| - | |
advocaat advocatenkantoor Dutilh, Van der Hoeven & Slager (voor fusie 1 januari 1970 kantoor Mrs. J.W.W. van der Hoeven, J.J. Fokma, J.J.M. Kaulingfreks, A.D. Mijs, H.C.G.L Polak en F. Korthals Altes; na 1 januari 1962 mede-vennoot in dit kantoor te Rotterdam), van 5 maart 1958 tot 4 november 1982 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 4 november 1982 |
| - | |
minister van Justitie, van 4 november 1982 tot 7 november 1989 |
| - | |
tijdelijk waarnemend minister van Binnenlandse Zaken, van 20 februari 1986 tot 12 maart 1986 (na het overlijden van minister Rietkerk) |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken ad interim, van 26 januari 1987 tot 3 februari 1987 (tijdens ziekte van minister Van Dijk) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 11 juni 1991 |
| - | |
advocaat maatschap Nauta Dutilh, advocaten, notarissen en belastingadviseurs, van 1 april 1990 tot 1 januari 1994 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 juni 1991 tot 2 oktober 2001 |
| - | |
voorzitter maatschap Nauta Dutilh, advocaten, notarissen en belastingadviseurs, van 1 januari 1994 tot 1 januari 1997 |
| - | |
fractievoorzitter VVD Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 juni 1995 tot 11 maart 1997 |
| - | |
voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 maart 1997 tot 2 oktober 2001 |
| - | |
lid comité Cleveringaherdenking te Rotterdam, van 1958 tot 1970 |
| - | |
bestuursfuncties in Leids Universiteits Fonds, van 1962 tot 1982 |
| - | |
bestuursfuncties in Reünistenfonds van het Leidsche Studenten Corps en de Sociëteit Minerva, van 1963 tot 1973 |
| - | |
lid commissie opkomstplicht, van 28 juni 1966 tot 15 november 1967 |
| - | |
voorzitter Rotterdams Comité Cleveringaherdenking, van 1970 tot 28 november 2005 |
| - | |
vicevoorzitter Stichting Pensioenfonds van de Nederlandse Orde van Advocaten, van 1970 tot 1977 |
| - | |
lid Raad van Commissarisen Elsevier-NDU N.V. te Amsterdam, van 20 april 1979 tot 4 november 1982 |
| - | |
lid Raad van Commissarisen NDU (Nederlandse Dagbladunie) B.V. te Rotterdam, van 25 april 1972 tot 20 april 1979 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "Nassau Verzekering Maatschappij" N.V., van 2 mei 1990 tot 22 september 1992 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "Bloemers Nassau Groep" te Rotterdam, vanaf mei 1990 |
| - | |
lid Commissie van Advies en Bijstand van het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Leiden, van 13 juni 1990 tot 14 november 1996 |
| - | |
voorzitter Nicolaas Witsenstichting te Amsterdam, van 12 oktober 1990 tot 13 oktober 2000 |
| - | |
lid Raad van Advies Cope International te 's-Gravenhage, van november 1990 tot 1996 |
| - | |
lid Stichting Continuïteit Reesink te Zutphen, van 1 april 1991 tot 22 oktober 1997 |
| - | |
voorzitter Stichting NCH (Nederlands Centrum voor Handelsbevordering) te 's-Gravenhage, van 11 juni 1991 tot 1 januari 2002 |
| - | |
lid bestuur Nederlands Arbitrage Instituut, van 13 augustus 1991 tot 1 januari 1997 |
| - | |
vicevoorzitter NCD (Nederlands Centrum van Directeuren en Commissarissen), van 5 februari 1992 tot 1 januari 2000 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen "Bloemers Holding" B.V., "Nassau Verzekering Maatschappij" N.V. en "Leidsche Verzekering Maatschappij" te Rotterdam, van 22 september 1992 tot 15 april 2003 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen "Nassau Verzekering Maatschappij" N.V., van 22 september 1992 tot 15 april 2003 |
| - | |
voorzitter Reünistenadviescommissie Lustrumcommissie 1994 van de Leidse Studentenvereniging "Minerva" (tevens Reünistenpreses en beschermheer van het Reünistenfonds), van 16 juli 1993 tot 16 juli 1998 |
| - | |
voorzitter Stichting afwikkeling onverzekerde vorderingen voormalige Sovjet-Unie, van 16 maart 1994 tot 1 januari 2003 |
| - | |
lid Raad van Advies NMC-Nijsse International (Executive Search) te Amsterdam, van 19 april 1994 tot 26 januari 1998 |
| - | |
voorzitter commissie heroverweging instrumentarium rechtshandhaving, van 14 oktober 1994 tot 1 september 1995 |
| - | |
voorzitter Stichting afwikkeling onverzekerde vorderingen op Iran, van 17 januari 1995 tot 1 oktober 2005 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen SENS (Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij) te 's-Gravenhage, van 20 maart 1995 tot 11 maart 2002 |
| - | |
voorzitter Stichting Rotterdams Comité ter Behartiging van Nationale Belangen, van 30 april 1996 tot 29 april 2000 |
| - | |
adviseur Cross Options Beheer B.V. te Amsterdam, van 1 januari 1997 tot 1 januari 2006 |
| - | |
voorzitter Raad van Advies Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Leiden, van 22 januari 1997 tot 16 november 2003 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen HIM Furness N.V. te Krimpen aan den IJssel/Rotterdam, van 26 januari 1997 tot 16 november 2004 |
| - | |
voorzitter jury Grondwetstrijd 1998, van 6 maart 1997 tot 15 december 1998 |
| - | |
lid Contactgroep Tegoeden Tweede Wereldoorlog (commissie-Van Kemenade), van 10 maart 1997 tot 27 januari 2000 |
| - | |
voorzitter jury "Prijs voor de Dagbladjournalistiek" van de Groep Nederlandse dagbladpers van het Nederlands Uitgeversverbond, van mei 1997 tot 2 oktober 2001 |
| - | |
voorzitter Nationaal Comité "Vrede van Munster", van 30 mei 1997 tot 1 januari 1999 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen NMC-Nijssen International (Executive Search) te Amsterdam, van 26 januari 1998 tot 1 januari 2008 |
| - | |
lid algemeen bestuur Stichting Rotterdam Culturele hoofdstad 2001, van 3 december 1998 tot 1 januari 2002 |
| - | |
lid startgroep Forum voor Democratische Ontwikkeling, ingesteld door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 14 december 1998 tot 8 november 1999 |
| - | |
vertegenwoordiger van de Nederlandse regering in de conventie voor de opstelling van een ontwerp handvest voor de grondrechten van de Europese Unie, van 26 november 1999 tot 3 oktober 2000 |
| - | |
voorzitter bestuur Dr. Daniël den Hoedstichting te Rotterdam, van 12 maart 2000 tot 10 juli 2008 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen SENS (Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij) te 's-Gravenhage, van 11 maart 2002 tot 15 maart 2007 |
| - | |
informateur, van 15 april 2003 tot 20 mei 2003 (samen met R.J. Hoekstra) |
| - | |
lid en plaatsvervangend voorzitter commissie belast met de voorbereiding van een referendum over het verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (Referendumcommissie), van 10 februari 2005 tot juni 2005 |
| - | |
voorzitter Commissie inrichting verkiezingsproces, van januari 2007 tot 27 september 2007 |
| - | |
Was eerstverantwoordelijke voor het dereguleringsbeleid. Stelde de commissie-Geelhoed in en bracht in 1984 het kabinetsstandpunt deregulering van overheidsregelingen uit. |
| - | |
Diende in 1983 een wetsvoorstel in tot afschaffing van de bijkomende straf van plaatsing in een rijkswerkinrichting en tot verhoging van de strafmaat vanwege souteneurschap. In 1989 diende hij in samenhang hiermee een wetsvoorstel in tot opheffing van het absolute bordeelverbod. Alleen het wetsvoorstel over het souteneurschap werd (in gewijzigde vorm) door zijn opvolger Hirsch Ballin in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Bracht in 1985 samen met staatssecretaris Korte-van Hemel de Nota "Samenleving en criminaliteit" uit. Hierin werd de bouw van vijf nieuwe gevangenissen aangekondigd van elk 250 cellen. Ook werd aangestuurd op versterking van het justitiële apparaat. Dit vanwege een verviervoudiging van de 'kleine' criminaliteit' in de periode 1870-1983. |
| - | |
Stelde in 1985 de commissie-Mulder in, die moest onderzoeken hoe de rechterlijke macht kon worden ontlast door administratieve afhandeling van verkeersboetes |
| - | |
Verdedigde in de Tweede Kamer met succes het op 27 januari 1989 genomen besluit om de "Twee van Breda" (Fischer en Aus der Funten) gratie te verlenen en als ongewenste vreemdeling over de grens te zetten |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap kwamen enkele spraakmakende ontvoeringen voor, zoals van Freddy Heineken en diens chauffeur, en van Ahold-topman Gerrit-Jan Heijn |
| - | |
Verdedigde in 1989 samen met minister Bolkestein met succes in de Tweede Kamer wetsvoorstellen tot herziening van het militair straf-, strafproces- en tuchtrecht. De wetsvoorstellen werden door hun opvolgers in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Diende in 1989 samen met minister Van Dijk het wetsvoorstel Algemene wet bestuursrecht in. Dit voorstel werd in 1992 door de ministers Hirsch Ballin en Dales in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Bracht in 1983 de Wet vermogenssancties in het Staatsblad (Stb. 153). Dit wetsvoorstel was in 1978 ingediend door minister De Ruiter en door hem in 1982 in de Tweede Kamer verdedigd. |
| - | |
Bracht tussen 1984 en 1989 diverse invoeringswetten van boeken van het nieuwe Burgerlijk Wetboek tot stand |
| - | |
Bracht in 1984 samen met staatssecretaris De Graaf een wet in het Staatsblad (Stb. 631) die verhaal door gemeenten van verleende bijstand mogelijk maakt ook als er een alimentatieregeling is getroffen. Het wordt voor scheidende partijen onmogelijk om via een 'nihilbeding' te ontkomen aan de wettelijke onderhoudsverplichting (alimentatie). Het wetsvoorstel was in 1976 ingediend door minister Van Agt en staatssecretaris Meijer. |
| - | |
Bracht in 1985 een wet (Stb. 243) tot stand die het transseksuelen mogelijk maakt om de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte te laten wijzigen. |
| - | |
Bracht in 1985 een wijziging (Stb. 385) van het artikel over pornografie (art. 240) van het Wetboek van Strafrecht tot stand. Met een liberalere omschrijving wordt betere handhaafbaarheid nagestreefd. Handel in kinderporno blijft verboden. Het wetsvoorstel was in 1979 ingediend door minister De Ruiter. |
| - | |
Bracht in 1985 invoeringswetten tot stand van boeken 3-6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek tot stand |
| - | |
Bracht in 1985 samen met staatssecretaris Van der Reijden een wet (Stb. 495) tot nadere wijziging van de Opiumwet tot stand. Daardoor worden voorbereidingshandelingen voor de handel in heroïne en andere harddrugs strafbaar gesteld. Iedereen die vanuit het buitenland dergelijke drugs in Nederland poogt in te voeren of die invoer voorbereidt, is in Nederland, ongeacht zijn nationaliteit, vervolgbaar. |
| - | |
Bracht in 1986 samen met minister Van den Broek de Wet wapens en munitie (Stb. 41) tot stand. Deze wet vervangt de Vuurwapenwet en wet tot wering van ongewenste handwapenen. Het wetsvoorstel was in 1973 ingediend door minister Van Agt en staatssecretaris Kooijmans. |
| - | |
Bracht in 1986 de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Stb. 464) tot stand. Deze wet regelt de overname door Nederland van de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafrechtelijke beslissingen voor zover dat via verdragen is geregeld. Voor overdracht van de tenuitvoerlegging van Nederlandse strafvonnissen naar het buitenland is geen verdragsgrondslag vereist. Tegen die overdracht is wel beroep mogelijk. |
| - | |
Bracht in 1986 samen met staatssecretaris Koning wetgeving (Stb. 584) tot stand inzake het tegengaan van misbruik van rechtspersonen (zoals de oprichting van 'lege' BV's) |
| - | |
Bracht in 1986 een wet (Stb. 593) tot herziening van de regeling betreffende voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheidstelling tot stand. Onder meer vanwege behoefte bij de rechterlijke macht worden de mogelijkheid tot voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheidstelling vergroot. Tevens wordt daarmee een ontlasting van de druk op de capaciteit van het gevangeniswezen en van de werklast van de reclassering beoogd. Ook een veroordeling tot een gevangenisstraf van langere duur dan één jaar (tot maximaal drie jaar) kan gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. |
| - | |
Bracht in 1987 samen met minister Van Dijk de Tijdelijke wet Kroongeschillen (Stb. 317) tot stand. Daardoor werd voor de meeste gevallen waarin volgens een bestaande wet kroonberoep mogelijk was, die beslissing op beroep overgedragen aan de afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens had in 1985 de bestaande wijze van kroonberoep strijdig genoemd met de Europese mensenrechtenconventie, omdat de Kroon geen onafhankelijk gerecht was. |
| - | |
Bracht in 1987 wetten (Stbb. 333 en 334) tot stand waardoor de leeftijd voor meerderjarigheid wordt verlaagd van 21 naar 18 jaar. Jongeren worden vanaf 18 jaar handelingsbekwaam en krijgen het recht om tot volksvertegenwoordiger te worden gekozen. De zorgplicht van ouders blijft wel tot het 21e jaar doorlopen. |
| - | |
Bracht in 1987 een wet (Stb. 590) inzake nieuwe regeling van het bewijsrecht in burgerlijke zaken tot stand. Rechters krijgen grotere vrijheid om nieuwe bewijsmiddelen wel of niet te accepteren, het bewijsrecht wordt overgebracht van het Burgerlijk Wetboek naar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door minister Polak. |
| - | |
Bracht in 1987 met minister De Korte een wet (Stb. 484) tot stand waardoor ontwikkelaars van halfgeleiderproducten (microchips) worden beschermd tegen namaak van hun producten |
| - | |
Bracht in 1987 wetten tot vaststelling en invoering van artikel 7.1 (koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek tot stand |
| - | |
Bracht in 1988 samen met minister Van Dijk de Bekendmakingswet (Stb. 18) tot stand. Deze bevat regels over de uitgifte van het Staatsblad en de Staatscourant, en over de bekendmaking van wetten, algemene maatregelen van bestuur en koninklijke besluiten waarbij algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld. |
| - | |
Bracht in 1988 samen met minister Van Dijk de Wet openbare manifestaties (Stb. 157) tot stand. Deze wet regelt de uitoefening van de vrijheid van godsdienst en het recht op vergadering en betoging en vervangt de Wet Vereniging en Vergadering uit 1855. Het wetsvoorstel was in 1986 door hem en minister Rietkerk ingediend. |
| - | |
Bracht in 1988 samen met minister Van Dijk de Wet persoonsregistaties (Wpr) (Stb. 665) tot stand, die regels bevatte over het registreren van privégevoelige gegevens in elektronische databanken. Het wetsvoorstel was in 1985 door hem en minister Rietkerk ingediend. |
| - | |
Bracht in 1989 samen met staatssecretaris Korte-van Hemel een wet (Stb. 6) tot stand die verzekerde bewaring van asielzoekers op Schiphol-oost mogelijk maakte |
| - | |
Bracht in 1989 een wet (Stb. 7) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht tot stand die ernstige vormen van milieuverontreiniging tot delict verklaart, waardoor de verjaringstermijn op 15 jaar komt en strengere bestraffing mogelijk wordt. |
| - | |
Bracht in 1989 een wet (Stb. 16) tot stand die misbruik van voorwetenschap bij effectenhandel strafbaar stelt |
| - | |
Bracht in 1989 samen met minister De Koning een wet (Stb. 168) tot stand waardoor alle wetgeving inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen (o.a. inzake aanstelling en ontslag en beloning) worden samengevoegd in één wet. Er wordt één (nieuwe) commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij arbeid ingesteld, worden de bevoegdheden van die commissie vergroot, en de werking van de wet wordt uitgebreid tot het militaire overheidspersoneel. |
| - | |
Bracht in 1989 de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Stb. 300) tot stand. Bestraffing van lichte verkeersovertredingen via een administratieve sanctie wordt mogelijk. Tegen de straf kan in beroep worden gegaan, maar dan moet wel door de overtreder zeker worden gesteld dat de opgelegde boete zal worden betaald. Gebeurt dit niet dan wordt het beroepschrift niet in behandeling genomen. Door de wet moet de werklast van de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht worden verminderd. De effectiviteit bij de inning van boeten moet worden vergroot. Het rapport van de commissie-Mulder lag ten grondslag aan de wet. |
| - | |
Bracht in 1989 samen met staatssecretaris Korte-van Hemel een wet (Stb. 482) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht met de straf van onbetaalde arbeid tot stand. Een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van minder dan zes maanden, dan wel een vrijheidsstraf van waarvan het onvoorwaardelijke deel minder is dan zes maanden, kan door de rechter worden omgezet in een verplichting tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte (taakstraf). Een voorwaardelijke vrijheidsstraf van minder dan zes maanden kan eveneens worden omgezet in een taakstraf. Er worden regels gesteld over het aantal als straf te verrichten uren en aan de aard van de werkzaamheden. Bij niet naar behoren uitvoeren van de taakstraf kan deze op vordering van het OM alsnog in een geheel of gedeeltelijke vrijheidsstraf worden omgezet. |