Vertrek uit de Tweede Kamer

Zowel partijen als leden zelf kunnen besluiten dat een Kamerlidmaatschap niet wordt voortgezet. Daarbij kunnen persoonlijke redenen een rol spelen, maar het kan ook dat de partij niet tevreden is over iemands functioneren. Daarnaast kunnen partijen grenzen stellen aan de duur van het lidmaatschap. Bij het CDA mogen Kamerleden bijvoorbeeld maximaal drie periodes volmaken.

Er bestaat natuurlijk ook altijd de kans dat iemand zich wel kandidaat stelt, maar vervolgens niet wordt herkozen. Een aantal van hen wordt later opnieuw lid, ter vervulling van een vacature.

Een deel van de Tweede Kamerleden vertrekt tussentijds. Dat is vooral het geval door benoemingen tot minister of staatssecretaris, omdat die ambten niet verenigbaar zijn met het Kamerlidmaatschap. Daarnaast stromen leden soms door naar andere functies, kunnen er conflicten ontstaan of kan ziekte tot vertrek dwingen.

Zowel door wisselend kiezersgedrag als door grotere doorstroming bij verkiezingen en door tussentijds vertrek is de parlementaire ervaring sterkt afgenomen.

Vertrek bij verkiezingen

jaar

niet verkiesbaar

wel verkiesbaar, niet herkozen

2012

32

17

2010

28

31

2006

42

28

2003

28

18

2002

38

45

1998

39

19

1994

40

27

Tussentijds vertrek

Tussentijds opgestapte of overleden Kamerleden worden opgevolgd door de eerstvolgende op de kandidatenlijst van de partij waar ook het vertrokken of overleden Kamerlid op stond. Een kandidaat is niet verplicht zijn benoeming te aanvaarden. Als iemand afziet van zijn/haar zetel dan wordt de volgende op de lijst benoemd.

Gemiddeld verlaten per vierjaarlijkse periode ongeveer 35 leden de Tweede Kamer. Veel leden vertrekken naar het kabinet. Daarnaast verlaten leden de Kamer vanwege een benoeming in een andere bestuursfunctie of omdat zij naar het bedrijfsleven overstappen. Ook persoonlijke redenen, een conflict of gezondheid kunnen aanleiding zijn voor vertrek.

In de periode na de verkiezingen van november 2006 tot juni 2010 vertrokken 32 leden. Tien leden stapten toen over naar het kabinet. In de periode 2010-2012 verlieten 25 leden tussentijds de Kamer, van wie er veertien naar het kabinet gingen. Opvallend in de periode 2012-2016 is het vertrek van vier fractievoorzitters: Jolande Sap, Bram van Ojik, Arie Slob en Diederik Samsom.

In de periode 2012-2017 keerden Henk Krol en Johan Houwers later weer terug, na eerder de Kamer te hebben verlaten.

Van kabinet naar Tweede Kamer

Het kwam enkele keren voor dat een (eerder) afgetreden bewindspersoon terugkeerde naar de Tweede Kamer. Zo werd Annette Nijs een jaar na haar aftreden Kamerlid. In 2015 keerde Fred Teeven terug in de Tweede Kamer. Hij was tot 9 maart 2015 staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Mark Rutte was in juni 2006 de enige die vrijwillig als staatssecretaris uit het kabinet-Balkenende II stapte om terug te kunnen keren in de Kamer. Dat deed hij nadat hij tot lijsttrekker van de VVD was gekozen.

Andere teruggekeerde bewindslieden waren: J.A. Mommersteeg (KVP), afgetreden in maart 1974 en Tweede Kamerid in mei 1976; A. Veerman (ARP), afgetreden in september 1975 en Tweede Kamerlid in november 1975; en P.R.H.M. van der Linden (CDA), afgetreden in september 1988 en Tweede Kamerlid in november 1988. Zij allen werden lid, terwijl het kabinet waar zij uitgetreden waren nog regeerde.

Eveneens tussentijds keerden terug in de Kamer: de CHU'er Schokking (in 1926) en de ARP'er De Wilde en de CHU'er Slotemaker de Bruïne (in 1939) en de PvdA'er Kranenburg (in 1958). Zij werden echter lid toen er al een ander kabinet was gevormd.

overzicht 2010-heden

vertrek naar

'10-'12

'12-heden

kabinet

14

15

Raad v State/Rekenkamer

0

0

CdK/gedeputeerde

1

2

burgemeester/wethouder

0

5

internationale functie

1

1

overig openbaar bestuur

0

2

bedrijfsleven

2

3

conflict

0

0

gezondheid/persoonlijk

3

7

overige redenen

1

7

totaal

22

42**

** 2 leden keerden weer terug

overzicht 1982-2010

vertrek naar

'82-'86

'86-'89

'89-'94

'94-'98

'98-'02

'02-'03

'03-06

'06-'10

kabinet

22

22

17

13

21

13

16

10

Raad v State/Rekenkamer

1

0

3

1

1

0

0

0

CdK/gedeputeerde

2

1

1

1

0

0

3

2

burgemeester/wethouder

4

3

6

4

6

0

6

2

internationale functie

1

1

3

1

1

2

1

3

overig openbaar bestuur

2

3

7

2

1

0

4

1

bedrijfsleven

0

0

1

1

1

0

0

3

conflict

0

0

2

0

2

0

0

0

gezondheid/persoonlijk

1

0

0

4

1

1

4

3

overige redenen

4

4

0

6

2

7

3

3

totaal

37

34

40

33

36

23

37

31

bron: PDC

Vrijwillig en onvrijwillig vertrek bij verkiezingen

Doordat er de laatste jaren steeds meer zwevende kiezers bij de verkiezingen zijn, worden ook steeds meer Kamerleden niet herkozen. In onderstaande tabel is te lezen hoeveel leden na de verkiezingen definitief de kamer verlieten, hetzij gedwongen danwel vrijwillig. Bij de categorie 'vrijwillig' moet wel worden bedacht dat leden zich soms zelf maar niet meer verkiesbaar stellen, omdat ze weten dat ze geen kans maken op een verkiesbare plaats.

 

jaar

gedwongen

'vrijwillig'

totaal

1972

14

16

30

1977

13

25

38

1981

9

21

30

1982

12

3

15

1986

17

17

34

1989

7

21

28

1994

28

23

51

1998

17

37

54

2002

45

38

83

2003

14

26

44

2006

41

29

70

2010

27

36

63

2012

15

31

46


Meer over