| - | |
advocaat en procureur te Soerabaja (Ned.-Indië), van 1842 tot 1844 |
| - | |
ambtenaar parket procureur-generaal te Soerabaja, van 20 januari 1845 tot 19 december 1845 (buiten bezwaar van de schatkist) |
| - | |
commies parket procureur-generaal te Soerabaja, van 20 december 1845 tot februari 1846 |
| - | |
hoofdcommies parket procureur-generaal te Soerabaja, van februari 1846 tot maart 1848 |
| - | |
lid Raad van Justitie te Batavia, van 3 maart 1848 tot februari 1850 |
| - | |
advocaat-generaal Hooggerechtshof van Nederlands-Indië, van 12 februari 1850 tot november 1851 |
| - | |
raadsheer Hooggerechtshof van Nederlands-Indië, van 11 november 1851 tot 1854 |
| - | |
secretaris-generaal ministerie van Koloniën, van 29 september 1854 tot 25 mei 1859 |
| - | |
lid Raad van Nederlandsch-Indië, van 10 juni 1859 tot 1865 (als oudste lid voorlopig met het vicevoorzitterschap belast) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Arnhem, van 8 augustus 1866 tot 1 oktober 1866 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Arnhem, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 |
| - | |
redacteur "Nieuwe Bataviase Handelsblad", vanaf 1868 |
| - | |
advocaat en procureur Hooggerechtshof van Nederlands-Indië, van 7 augustus 1869 tot 1879 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Gorinchem, van 6 oktober 1879 tot 11 oktober 1884 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Middelburg, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amersfoort, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amersfoort, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 |
| - | |
minister van Koloniën, van 20 april 1888 tot 17 februari 1890 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Goes, van 26 maart 1890 tot 17 december 1893 |
| - | |
Sprak in de Tweede Kamer vooral over Indische en Surinaamse aangelegenheden en voorts onder meer over onderwijs, justitie en kiesrecht en bij grondwetsherzieningen |
| - | |
Diende op 26 september 1866 een motie in waarin afkeuring werd uitgesproken over de benoeming van minister Mijer tot Gouverneur-Generaal; deze motie werd een dag later aanvaard |
| - | |
Interpelleerde in 1866 minister Heemskerk over de onderwijskwestie |
| - | |
Werd in 1879 in het district Gorinchem gekozen, hoewel hij nog in Nederlands-Indië verbleef. Pas na zijn verkiezingen reisde hij af naar Nederland. |
| - | |
Betoogde in 1886 bij de grondwetsherziening dat de Tweede Kamer tot die herziening onbevoegd was, omdat zij minder leden telde dan volgens de Grondwet verplicht was. Een motie hierover werd met 64 tegen 5 stemmen verworpen. Stemde vervolgens in 1887 tegen alle herzieningsvoorstellen. |
| - | |
Stemde in 1883 vóór de conclusie van een commissie van rapporteurs, waarin een de handelwijze van het Indische Gouvernement bij het afsluiten van een contract met de Bilitonmaatschappij werd veroordeeld. Aanneming van deze conclusie was voor minister De Brauw reden om af te treden. |
| - | |
Stemde in 1884 in de Verenigde Vergadering tegen het voorstel om Emma aan te wijzen als regentes |
| - | |
Stemde in 1886 tegen het voorstel om een parlementaire enquête te houden naar de toestanden in fabrieken en werkplaatsen |
| - | |
Stemde in 1887 bij de grondwetsherziening met vier andere antirevolutionairen vóór een (verworpen) amendement-Van Houten/De Ruiter Zijlker om in de Grondwet op te nemen dat de regeling van het kiesrecht aan de gewone wetgever zou worden overgelaten |
| - | |
Behoorde in 1891 tot de minderheid van de anti-revolutionairen die tegen een motie-Rutgers van Rozenburg stemde waarin werd ingestemd met het beginsel van de persoonlijke dienstplicht |
| - | |
Versloeg in 1866 bij tussentijdse verkiezingen jhr. W.Th. Gevers Deynoot (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1866 bij de algemene verkiezingen onder anderen L.A.J.W. baron Sloet van de Beele. Werd in het district Dordrecht met gering verschil verslagen. |
| - | |
Was in 1868 bij de algemene verkiezingen geen kandidaat |
| - | |
Werd in 1873 in het district Dokkum na herstemming verslagen door B.Ph. baron van Harinxma thoe Slooten (lib.) |
| - | |
Werd in 1873 in het district Sneek verslagen door de liberalen W.H. Idzerda en S. Wybenga |
| - | |
Werd in 1879 in het district Dordrecht na herstemming verslagen door J.B. van Osenbruggen (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1879 in het district Gorinchem jhr. G.J.G. Klerck (lib.). Versloeg Klerck eveneens bij de periodieke verkiezingen in 1883. |
| - | |
Werd in 1884 in de districten Middelburg en Gorinchem gekozen en nam zitting voor Middelburg. Versloeg in het district Middelburg D. van Eck (lib.) na herstemming en in Gorinchem de liberalen J.J. van Tienhoven van de Boogaard.en C.A. Jeekel. |
| - | |
Werd in 1886 in het district Middelburg verslagen door de liberalen J.P.I. Buteux en A. Smit |
| - | |
Versloeg in 1886 bij naverkiezingen in het district Amersfoort J.E. Huydecoper (lib.) en R.J. graaf Schimmelpenninck van Nijenhuis (cons.) |
| - | |
Versloeg in 1887 de liberalen jhr. J.E. Huydecoper en F.A.R.A. baron van Ittersum |
| - | |
Versloeg in 1888 in het kiesdistrict Ede C.J.E. graaf van Bylandt (o.l.) |
| - | |
Versloeg in 1890 bij tussentijdse verkiezingen en in 1891 bij de periodieke verkiezingen J.H.C. Heijse (lib.) |
| - | |
Was tussen 1864 en 1891 ruim 60 keer Tweede-Kamerkandidaat in diverse districten |
| - | |
Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881) |
| - | |
F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889) |
| - | |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 1246 |
| - | |
G. Groen van Prinsterer, "Mr. Keuchenius en zijne wederpartijders in 1869: een karakterstudie" (Amsterdam, 1869) |
| - | |
A. Kuyper, "Mr. Levinus Wilhelmus Christiaan Keuchenius" (Haarlem, 1895) |
| - | |
R. Reinsma, "Keuchenius als tegenhanger van Fransen van de Putte", in: Tijdschrift voor Geschiedenis 74 (1961) 194-202 |
| - | |
G.J. Schutte, "Keuchenius als minister van Koloniën", in: Th.B.F.M. Brinkel e.a. (red.) "Het kabinet-Mackay" (Baarn 1990) |
| - | |
F.L. Rutgers, "Levensbericht van mr. L.W.C. Keuchenius", in: Handelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (Haarlem 1894-1895) 243 |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1960 |