Grondwetsherziening 1948

In 1948 werden in de Grondwet bepalingen opgenomen over het voorbereiden en vestigen van een nieuwe rechtsorde en om instelling van het instituut van staatssecretaris mogelijk te maken. Verder kwam er een bepaling over het inkomen van de afgetreden koning(in) en werden bepalingen opgenomen over de uitzonderingstoestand.

Grondwetsherziening 1953

In 1953 werden grondwetsbepalingen ten aanzien van de buitenlandse betrekkingen veranderd. Dat was het enige van de zeven ingediende voorstellen dat de eindstreep haalde.

Het voorstel om het ledental van de Tweede Kamer uit te breiden, sneuvelde bij de tweede lezing. Bij de eerste lezing was de uitbreiding van de Eerste Kamer al afgewezen.

Grondwetsherziening 1956

In 1956 werd de Grondwet herzien ten aanzien van de ledenaantallen van Eerste en Tweede Kamer, de schadeloosstelling, kosten en pensioen van leden van de Tweede Kamer, kostenvergoeding voor leden van de Eerste Kamer, de krijgsmacht, de buitenlandse betrekkingen en aanpassing aan de nieuwe rechtsorde van het Koninkrijk.

Verder kwam er een additioneel artikel over toezicht op gemeenten in nieuw ingepolderde, niet-provinciaal ingedeelde gebieden.

Grondwetsherziening 1963

In 1963 werden vier veranderingen de Grondwet aangebracht. Die gingen over de troonopvolging, over verlaging van de leeftijd voor actief kiesrecht en over de leeftijdvereiste voor de Tweede Kamer. Verder werden de bepalingen over Nederlands Nieuw-Guinea geschrapt.

Grondwetsherziening 1972

In 1972 werd de Grondwet op vijf punten gewijzigd. Het betrof de kiesrechtleeftijd, het lidmaatschap van het koninklijk huis, belastingvrijdom van de koning en van leden van het koninklijk huis, vergoedingen en pensioen van leden van de Staten-Generaal en de vrijheid van onderwijs (verspoeling toezicht vanwege rijschool-onderwijs).

Ook werd de bepaling over de financiële verhouding met kerkgenootschappen geschrapt, onder toevoeging van een additioneel artikel.

Ministers op vakantie

Ook ministers gaan op vakantie. Wel blijven zij beschikbaar als het belang van het land dat vereist. Zo aarzelde premier Rutte geen moment na het neerstorten van MH17 en keerde hij onmiddellijk van een net begonnen wandelvakantie in Zuid-Duitsland naar Nederland terug. Toch is er altijd een minister in het land die de premier vervangt.

Formeel is de vervanging geregeld in de 'vervangingsregeling' die ieder kabinet bij aanvang van de kabinetsperiode vaststelt. Voor het kabinet-Rutte III geldt

Terug van zomerreces - historische voorbeelden

Vaak ligt de politiek in de zomermaanden stil. De beide Kamers vergaderen niet en ministers zijn op vakantie. Maar er zijn uitzonderingen. Dat is zeker het geval als er een formatie gaande is en soms zijn er onverwachte gebeurtenissen. Dat alle Tweede Kamerleden moeten terugkomen van reces is heel uitzonderlijk. Vaker gebeurt het dat leden van een bepaalde commissie hun vakantie moeten onderbreken.

Abonneer op