Regeling van een zelfstandig bestuursorgaan
In Nederland hebben zogenaamde zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) ook wetgevende macht. Zij kunnen regels opstellen waar (groepen) burgers zich aan moeten houden.
In Nederland hebben zogenaamde zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) ook wetgevende macht. Zij kunnen regels opstellen waar (groepen) burgers zich aan moeten houden.
Wetten komen in Nederland tot stand door samenwerking van regering en Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer). We spreken dan van 'wetten in formele zin'. Indien aanpassing van de nationale wetgeving nodig is voor de implementatie van Europese wetgeving, wordt de normale formele wetgevingsprocedure gevolgd.
Een ministeriële regeling wordt gemaakt door één of meer ministers. Deze regelingen worden in de Staatscourant gepubliceerd.
Vergeleken met de nationale politici spelen Nederlandse Europarlementariërs een marginale rol in de media en Nederlandse politiek. Wel maken binnenlandse politici geregeld een overstap naar het Europees Parlement (EP) en andersom. De opkomst bij de verkiezingen voor het EP is veel lager dan bij de Tweede Kamerverkiezingen en vertoonde tot 1999 een dalende trend. In sommige debatten (met name over Europa) gunt de Tweede Kamer spreekrecht aan Nederlandse Europarlementariërs.
De eerste Grondwet na herstel van de onafhankelijkheid kwam op 29 maart 1814 tot stand, op basis van een door een commissie onder leiding van Van Hogendorp op 2 maart 1814 aangeboden ontwerp. Sindsdien is de Grondwet regelmatig en soms zeer ingrijpend veranderd.
Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is een Europees verdrag waarin de mensen- en burgerrechten van alle inwoners van de aangesloten landen zijn vastgelegd. Dit verdrag is op 4 november 1950 te Rome tot stand gekomen, in navolging van de in 1948 opgestelde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Erfprins Willem verklaarde op 1 december 1813 de soevereiniteit over Nederland te aanvaarden onder waarborging 'eener wijze constitutie'. De nieuwe soevereine vorst benoemde op 21 december daarom een commissie die onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp een ontwerp-Grondwet moest opstellen. Dat ontwerp werd op 29 maart 1814 in een vergadering van notabelen in Amsterdam goedgekeurd.
Een heel enkele keer komt het voor dat een Kamerlid in verkiezingstijd overlijdt. Dit was bijvoorbeeld het geval in 2002, toen Pim Fortuyn negen dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen werd doodgeschoten. In de Kieswet staat een bepaling over wat er moet gebeuren als een gekozen kandidaat is overleden.
Het gaat om artikel P 18a van de Kieswet:
"Indien een gekozen kandidaat is overleden, wordt deze bij de toepassing van deze paragraaf buiten beschouwing gelaten."
De Raad van Nederlandsch-Indië was het belangrijkste bestuursorgaan tijdens het koloniale bewind (tot 1942). Het adviseerde de Gouverneur-Generaal over economische en financiële zaken, bestuursaangelegenheden en benoemingen. Aan het hoofd stond de vicepresident.
Sinds 1926 konden er ook inheemse leden worden benoemd, zoals bijvoorbeeld de latere minister Soejono. De vicepresident van de Raad was, na de Gouverneur-Generaal, de belangrijkste koloniale functionaris.
Na de Tweede Kamerverkiezingen van 1929 werd het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck III geformeerd. Het was een extraparlementair kabinet, gevormd door de Katholieken, en de twee grote protestantse partijen: Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en Christelijk-Historische Unie (CHU).