Persoonlijk feit
Elk Kamerlid kan tijdens een debat in de Kamer op elk moment het woord vragen vanwege een persoonlijk feit. Het Kamerlid dat het woord vraagt vanwege een persoonlijk feit krijgt van de voorzitter onmiddellijk het woord. Bij een persoonlijk feit valt te denken aan belediging van een Kamerlid of aantijgingen die als onterecht worden ervaren.
Het Kamerlid dat het woord krijgt moet eerst een voorlopige aanduidingen geven van het feit waarop hij of zij wil reageren. De voorzitter kan dan bepalen of er werkelijk sprake is van een persoonlijk feit.
Voorbeeld: