Jhr.Drs. P.A.C. (Pieter) Beelaerts van Blokland

foto Jhr.Drs. P.A.C. (Pieter) Beelaerts van Bloklandvergrootglas Jonkheer uit een bekend, deftig Hollands regentengeslacht. Doorliep een burgemeestersloopbaan en werd als deskundige op het gebied van de ruimtelijke ordening minister in het eerste kabinet-Van Agt. Tijdens zijn ministerschap werd de Verstedelijkingsnota behandeld die de aanzet gaf tot ontwikkeling van groeikernen als Alphen aan den Rijn, Lelystad en Hoorn. Kreeg vanwege zijn bouwbeleid veel kritiek te verduren van politieke tegenstanders als Marcel van Dam en Hans Kombrink. Na zijn ministerschap wederom burgemeester (in Apeldoorn) en Commissaris van de Koningin in Utrecht. Rappe prater, die wel als energiek te boek stond, maar als minister niet altijd even doortastend was.

CDA
in de periode 1977-1998: lid Tweede Kamer, minister, Commissaris van de Koning(in)

voornamen (roepnaam)

Pieter Adriaan Cornelis (Pieter)

personalia

geboorteplaats en -datum
Heerjansdam (Z.H.), 8 december 1932

levensbeschouwing
Hervormd: midden-orthodox

partij/stroming

partij(en)
  • CHU (Christelijk-Historische Unie), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • hoofdcommies afdeling onderwijs en algemene zaken, secretarie gemeente Gorinchem, van 1 juni 1961 tot 1 mei 1963
  • burgemeester van Wolphaartsdijk, van 1 mei 1963 tot 1 juni 1967
  • lid Provinciale Staten van Zeeland, van 2 juni 1966 tot 1 juni 1967
  • burgemeester van Vianen, van 1 juni 1967 tot 1 juni 1971
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 3 juni 1970 tot 1 juni 1971
  • burgemeester van Amstelveen, van 1 juni 1971 tot 19 december 1977
  • minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 19 december 1977 tot 1 september 1981
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 9 september 1981
  • burgemeester van Apeldoorn, van 1 september 1981 tot 16 oktober 1985
  • Commissaris van de Koningin in Utrecht, van 16 oktober 1985 tot 1 januari 1998 (benoemd bij K.B. van 10 september 1985)
  • waarnemend burgemeester van Hengelo (Ov.), van 1 januari 1999 tot 1 oktober 2000

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Kreeg tijdens zijn ministerschap te maken met stagnatie in de woningbouwproductie, onder meer door sterke stijging van de stichtingskosten van woningwetwoningen. In 1979 zakte het aantal gebouwde woningen voor het eerst sinds de jaren zestig onder de 100.000. Maakte wel extra middelen vrij voor stadsvernieuwing dat via de interimsaldoregeling werd verdeeld over 14 grotere steden.
  • Tijdens zijn ministerschap werd (in 1978) de Verstedelijkingsnota die door zijn voorganger was ingediend, behandeld in de Tweede Kamer
  • Bracht in 1978 samen met minister Van Aardenne het Nationaal Isolatie Programma uit. Op basis van een rapport van het Nederlands Economisch Instituut over de mogelijkheden tot isolatie van bestaande woningen en een advies van een stuurgroep over een grootscheepse isolatie-aanpak wordt diverse maatregelen voorgesteld. Er komt een groter budget voor subsidiëring van woningisolatie en de aardgasprijs wordt verhoogd tot het niveau van dat van huisbrandolie, waardoor energiebesparing moet worden gestimuleerd. Aan isolatie van nieuwbouwwoningen wordt prioriteit gegeven; de modelbouwverordening wordt met het oog daarop aangepast. (15.080)
  • Verdedigde in november 1978 en februari 1979 samen met staatssecretaris Wallis de Vries en minister Van der Stee de uitgangspunten van de door staatssecretaris Meijer ingediende drie 'groene nota's' (Nota Landschapsparken, Nota Landelijke gebieden en Relatie-nota) (13.283, 13.284, 13.285)
  • Bracht in 1979 samen met staatssecretaris Smit-Kroes het Structuurschema Burgerluchtvaartterreinen uit. Er komt vooralsnog geen tweede nationale luchthaven; de optie van een tweede luchthaven in de Markerwaard wordt wel opengehouden. Ter verbetering van Schiphol als nationale luchthaven en om geluidhinder te verminderen, zal er een (gedraaide) vierde baan worden aangelegd. Deze zal de westelijke noord-zuidbaan vervangen. Luchthaven Rotterdam blijft gehandhaafd vanwege het belang voor de zuidelijke Randstad en voor de kleine luchtvaart. De hoofdbaan van luchthaven Eelde wordt verlengd, maar de taak van dat vliegveld blijft beperkt. (15.880)
  • Tijdens zijn ministerschap werd (in 1979/1980) de Nota hoofdlijnen van de ontwikkeling van de Waddenzee uit 1976 behandeld. In december 1978 was tevens de pkb Waddenzee verschenen, waarin het behoud van de Waddenzee als natuur centraal stond. Activiteiten die tot aantasting van de natuur kunnen leiden, zullen kritisch worden bekeken.
  • Bracht in 1980 samen met minister Tuijnman de Nota 'De ontwikkeling van het Markerwaardgebied' uit, vooruitlopend op een regeringsbeslissing over een pkb inzake dat gebied. Het kabinet komt na afweging van voor- en nadelen tot een keuze voor inpoldering van tweederde van het gebied, waardoor er zowel ruimte komt voor woningbouw, landbouw, industrie en recreatie als voor beroepsvisserij, watersport en natuur. De inpoldering zou in 1982 kunnen beginnen en zou dan ca. vijftien jaar duren. (16.320)
  • Bracht in 1981 de Nota stads- en dorpsvernieuwing uit. Hierin wordt een samenhangende visie gegeven op het stadsvernieuwingsproces in de komende decennia. In de nota worden onder meer behoefteramingen gepresenteerd voor de stadsvernieuwing in de periode 1980-2000, zowel wat de renoveren woningen betreft als wat betreft de benodigde middelen. De nota gaat ook in op aspecten als verkeer, herinrichting van de open ruimte, welzijns- en onderwijsvoorzieningen, restauratie van monumenten en milieuhygiënische aspecten. Vanwege het dalend aantal bewoners van middelgrote en grote steden wordt overwogen als maatstaf voor financiering uit het Gemeentefonds te wijzigen van inwonertal in bebouwing. (16.713)
  • Bracht in 1981 samen met staatssecretaris Wallis de Vries het Structuurschema Openluchtrecreatie en het Structuurschema Natuur- en Landschapsbehoud uit
  • Bracht in 1981 samen met staatssecretaris Brokx de Nota decentralisatie van de volkshuisvesting uit. Hierin wordt ingegaan op een grotere rol voor lagere overheden bij de woningbouw, zodat het Rijk zich minder met details hoeft bezig te houden, en op de financiële en personele consequenties daarvan. De programmering van woningbouw en woningverbetering komt grotendeels bij gemeenten. Provincies krijgen een adviserende rol en het Rijk stelt een meerjarenprogramma op. (16.736)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1978 een wijziging (Stb. 143) van de Woningwet inzake de aanschrijving tot verbetering van woningen, alsmede de Wet huurprijs verbeterde woningen in het Staatsblad (Stb. 144). Hierdoor krijgen gemeenten meer mogelijkheden om woningverbeteringen door te voeren en huren van verbeterde woningen te beheersen. Gemeentebesturen krijgen de bevoegdheid huiseigenaren woningverbeteringen voor te schrijven. Bewoners krijgen echter een medebeslissingsrecht bij bepaalde verbeteringen. Huurder en verhuurder moeten bij verbeteringen vooraf overeenstemming bereiken over de nieuwe huurprijs. Normen voor de huurvaststelling worden bij a.m.v.b. vastgesteld. De wetsvoorstellen waren in 1976 ingediend en in 1977 in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Schaefer. (13.835, 13.836)
  • Bracht in 1981 samen met minister De Ruiter de Wet voorkeursrecht gemeenten (Stb. 236) tot stand. Gemeenten krijgen bij aankoop van onroerend goed een voorkeursrecht, ter ondersteuning van het aankoopbeleid (m.n. van grond). Eigenaren van onroerend goed worden verplicht hun voornemen tot verkoop bij de gemeente te melden. Gemeente en verkoper zijn vrij om - na onderhandelingen - af te zien van de transactie. De wet trad 1 januari 1985 in werking. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend door de ministers Van Agt en Gruijters. (13.713)
  • Bracht in 1981 samen met minister De Ruiter een wijziging (Stb. 319) van de Onteigeningswet tot stand, waardoor bij schadeloosstelling in geval van onteigening wordt uitgegaan van de waarde in het commerciële verkeer, minus meerwaarde voor planologische beslissingen (verkeerswaarde minus), en bij de schadeloosstelling ook rekening wordt gehouden met schade door planvorming. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend door de ministers Van Agt en Gruijters. In 1980 was bij nota van wijziging de gebruikswaarde als basis voor schadeloosstelling vervangen door de waarde in het vrije verkeer. (15.978)

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
V. Bakker en F. Salverda, "Beelaerts van Blokland - een dorpsburgemeester in de politiek", Vrij Nederland, 24 febr. 1979

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.