Uitkering bij ontslag politicus

Vraag:

Waarom krijgt een politicus die zelf ontslag neemt een uitkering?

Antwoord:

Een politieke functie is altijd slechts voor een bepaalde tijd. Iemand die de politiek ingaat, geeft zijn baan op en loopt daarna de kans snel weer naar iets anders te moeten uitkijken. Bestuurders zijn immers afhankelijk van het politieke vertrouwen (een minister kan bijvoorbeeld niet aanblijven als de Tweede Kamer het vertrouwen opzegt).

Kamerleden en andere gekozenen zijn voor de voortzetting van hun ambt afhankelijk van de vraag of zij opnieuw kandidaat worden gesteld en daarna of zij worden herkozen. Er kan uiteraard geen plicht worden opgelegd tot herkiesbaarstelling. Iedereen is vrij om zich kandidaat te stellen, maar ook om dat niet te doen. Zou zo'n plicht wel bestaan (bijvoorbeeld op straffe van het onthouding van wachtgeld), dan zou de drempel om de publieke zaak te dienen, wel erg hoog worden.

Politici hebben ook geen normale arbeidsverhouding, kennen geen ontslagbescherming en bij ontslag speelt verwijtbaarheid geen rol (en voor zover dat wel het geval is, zijn daarvoor moeilijk objectieve criteria vast te stellen). Zij kunnen evenmin bij ontslag via de rechter een ontslagvergoeding afdwingen. Er is bovendien een veel groter afbreukrisico dan in het bedrijfsleven.

Sinds 2010 is er niet langer een voortgezette wachtgeld-uitkering vanaf 50 jaar tot 65 jaar. Eveneens is in 2010 de verplichting opgenomen dat passende arbeid moet worden aanvaard (sollicitatieplicht).

TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route