In 1983 werd de Grondwet ingrijpend herzien. De hoofdstukindeling werd gewijzigd, teksten werden gemoderniseerd, overbodig geachte artikelen werden geschrapt, en er kwamen bepalingen over sociale grondrechten en een algemene antidiscriminatiebepaling.
De herziening leidde echter niet tot staatkundige vernieuwingen, zoals die in de jaren zestig en zeventig waren nagestreefd. De belangrijkste verandering op dat punt was het terugbrengen van de zittingsduur van de Eerste Kamer van zes naar vier jaar en gelijktijdige verkiezing van alle senatoren, kort na de Statenverkiezingen.