WAO-crisis PvdA 1991
Bert van den Braak, Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit van Leiden
Bert van den Braak, Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit van Leiden
In 1815 moest de in 1814 tot stand gekomen Grondwet al worden herzien vanwege de vereniging van Noord- en Zuid-Nederland en omdat soeverein vorst Willem inmiddels het koningschap op zich had genomen. Belangrijkste wijziging was de invoering van het tweekamerstelsel.
Careljan Rotteveel Mansveld, Montesquieu Instituut Den Haag
Het woord 'democratie' stamt af van de Griekse woorden 'demos' ('volk') en 'krateo' ('heersen' of 'regeren'). Letterlijk vertaald betekent het dus 'volksheerschappij'. De eerste democratie ontstond in het oude Griekenland. In de Griekse stadstaten werden belangrijke beslissingen door de burgers genomen. Omdat het volk direct mee besloot over staatszaken noemen we dit een directe democratie.
Het regeerakkoord van het tweede kabinet-Rutte bevatte een flinke lijst met beleidsvoornemens. De voornaamste daarvan, met name op het gebied van wetgeving, zijn in deze tabel opgenomen. Daarbij is aangegeven hoe daaraan uitwerking is gegeven en wat het resultaat was.
Politici die na hun Kamerlidmaatschap ‘doordringen’ tot het bedrijfsleven, en dan met name tot de top van grote ondernemingen, zijn uitzonderlijk. Voor zover politici en met name Kamerleden in het bedrijfsleven terecht komen, is dat veelal via het zelfstandig ondernemerschap, vaak in de sfeer van advisering of managementondersteuning.
De positie van de Eerste Kamer staat geregeld ter discussie, maar het debat daarover is sinds 1983 en in nog sterkere mate vanaf 2010 toegenomen. Dat debat heeft te maken met de verhouding tussen Tweede en Eerste Kamer, waar het gaat om de vraag bij welke Kamer het primaat ligt (zo daarvan al in formele zin sprake is). Voorts heeft het te maken met de verhouding tussen Eerste Kamer en kabinet, met name in een situatie waarin een kabinet niet als vanzelf mag vertrouwen op vruchtbare samenwerking met beide Kamers.
In 1983 werd de Grondwet ingrijpend herzien. De hoofdstukindeling werd gewijzigd, teksten werden gemoderniseerd, overbodig geachte artikelen werden geschrapt, en er kwamen bepalingen over sociale grondrechten en een algemene antidiscriminatiebepaling.
De herziening leidde echter niet tot staatkundige vernieuwingen, zoals die in de jaren zestig en zeventig waren nagestreefd. De belangrijkste verandering op dat punt was het terugbrengen van de zittingsduur van de Eerste Kamer van zes naar vier jaar en gelijktijdige verkiezing van alle senatoren, kort na de Statenverkiezingen.
Het karakter van de kabinetsformatie is sterk veranderd, zoals ook politieke verhoudingen sterk verschoven. Politieke tegenstellingen werden groter, de samenleving werd complexer en er deden zich grotere verschuivingen plaats onder het electoraat. Al die factoren, gevoegd bij enkele perioden van recessie, maakten dat bij formaties meer afspraken moesten worden gemaakt en dat formaties daardoor moeizamer verliepen.
De huidige provinciale indeling bestaat vrijwel onveranderd sinds 1814. De belangrijkste wijzigingen waren de splitsing van Holland in 1840, de vorming na de scheiding van Noord- en Zuid-Nederland van (Nederlands) Limburg in dat jaar, en de instelling op 1 januari 1986 van de provincie Flevoland.