Europees Parlement

Hoe wordt het Europees Parlement gekozen, wat zijn de bevoegdheden en wie zitten en zaten er namens Nederland in?

  • Bevoegdheden van het Europees Parlement

    De zeggenschap van het Europees Parlement (EP) verschilt per beleidsterrein. In de meeste gevallen is het EP medewetgever, maar op een aantal beleidsterreinen zijn de bevoegdheden van het EP zeer beperkt. Initiatiefrecht heeft het EP niet. Wel kent het EP controlebevoegdheid en kan het de Europese Commissie als geheel (maar individuele commissarissen niet) wegsturen.

  • Wijze van verkiezen Europees Parlement

    De verkiezingen voor Nederlandse leden van het Europees Parlement zijn qua systematiek vergelijkbaar met de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Omdat er maar 26 Nederlandse EP-zetels te verdelen zijn, zijn er echter relatief veel stemmen nodig om een zetel te veroveren.

  • Beloning Europarlementariërs

    Het salaris van een Europarlementarier bedraagt per 1 augustus 2015 ca. 98 duizend euro. Daarnaast hebben zij recht op allerlei vergoedingen van kosten die zij als parlementarier maken. Dit zijn bijvoorbeeld onkostenvergoedingen voor de huur van kantoorruimtes, dagen dat zij aanwezig zijn bij vergaderingen en het op en neer reizen.

  • Verhouding Europees Parlement en Nederlandse politiek

    Vergeleken met de nationale politici spelen Nederlandse Europarlementariërs een marginale rol in de media en in de Nederlandse politiek. Wel maken binnenlandse politici geregeld een overstap naar het Europees Parlement (EP) en andersom. De opkomst bij de verkiezingen voor het EP is veel lager dan bij de Tweede Kamerverkiezingen en vertoonde tot 1999 een dalende trend. In sommige debatten (met name over Europa) gunt de Tweede Kamer spreekrecht aan Nederlandse Europarlementariërs.

  • Verkiezingen en zetelverdeling door de jaren heen

    In Nederland vonden vanaf in 1979 iedere vijf jaar verkiezingen plaats voor de Nederlandse volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement. De opkomst daalde van 58,1 procent van de kiesgerechtigden in 1979 naar een dieptepunt van onder de 30 procent in 1999. Sinds 2004 ligt het opkomstpercentage tussen de 30 en 40 procent. Het aantal Nederlandse zetels wisselde. In 1979 waren dat er 25. Dat werden er 31 in 1994. In 2004 daalde het aantal naar 27 en in 2009 naar 25. In 2015 zitten er 26 parlementariërs voor Nederland in Brussel.