aangezien ongeveer een derde van de Nederlandse wetgeving voortvloeit uit Europese richtlijnen is omzetting van Europese richtlijnen in Nederlandse wetgeving een belangrijke taak van de regering, evenals het beïnvloeden van de Europese besluitvorming hierover.

Maatschappelijke benadering

De verantwoordelijkheden van de overheid kan men ook op een meer maatschappelijke (economische) manier uitleggen. Wanneer als uitgangspunt wordt gekozen dat in geval van volledige mededinging de markt op de beste manier kan zorgen voor de productie van goederen en diensten, heeft de overheid daar verantwoordelijkheid waar de markt niet goed werkt.

Op deze manier kan beredeneerd worden dat de overheid verantwoordelijkheid draagt in een aantal gevallen:

  • wanneer er op de markt onvoldoende concurrentie bestaat, of wanneer het marktaanbod onvoldoende inzichtelijk is. De overheid kan hier iets aan doen door mededingingstoezicht en door consumentenbeleid;
  • wanneer sprake is van zuiver collectieve goederen, dat wil zeggen wanneer de consumptie van de één niet ten koste gaat van de consumptie van de ander (non-rivaliteit) en wanneer consumenten niet uitgesloten kunnen worden van het gebruik van dat goed (non-exclusiviteit). Voorbeelden zijn landsverdediging, handhaving van de openbare orde en dijkbewaking. De overheid heeft hier een taak omdat de consumenten afzonderlijk niet zullen willen betalen voor het gebruik, omdat ze er hoe dan ook van profiteren (free rider gedrag);
  • wanneer sprake is van quasi-collectieve goederen. Dit zijn goederen, zoals wegen en onderwijs, die weliswaar niet aan de definitie van een zuiver collectief goed voldoen, maar waarvan men het desondanks maatschappelijk van belang vindt dat de overheid zich met de productie bemoeit;
  • bij bemoeigoederen (merit goods), dat wil zeggen wanneer de overheid constateert dat de consumenten uit zichzelf de verkeerde keuzes maken. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen merit goods en demerit goods;
  • wanneer de consumptie of productie van een goed of dienst voor- of nadelen met zich meebrengt voor anderen dan de producenten en directe gebruikers. Het gaat hier om externe effecten, dat wil zeggen uitstralingseffecten naar de rest van de maatschappij. Er wordt onderscheid gemaakt tussen positieve externe effecten en negatieve externe effecten. De aanwezigheid van positieve externe effecten kan voor de overheid aanleiding zijn om productie en consumptie te bevorderen (bijvoorbeeld: onderwijs aan individuele personen is gunstig voor de economische ontwikkeling in het algemeen). Negatieve externe kunnen ook aanleiding zijn voor overheidsingrijpen, maar dat hoeft niet per se.

Bestuur en handhaving

De regering is verantwoordelijk voor het bestuur van de rijksoverheid, dat wil zeggen de uitvoering van wetgeving en overheidstaken voor zover deze betrekking hebben op de rijksoverheid. Bestuur wordt ook wel omschreven als overheidsactiviteiten die niet te zien zijn als wetgeving of rechtspraak. Na de vuurwerkramp in mei 2000 in Enschede en de cafébrand in Volendam op 1 januari 2001 bestaat er veel belangstelling voor de handhaving van wetgeving.

Een belangrijke taak van de regering is het voeren van een ordentelijke overheidshuishouding, dat wil zeggen het opstellen en bijstellen van begrotingen, en het afleggen van verantwoording hierover en over de behaalde beleidsresultaten. Overigens heeft ook het parlement budgetrecht. Onderdeel van de bestuurlijke taak van ministers, voor zover het geen ministers zonder portefeuille betreft, is ook het politiek leiding geven aan hun (vak)departement.

Het kabinet is daarnaast belast met de benoeming van commissarissen van de Koning, burgemeesters en leden van de rechterlijke macht.

Onderwerpen waarover ministerraad vergadert en besluit

De onderwerpen waarover de ministerraad vergadert en besluit geven een goede indicatie van de dagelijkse taken en verantwoordelijkheden van de regering. In het Reglement van Orde voor de Ministerraad staat een opsomming van zaken waarover de ministerraad vergadert en besluit. Het betreft onder andere wetgeving, beleid, buitenlands en EU-beleid, de instelling van externe adviesorganen en interdepartementale commissies en benoemingen en ontslagen van ministers, staatssecretarissen, burgemeesters en andere hooggeplaatste ambtenaren, militairen en diplomaten.

Ook de persberichten van de ministerraad geven een indruk van de bezigheden van de regering.

Historische ontwikkeling

Als de overheidsbemoeienis beperkt blijft tot zaken als handhaving van de openbare orde en landsverdediging, wordt wel gesproken van een nachtwakerstaat. Dit was in de negentiende eeuw goeddeels het geval. Ook was de overheid verantwoordelijk voor het monetaire stelsel, en moest de overheid belasting heffen om de uitvoering van taken te kunnen financieren.

Tegen het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw kwamen daar, in verband met misstanden in de arbeidsomstandigheden en in de huisvesting, verantwoordelijkheden op sociaal-economisch en volkshuisvestingsgebied bij. Ook de overheidsbemoeienis met gezondheidszorg en onderwijs werd steeds groter. In de loop van de twintigste eeuw is de leerplicht verder uitgebreid.

Na de Grote Depressie in de jaren 1930 en onder invloed van de ideeën van de Britse econoom John Maynard Keynes ging de overheid zich na de Tweede Wereldoorlog steeds meer bezig houden met het beïnvloeden en sturen van de economie en de conjunctuur. Belastingheffing werd gebruikt voor herverdeling van inkomens, en er werd een steeds uitgebreider sociale zekerheidsstelsel opgebouwd.

Vanaf de jaren 1970 begon de economische ontwikkeling, mede als gevolg van enkele oliecrises, te stagneren. De overheid bleek minder dan verwacht in staat de economie te sturen, de begrotingstekorten en staatsschuld liepen in hoog tempo op, en de belastingen en sociale premies waren zo hoog geworden dat de economische ontwikkeling enstig werd verstoord en de werkloosheid steeds verder steeg.

Vanaf de jaren 1980 is het overheidingrijpen in de economie daarom afgenomen, en zijn de overheidsfinanciën door middel van bezuinigingen gesaneerd. Toch speelt de overheid nog steeds een belangrijke rol op sociaal-economisch gebied.

Intussen is de rol van de overheid op andere gebieden juist uitgebreid, zoals bij de inzet van de overheid voor het behoud van het milieu en de natuur. Daarnaast leeft steeds sterker het gevoel dat sprake is van een risicomaatschappij, waarin de overheid de burgers moet beschermen tegen risico's (bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid) en hen meer moet bijstaan als zij slachtoffer van een ramp zijn geworden. Ook de toenemende vraag naar bescherming van burgers tegen criminaliteit, vandalisme en terrorisme brengt een grotere rol van de overheid met zich mee.


Meer over